Column Eva Schuurman - Vliegje

Vliegje

De zon doet een laatste zondag zijn uiterste best, en om dat te belonen fietsen we gehuld in dikke truien naar Vorden. De ijssalon doet een laatste zondag zijn uiterste best en om dat te belonen nemen we allemaal drie bolletjes. Wandelaars doen een laatste zondag een stevig rondje en om dat te belonen zwaaien we gedag. Onderweg zeg ik monter melancholisch "Dit kan wel eens de laatste zomerse herfstdag zijn" en krijg in antwoord daarop te horen dat ze heus niet elke keer zullen fietsen wanneer ik dat constateer.

We zien een platte egel, de jongste gruwelt en de oudste vertelt die vaker tegen te komen op weg naar school. Langs de weg gapen droge beekjes ons aan en ik denk terug aan hoe ze op één van die bevroren beekjes in de afgelopen winter dapper krakend naar de overkant schuifelden. De jongste loeit naar koeien en wanneer ze terugkijken vraagt ze snel of er niet toevallig stieren bij staan. We zien late veulens en constateren onder de indruk dat er minstens eentje mannelijk is. De oudste praat honderduit, wanneer er een herfstblad tegen haar hoofd vliegt zeg ik iets over geen blad voor de mond nemen.

Er staat een boerderij te koop langs de weg, vliegjes vinden een thuis op mijn mouw en ik vraag me af of de boer vrijwillig gaat. Ik denk aan zijn collega's die op televisie naar liefde zoeken en hoe zij - net als hier - in de afgelopen zomer vast slapeloos met sproeiers zeulden en wensten om regen. Aan hoe het me verbaast dat ik elke seizoen weer van oproep tot brieven tot logeerweek biologisch gebiologeerd meeleef van groot ongemak tot aan voorzichtig genot.

Elk jaar weer denk ik dat het vast niet zo leuk zal zijn als het jaar daarvoor en dan gebeurt het opnieuw; raak ik in de ban van vijftigers die enkel dromen konden van aandacht en gezien worden. Irriteer ik mij aan botteriken en stiltes, ben ik ontroert door onhandig liefkozen en pogingen tot troost. Roep ik gepassioneerd "Praat dan! Doe iets!" tijdens mislukte inspanningen en zoek vanaf de bank mee naar uitwegen in lastige conversaties en pijnlijke stiltes.

Niet enkel in kleine onbeholpen keukentjes is te zien dat het boerenleven vaak alles behalve romantisch is, of toch, misschien dat ruimtegebrek rond de pruttelende koffiepot als vanzelf tot een knuffel leiden moet. Dat juist die lege woonkamers en ongemakkelijke picknicktafels aansporen tot dicht bij elkaar zitten en snel niets anders meer willen dan dat. Dat het land omspitten de aanzet is tot dieper graven en meer vinden.

Wanneer we kronkelen tussen de weilanden denk ik me in dat daar ergens binnen in één van de boerderijen op een koude deel onhandig aan overalls gefrummeld wordt om frisse neuzen te verwarmen met liefde. Dat er een hond rondsnuffelt langs verstrengelde voeten en nonchalant neer geplante laarzen verraden dat de baas nu even druk is. Dat er naderhand voorzichtig, onwennig en aftastend gevraagd wordt: "Maar hoe zie jij dat nou voor je? Kom je dan hier wonen?" En de logee dan zwijmelend antwoord met..

"Mahaaam? Luister je wel? Er zit een vliegje in mijn oog!".

Meer berichten