Uut 't Wald | Grote wössche

Grote wössche

Nee, het Achterhoeks is nog lang geen dode taal. Maar het is nu eenmaal wel zo, dat er in vergelijking met het Nederlands al zeker een halve eeuw (zo niet langer) nauwelijks ontwikkeling in zit. Dat is de reden, dat er voor vele zaken die (betrekkelijk) nieuw zijn, geen Achterhoeks woord bestaat. Want kuierdraod voor telefoon is leuk bedacht, maar het is niet een van oorsprong Nedersaksisch woord.
Ook voor wasmesiene geldt dat. Eigenlijk is dat het Nederlandse woord, maar dan een beetje anders uitgesproken. Dat komt domweg doordat er, toen het Achterhoeks nog wel algemeen gesproken werd, nog geen wasmachines waren. Het wasgoed ging nog in de teil. Dezelfde teil waarin op zaterdagavond de kinderen werden gebaad. (In dat badwater werd trouwens het wasgoed ook vaak tot maandag in de week gezet).
Ja, maandag was waskeldag (of wöskedag), zoals men in de Achterhoek zegt. Oudere mensen kunnen zich dat herinneren, dat er maar één keer per week werd gewassen. En een enkeling weet zelfs nog dat er sprake was van een waswekke. In die week werd dan in een paar dagen alle wasgoed gewassen en dan was men weer voor drie of vier weken klaar. De generaties voor hen deden het zelfs nog minder frequent. Meester Heuvel beschrijft in Oud-Achterhoeksch Boerenleven dat er slechts vier tot zes keer per jaar een grote 'wössche' werd gedaan. Dat was dan ook een karwei waarmee de boerin en de meid vier of vijf dagen druk waren. Tja, Heuvels moeder had nog geen idee wat een wasmesiene zou kunnen zijn.

Meer berichten