Zwaleman | Humor

Humor

Ik ben, de vaste lezers weten dat al lang, een warm pleitbezorger van het behoud van onze streektaal. Ik zou het werkelijk jammer vinden als het Achterhoeks ooit zou verdwijnen. Maar zeker omdat ik bijna altijd in het Nederlands schrijf, vragen mensen me wel eens waar die liefde voor het Achterhoeks vandaan komt. En dat is nog niet eens zo gemakkelijk uit te leggen.
Natuurlijk, het Achterhoeks is een bindende factor. Onze taal overbrugt de verschillen tussen Winterswijkers, Zutphenaren en Doetinchemers. Geeft ons allemaal dat bijzondere gevoel Achterhoeker te zijn. Maar het Achterhoeks is me vooral lief omdat het zo'n rijke en vaak ook zo'n warme taal is. Als ik het hoor, komt er vaak onwillekeurig een glimlach op mijn gezicht. Ook omdat voor mij de streektaal toch vooral de taal van de humor is. Onlangs kwam ik op een of andere website een mooie spreuk tegen. Een soort van tegeltjeswijsheid: A'j de weg kwiet bunt, mo'j onder de auto kieken. Ja, als ik zoiets lees, dan verschijnt dus die glimlach. Maar staat diezelfde wijsheid in het Nederlands op een tegeltje, dan vind ik er niks aan.

Niet voor niets vertel ik, als op verjaardagsfeestjes het moppenkwartiertje begint, altijd twee grappen in het Achterhoeks. Nou ja, deels dan. Steeds dezelfde moppen, want andere kan ik niet onthouden. De kans dat ik alle 400.000 lezers van de Achterhoekse weekkranten op een verjaardag tegenkom is redelijk klein, dus ik kan die moppen nu best met u delen:
Hendrik komt 's avonds pas na elf uur thuis. Helemaal verfomfaaid, onder de blauwe plekken en met een afgebroken autospiegel in de handen. "De auto is total loss, ik heb d'r 'n haze veur 'ekregen", verklaart hij tegen zijn geschrokken vrouw. Dina is even stil, zegt dan: "Een haze? Ma daormet kriej de auto toch neet helemaol stuk?" Waarop Hendrik repliceert: "Jao, ma dat kump, dat rotbeest zat achter 'n boom!"

En de tweede: Ergens tussen IJzervoorde en Westendorp zit een automobilist al een hele tijd achter een ouderwets langzaam rijdende tractor, die hij op het smalle weggetje maar niet kan inhalen. Als het weggetje plotseling iets breder lijkt te worden ziet hij zijn kans schoon. Hij geeft een enorme dot gas en…. knalt tegen de tractor die net op datzelfde moment linksaf slaat. De bestuurder wankelt, gelukkig ongedeerd, uit de totaal vernielde auto. De boer beziet vanaf zijn tractor de schade, schudt het hoofd en merkt op: "Meneer is zeker vrömd hier?" De automobilist, nog volkomen beduusd, knikt bevestigend. "Joa", zegt de boer, 'dat ha'k wa dacht. Anders ha'j wal ewetten da'k hier altied naor links gao."

Twee prachtige voorbeelden van typische en eigenlijk onvertaalbare Achterhoekse humor. Maar het mooist verhaal dat ik ken komt uit Twente en is nog waar gebeurd ook!
De pastoor van Beckum (een plaatsje tussen Haaksbergen en Hengelo) maakt op een mooie zomerdag een wandeling buiten het dorp. Hij loopt tussen de akkers door, toen nog niet met maïs begroeid. Op zeker moment ziet hij in het koren een jong stelletje, dat van de bijbellessen duidelijk alleen het 'Gaat heen en vermenigvuldig u' heeft begrepen. De pastoor ziet de gymnastische oefeningen even aan en spreekt dan in de voor zijn parochianen begrijpelijke 'mooderspraoke': "Jongeleu, wa'j daor doot, dat wet ik neet. Ma ie hebt d'r wal mooi weer bie."

reageer als eerste
Meer berichten
 
<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=5953883&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=contactnoord.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=723,724,725" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>