Els Wárlám en haar boek 'Het verhaal van mijn vader'. Foto: Liesbeth Spaansen
Els Wárlám en haar boek 'Het verhaal van mijn vader'. Foto: Liesbeth Spaansen

De bijzondere levensgeschiedenis van Géza Wárlám

VORDEN – 'Mijn vader was een Hongaar. Hij kwam in 1922 naar Nederland met de zogeheten 'kindertrein' van het Rode Kruis. Hij was toen 9 jaar oud.' Zo begint Els Wárlám, woonachtig in Vorden, haar inleiding van het boek 'Het verhaal van mijn vader', waarin ze de bijzondere geschiedenis van het leven van Géza Wárlám beschrijft. "Hij sprak er nooit over."

Door Liesbeth Spaansen

Els is geboren in Alkmaar (1947), heeft drie zussen en een broer. Ze werkte als fysiotherapeut in Wijk aan Zee, maar verhuisde verscheidene keren - naar Amsterdam, Haarlem, Overveen, het Noorse Trondheim en tot slot naar Vorden, waar ze met haar man Martien Pater in het buitengebied van Vorden woont en een kleine natuurcamping runt. "Ik gaf een paar jaar zwangerschapsgym in Vorden en volgde een opleiding haptotherapie. Daarna nam ik waar in een praktijk in Arnhem en had jarenlang een eigen haptotherapie praktijk in Apeldoorn. "Door de opleiding leerde ik dat we onverwerkte gevoelens van onze ouders overnemen. Ik vroeg me af waar het verdriet in mij vandaan kwam. Van mijn vader? Dat wilde ik uitzoeken."

Om het boek over haar vader goed te kunnen schrijven, volgde ze onder andere de cursus 'levensverhalen schrijven'. "Want hoe begin je aan zoiets." Géza had zelf veel brieven en ansichtkaarten bewaard. "Alles in het Hongaars, dus ik ging op les om de taal te leren, maar dat bleef toch lastig. Later had ik ook contact met een Hongaarse vrouw, die samen met mij de teksten vertaalde." Els legde daarna alles in de goede volgorde en startte met haar boek. Hierin staan ook de brieven, documenten, ansichten en foto's. "Ik moest me verplaatsen in de man die mijn vader was. In zijn gedachten ben ik gaan schrijven."

'Het verhaal van mijn vader'
In de Hongaarse stad Boedapest werd Géza Wárlám geboren. Na de eerste wereldoorlog mochten kinderen naar Nederland en België om aan te sterken. Het Rode Kruis liet daarvoor een speciale 'kindertrein' rijden. In 1922 mocht Géza voor drie maanden naar Nederland. Hij verbleef bij een gastgezin, de familie Machielsen in Alkmaar. "Andere kinderen gingen terug, hij bleef in Alkmaar", vertelt Els. "Ik wilde graag weten waarom en hoe het was gegaan. Ik vroeg er wel naar, maar mijn vader, inmiddels is hij overleden, wilde er niet over praten."

Géza ging toch ook nog een tijd in Hongarije naar school, het rapportboekje is er nog. Zijn beslissing om in 1925, hij was nog jong, toch in Nederland te blijven is opmerkelijk. "Hij liet zijn ouders en zijn oudere zus achter in Boedapest. Zijn moeder Gizella had veel verdriet om het overlijden van zijn jongere zusje, Gizella." Zijn broer verhuisde naar Amerika.

"Mijn moeder woonde in Heerhugowaard. Haar moeder was de nicht van Géza's pleegmoeder Machielsen. Mijn vader was bevriend met haar oudste broer, Gem Bot en trouwde in 1942 met zijn zus Afra." Hij werkte in het expeditiebedrijf van zijn pleegvader en nam het bedrijf ook over. Géza reisde nog vele malen naar Hongarije voor familiebezoek en vakanties. Zijn moeder kwam in de zomer van 1956 naar Nederland. Door de Hongaarse opstand in 1956 kon zij niet meer terug keren naar Hongarije. Later haalde hij ook zijn zus, haar man en dochter naar Nederland. "Zo was de familie weer bij elkaar."

Signeren
De eerste druk van 'Het verhaal van mijn vader' betrof 80 exemplaren. Nu is er een tweede druk van 100 boeken. Op zaterdag 7 december van 11.00 tot 13.00 uur is Els Wárlám bij Bruna in Vorden aanwezig om haar boek te signeren.

Meer berichten