Foto:

Zwaleman | Vogelrestaurant

Vogelrestaurant


Elke ochtend heb ik vanaf de ontbijttafel uitzicht op de gasten die het vogelrestaurant in mijn voortuin bezoeken. De kool- , pimpel- en staartmezen die een duidelijke voorkeur hebben voor een pinda-ontbijt, de roodborstjes die vooral uit zijn op het speciale tuinvogelzaad, de merels (daar zijn er trouwens weinig van dit jaar) die het liefst verkruimeld oud brood eten en een enkele keer een specht, die de vogelpindakaas heel lekker vindt. En zo'n potje binnen tien minuten leeg pikt. Oh ja, dan vergeet ik bijna nog de gaaien (Vlaamse mag ik niet meer zeggen begreep ik van collega-columnist Sander Grotendorst), die zich als niet bepaald kieskeurige veelvraten laten zien. Zij lusten eigenlijk alles wat ik in het restaurant serveer. Als ik er een broodje döner zou neerleggen, dan zouden ze dat waarschijnlijk ook verslinden. Desnoods met knoflooksaus.

Die gaaien bestempel ik ook als de hooligans onder de vogels. Ze zijn hondsbrutaal, eisen de hele tuin voor zich op. En bovendien: ze zijn nog vernielzuchtig ook. Met pindanetten waarmee de meesjes gemakkelijk twee weken bezig zijn, maken zij in hooguit twee dagen korte metten. En ze worden ook nog steeds handiger. Kon ik aan het begin van de winter een pindastreng nog zo ophangen dat alleen de meesjes (die er zich aan vastklemmen) er bij konden, inmiddels hebben sommige gaaien zich de techniek van het net-hangen ook eigen gemaakt. En vorige week zag ik zo'n bonte vlegel, die weer een heel nieuwe techniek had bedacht. Vanaf een tak in het appelboompje kon hij net niet bij de doppinda's, maar hij kon wel met zijn snavel het net waarin ze zaten een flinke zwieper geven. Dat deed ie net zo lang tot het klem kwam te zitten tussen de takken van het boompje. Ongetwijfeld zeer tevreden met zijn eigen slimheid peuzelde hij vervolgens binnen een half uurtje alle pinda's op. Een record-tijd. Althans voor vogels, want de eekhoorn die af en toe onze voortuin opzoekt sloopt zo'n net vol pinda's nog veel sneller.
Al koffie lurkend zit ik te genieten van al die drukte. Zozeer, dat het ontbijt af en toe wel drie kwartier duurt. Maar aan dat plezier hangt natuurlijk wel een prijskaartje. Het vogelvoer is niet aan te slepen!

Gek genoeg was dat vorig jaar anders. Ook toen hadden we van alles in onze tuin gehangen. Het aanbod was zelfs nog gevarieerder dan deze winter. Maar er werd nauwelijks gebruik van gemaakt. Ja, de doppinda's, die gingen op. Dankzij de eekhoorns. Maar de vogeltjes lieten het toen afweten. Tegen de tijd dat het voorjaar naderde, waren alle vetbollen en netjes met vliespinda's weggerot. Die kon ik weggooien.

Dat gebeurt me niet weer, dacht ik afgelopen november. Ik haal nog wel vogelvoer, maar bij een goedkoop adres. Dan ben ik tenminste niet zoveel geld kwijt, als ze het weer versmaden. Dus ging ik ditmaal niet naar dat grote groene warenhuis in Lochem, maar naar die winkelketen die blauw als huiskleur heeft. Die je tegenwoordig in bijna elk dorp wel vindt. Alleen al in de Achterhoek zijn er een stuk of twaalf. Bij deze keten kocht ik voor de helft van het geld een dubbele hoeveelheid vogelvoer. Om er vervolgens dus achter te komen, dat mijn gevederde vriendjes dit goedkope voer wél heel lekker vinden.

Ach, eigenlijk snap ik dat ook wel. Zelf ben ik ook niet zo van die liflafjes die sterren-restaurants vaak serveren. Geef mij maar een bak patat mét en een lekkere gehaktbal.

Meer berichten