Illustratie: Marc Weikamp
Illustratie: Marc Weikamp

Boeren, Burgers en Buitenlui - Arie Ribbers: naober en nader

ACHTERHOEK - In Boeren, Burgers en Buitenlui spreken we met inheems, import en idealist over hoe het leven in de Achterhoek is. We evalueren en fantaseren en Marc Weikamp zal illustreren, omdat erfgoed er is om te eren. De eerste editie trappen we af met de medeoprichter van het magazine ‘Naober’, kenner van de streek en de taal: Arie Ribbers.

Door Eva Schuurman

We kennen Arie Ribbers als voormalig radiomaker, voor altijd streektaalconsulent en nog altijd schrijver voor magazine ‘Naober’ en samensteller van de Achterhoekse en Liemerse Spreukenkalender. Voor al zijn activiteiten werd hij in november 2019 Koninklijk onderscheiden en dat is best logisch, want de geboren Ruurloër leeft volgens het motto: ‘Wa’j doot, doo dat good.’

In het kader daarvan vraag ik hem direct naar de juiste schrijfwijze van ‘Boern, Börgers en Butenleu’. Hij adviseert me geen moeilijke dingen te bedenken. “Blijf zo dicht mogelijk bij het Nederlands.” Misschien komt zijn advies voort uit het feit dat hij zelf zo dicht mogelijk bij zijn geboorteplaats Ruurlo bleef: “Ik had het genoegen twee keer voor twee weken naar Amerika te gaan, dat was heel boeiend. Verder heb ik een heel saai leven, want als je tevreden bent met waar je woont en werkt heb je niet de onrust wat anders te moeten.”

Langs zijn huis aan de doorgaande weg komen, op weg naar het Staring College in Lochem, stromen scholieren voorbij en hij hoort ze nooit één woord Achterhoeks praten. “Engelse termen kennen ze genoeg.” Het is waarschijnlijk een onhaalbare zaak ze nog om te scholen want als je niet met het dialect wordt opgevoed, komt er niks van. “Ik adviseer weleens om al die appjes eens in streektaal naar elkaar te sturen.” Arie en zijn vrouw spreken de taal nog elke dag: “Meer hoeft ook niet, maar het dialect gaat me aan het hart.” Het is geen wonder dat hij ‘Naober’ oprichtte, een woord dat je overigens steeds vaker hoort. “Het begrip dat je niks alleen kunt en je een ander nodig hebt om met elkaar wat te doen.”

Mensen vragen hem vaak wat er nou zo kenmerkend aan de Achterhoek is: “Welke Achterhoek bedoel je?” vraagt ie ze dan. “Volgens de dichter Sluiter is er maar één Achterhoek, maar in Ulft en Silvolde is het wel degelijk heel anders dan in Vorden.” Iets dat de jonge Arie op elfjarige leeftijd aan den lijve ondervond, omdat zijn huis ineens zes kilometers verderop stond. Niet alleen de mensen waren anders, maar ook de spraak was in die luttele kilometers veranderd. “In Ruurlo was een kar een ‘kore’, maar vlakbij bij Vorden was het ineens een ‘karre’ geworden.” Overal zijn de mensen nog altijd te verstaan, maar door de details blijf je bij de les: “In Ruurlo maejt ze ‘t grös en in Hengelo Gld maait ze ‘t gres.”

In zijn huidige woondeel van de Achterhoek is het overigens het best, zegt Ribbers glunderend. “Mijn Achterhoek heeft de punten die men toedicht aan de streek; hier werken de mensen hard en gaan ze goed met elkaar om.” Voor de paar kilometers die Arie af en toe verhuisde heeft hij nooit om een inburgeringscursus verlegen gezeten, maar hij gunt het nieuwe inwoners wel. “Wie van over de IJssel komt doet dat vaak vanwege economische motieven.” Misschien neemt men daarom niet altijd de tijd de taal te doorklieven, terwijl dat toch erg handig kan zijn: “Jao jao, nee nee. Westerlingen vergissen zich daarin. Hij of zij heeft toch ja gezegd? Maar twee keer ja betekent echter vaak nee. Die antenne moet je wel hebben!”

