Ontdooid

Ze lagen in zo’n big shopper op zolder, op een bedje van handschoenen. Jij belde op om te vertellen dat de Berkel zo mooi bevroren was en ik stak mijn neus in onze schaatstas. Tweelaags verpakt glibberden we tractie gecontroleerd de straat uit. Geslaagd moederlijk vond ik mezelf bij het tevoorschijn toveren van een tasje om op te zitten in de besneeuwde berm naast het ijs. Ik weet ook niet waarom dat me zo tevreden maakt, misschien omdat het fijner is een droge bofkont te hebben. Er gleed een baby in een wippertje voorbij en daarna een slee met daarop het plastic zitgedeelte van een Ikea kinderstoel. Mijn doorlopend grijnzen ving eerder dan mijn schaatsen aan, het was alsof alle scherpe kantjes in de groeven van het ijs leken te gaan.

“Pas op hoor mevrouw, hier aan de zijkanten is het dun.” Opgesloten jeugd werd bevrijd en ontdooid, niet langer cynisch en gekooid. Maar met een extra duwtje in de rug bij het verminderen van vaart onder de brug. Op weg naar de aanblik van huishoudens die gemoedelijk langs de kant kloeken, met zopies en koeken. Het bleek een feest, nog voor mijn eerste val vergat ik vanmorgen nog somber te zijn geweest.

Binnenshuis is het vaak zoveel kouder dan hier. Daar blaas ik wolkjes wanhoop en draag ik twee paar sokken en een deken, terwijl buiten de warmte voor het oprapen ligt. Ik kan er gemakkelijk bij wanneer ik diep door de knieën de N-weg passeer, geen enkel ledemaat doet me nog zeer. Misschien dat ik morgen van de spierpijn crepeer, maar dat zien we dan wel weer. Gelukzalig ga ik dan achterwaarts de trap af met in mijn kuiten de zegetocht der kunstschaatsen. Een type dat ik niet draag omdat er zo’n mooie pirouette in mijn benen huist, maar vooral omdat zelfs ik ermee uit de voeten kan.

We klunen langs de sluis en ik leg jou uit wat zwieren is, jij maakt er je eigen romantische versie van door mij al duwend tot snelheid te stuwen. Ik hou niet zo van snelheid, want remmen kan ik niet. We schaatsen naar de stad, vanuit het buitengebied. Wanneer we bovengronds een brug passeren denk ik aan wie nostalgisch praat over vroeger nog te hebben geschaatst op straat. Het asfalt voelt solide en fijn en ik kan niet kiezen wie ik op dat moment liever zou zijn; mijzelf of de bestuurder met het uitzicht op mij. Dit is het gevoel van ijsvrij. Niet omdat je eigenlijk naar school had moeten gaan, maar vanwege het oppermachtig op water kunnen staan. Mijn sjaal kriebelt, er vormt zich een blaar op mijn hiel en ik kan het aan.

Morgen gaat het dooien. Dat ik vind ik niet heel verrassend om te horen, want ik ben zelf ook niet langer bevroren.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden