Foto:

Zwaleman | Huisarts

Huisarts

"Moeten we voor de huisarts niet eens een andere naam bedenken?", vroeg mijn liefste zich laatst af. "Hij of zij komt immers nooit meer bij je thuis!"
Dat is natuurlijk niet helemaal waar, want voor zover ik weet hoort het 'visite rijden' nog altijd bij de taken van de huisarts. Maar inderdaad, ze doen het lang zo vaak niet meer als vroeger.
Met vroeger bedoel ik dan mijn jeugd. De jaren vijftig – zestig van de vorige eeuw. Ik weet nog dat ik als kind de mazelen kreeg. En een jaartje later de bof. Normale kinderziektes, zeker in die tijd. Maar de dokter kwam je daarvoor thuis opzoeken.
Niet voor niets hoorden huisartsen lange tijd tot het kleine selecte groepje burgers dat een auto voor de deur had staan. Of nee, in de garage. Want in mijn jeugdjaren zette je de auto 's nachts nog binnen. Dat was hard nodig, zeker als het een auto van Zuid-Europese makelij betrof. "Die Fiats roesten al in de folder", zei mijn vriendje Henk, die alles van auto's afwist.
In de niet al te grote dorpen zag je de huisarts met zijn typische dokterstas trouwens vaak te voet. Meestal zo rond het middaguur. Later op de dag bezocht hij per auto de patiënten in het buitengebied. Of hij ging te paard, zoals de huisarts van mijn grootouders.
Zoals gezegd, nog steeds komt de dokter bij de mensen thuis. Maar voor dat gebeurt moet tegenwoordig de patiënt al zo'n beetje overleden zijn. Onlangs hoorde ik het verhaal van een man die midden in de nacht in de gang van zijn huis kwam te vallen. Hij was niet meer in staat om op te staan en ook zijn echtgenote kon hem niet overeind krijgen. Dus dekte ze hem liefdevol toe met een warme deken en ging naast hem zitten. Tot ze de volgende ochtend de huisartsenpraktijk kon bellen. "Laat meneer maar even langs komen", kreeg ze te horen. Pas na heel lang soebatten en nadat ze drie keer had uitgelegd dat haar echtgenoot niet eens overeind kon komen, was de assistente bereid om het probleem met een van de dienstdoende artsen te bespreken. Daarna duurde het nog een uur voordat ze terug belde dat in de loop van de ochtend (!) een arts langs zou komen.
Een incident? Nee hoor, ik heb het een paar jaar geleden zelf ook allemaal meegemaakt. Mijn schoonvader bleek op een vrijdagochtend bij het wakker worden opeens niet meer op zijn benen te kunnen staan. Letterlijk niet. "Het zal wel een griepje zijn", aldus de assistente op de huisartsenpraktijk. "Dat heerst momenteel, vooral onder oude mensen. Geef meneer maar een paracetamolletje."
Paracetamol voor iemand die van het ene op het andere moment niet meer kan lopen? Daar gingen we als (schoon)kinderen natuurlijk niet mee akkoord. Maar het duurde nog tot bijna vijf uur voor er eindelijk een huisarts een kijkje kwam nemen. Letterlijk een kijkje, want na vijf minuten stond hij alweer buiten. "Tja, op vrijdag aan het eind van de middag kan ik ook niets doen", sprak hij nog, voordat hij in zijn auto stapte en richting vrij weekend tufte.
Mijn schoonvader is er min of meer bovenop gekrabbeld. Dankzij een aangepaste woning, een rollator en de thuiszorg heeft hij nog een jaar lang een aardig leven kunnen leiden. Maar niet dankzij die huisarts!

Meer berichten