Arie hoopt dat zijn Achterhoek minstens zo blijft als nu. “Ik ben niet conservatief, maar laten we niet te veel veranderen. De natuur is hier zo mooi.” Zo hoeft er van hem geen laag asfalt over alle zandwegen. Ach, hij is er niet op tegen maar het doet iets met het beeld. “Houd de fraaie gebouwen in stand, maar wel functioneel.” Zoals ze dat in Lochem met het oude gemeentehuis doen, dat is nu een VVV-informatiepunt. “Dat vind ik fantastisch, zo’n tweede gebruik.”

Mocht Arie ooit gedwongen de IJssel over moeten, dan zou hij naar Friesland gaan. Gevoed door het boek ‘Het geslacht Wiarda’ van Theun de Vries durft hij daardoor de gang naar het noorden wel aan. “Door dat verhaal kwam ik tot het idee wel een Fries te willen zijn.” Want ook in die streek probeert Arie de mensen te verstaan, zoals hij hier nog altijd iedereen verstaat. Of ze nu breedsprakig zijn of mondjesmaat, enthousiast of gelaten, afwachtend of vooraanstaand, in feesttent of tijdens carnaval; het liefst verstaat Arie iedereen overal. “Je kunt uren over de Achterhoek praten en dan nog kom je pagina’s tekort.” Dus geven we zijn verhalen met liefde een hele pagina, want minder is onze eer te na.


Illustratie: Marc Weikamp 


Bent u of weet u een geschikte kandidaat voor deze rubriek? Meld dit dan bij redactie@achterhoeknieuws.nl


8 keer 8erhoeks met Arie Ribbers:

Favoriete plek:
“Eén van die plekken is toch wel Vorden, dat vind ik een heel mooi dorp. Met zijn acht (of eigenlijk zijn het er negen) kastelen.”

Mooiste bedrijf/organisatie:
“Het meest ludieke is de Feestfabriek, ze hebben de Achterhoek nationaal en misschien zelfs wel internationaal op de kaart gezet. Geweldig hoe ze zowel culturele als commerciële ingangen vinden.”

Mooiste gebouw:
“Huize Ruurlo waar nu Museum More gevestigd is. Het komt vast omdat ik in die omgeving ben opgegroeid, met de romantiek van het schaatsen op de gracht, maar het is pure luxe om zo’n gebouw binnen je eigen grenzen te hebben.”

Meest inspirerende persoon:
“Hans Keuper van Boh Foi Toch. Toen ik radio maakte en mij gevraagd werd een Achterhoeks programma te maken had ik veel behoefte aan muziek, maar die was er niet. Ik wist dat Hans een boeiende, musicerende persoonlijkheid was en vroeg hem tweewekelijks een liedje te schrijven. Zo had ik origineel werk en voor hem was het het begin van zoveel meer.”

Favoriete Achterhoekse 
artiest/kunstenaar:
“Sandra Vanreys! In mijn radioleven heb ik regelmatig met haar te maken gehad. Ze was - en is niet alleen een fantastische (country)zangeres en lerares, maar ook een warme persoonlijkheid die - vind ik - een grotere carrière verdiend had. Ik heb het genoegen gehad een aantal liedjes voor haar in het ‘Achterhoeks’ te vertalen.”

Lekkerste gerecht/drank:
“Ik ben geen groot alcoholgebruiker, maar een Grolschbiertje is toch wel heel lekker. Karnemelksause met schräömkes, in het Nederlandse noemen ze dat ‘kaantjes’. Die gebonden saus is heerlijk over de aardappelen met sla uit eigen tuin. Ik adviseer de sla op de aardappelen te leggen, de sause erover en dan een beetje prakken.”

Mooiste lied:
“Normaal, Vennebulten Sunset. Dat is instrumentaal en heerlijk rustgevend. Ik heb niet zo gek vaak meer de radio aan sinds ik er niet meer werk, maar dankzij Spotify kun je geweldige lijstjes maken.

Mooiste uitdrukking:
“Joa, joa. Daar zit zoveel in verborgen van wat iemand wel zou willen zeggen, maar niet doet.”


Arie Ribbers en zijn favoriete Achterhoekse artiest Sandra Vanreys. Foto: Erik van den Berg, Omroep GLD 

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden