Uut 't Wald | Ieproms

Ieproms

Watterwechent zit daor nog ieproms (Op sommige plekken zitten daar nog roerdompen). Toen ik die zin ooit tegenover een collega uitsprak, wist ik precies wat ik zei. Ik had namelijk net daarvoor het WALD (Woordenboek van de Achterhoekse en Liemerse Dialecten) geraadpleegd. Maar zou hij me ook begrijpen? Ja hoor, zo bleek uit zijn antwoord: "Ma 't bunt d'r neet völle meer."
Dat hij me begreep zal waarschijnlijk te maken hebben gehad met zijn geboorteplaats (Gelselaar) en het feit dat hij het werk kent van de Achterhoekse streekschrijver G.A. van der Lugt.
Watterwechent en ieproms zijn twee heel oude Achterhoekse woorden, die misschien niemand nog gekend zou hebben als Van der Lugt ze niet had gebruikt. Want ook in zijn tijd (de Gelsterse schoolmeester/schrijver leefde van 1879 tot 1966) kende al bijna niemand ze nog. Voor zover bekend heeft ook hij het woord watterwechend slechts één keer, in 1950, in een publicatie gebruikt.
Van der Lugt schreef ooit ook over 'het gebalder van ieproms in het Noordiekerveld'. In de verleden tijd, want roerdompen kwamen daar inmiddels al niet meer voor.
De inmiddels nogal zeldzame bruine, reigerachtige vogel nestelt alleen in heel natte, moerasachtige gebieden, waar hij tussen het riet op kikkers en visjes jaagt. Dat waren ooit de vennetjes op de Achterhoekse zandgronden. Inmiddels zijn alle roerdompen uit de Achterhoek verdwenen. Maar dat ze er ooit voorkwamen blijkt uit de verschillende namen die onze streektaal voor de vogel kent. In Gelselaar dus ieprom, in Ruurlo bijvoorbeeld heette hij ieverzomp en in Beltrum sprak men van een rosdomp.

Meer berichten