Uut 't Wald | Pleren

Pleren

Stef Grote Ganseij heette de eerste grote liefde van mijn dochter. Ik zal hem nooit vergeten. Niet alleen vanwege die achternaam (die in Salland veel voorkomt), maar ook door de eerste ontmoeting. Stef zou rond vijf uur die middag arriveren om kennis te maken met de ouders van zijn meisje. Maar het werd zes uur, half zeven en nog steeds was Stef er niet. Pas om tien voor zeven ging de bel. Ik deed open en zag bij de voordeur een behoorlijk verfomfaaid jongmens. Zwarte vegen door het gezicht, een jas vol modder en knieën die door de spijkerbroek heen kwamen. En dat was in 1993 nog geen mode! "Ik bin met de brommert in de sloot gepleerd", was Stefs verklaring.
Pleren staat in bijna heel Oost-Nederland voor vallen. Beter nog: voor hard neervallen. Maar zoals zo vaak is het niet het enige woord. Het Achterhoeks kent voor (neer)vallen nog tal van andere. Teveel om ze allemaal op te noemen. Neersmaksen bijvoorbeeld, of dale kwatsen. Neerstoeken kan ook, of kladden. Of meer ouderwets: daleflasken, toostötten of kasmaksen. En had Stef in het Montferland gewoond, dan was hij niet van zijn bromfiets gepleerd maar afgetoemeld.
Sommige woorden voor vallen hebben alles te maken met het geluid dat je hoort. Appels bijvoorbeeld pofken van de boom en pannen kletteren van het dak. Maar hoe nu het geluid te omschrijven van een stapel borden die van tafel valt? Nou, zeg maar klabateren, want dat is Achterhoeks voor vallen met veel lawaai.

Meer berichten