Illustratie: Marc Weikamp
Illustratie: Marc Weikamp

Boeren, Burgers en Buitenlui | Diana Abbink is oma Boerderij

ACHTERHOEK - In Boeren, Burgers en Buitenlui spreken we met inheems, import en idealist over hoe het leven in de Achterhoek is. We evalueren en fantaseren en Marc Weikamp zal illustreren, omdat de regio er is om te eren. Deze week een gesprek met dialectduizendpoot Diana Abbink. Ze is oud-wethouder van de gemeente Winterswijk, huidig voorzitter van de jury van de Willem Sluiter-prijs en de Dialectkring Achterhook en Liemers en mede-initiatiefnemer van ‘Boezewind’, het platform voor mensen die de streektaal willen bewaren voor nu en later.

Door Eva Schuurman

Haar naam werd genoemd in de acht vragen die behoren tot deze rubriek, meerdere lezers droegen haar aan en dus werd het hoog tijd om het gesprek met Diana Abbink aan te gaan. Deze geboren en getogen Winterswijkse die trotse moeder is van drie zonen- en een nog veel trotsere grootmoeder van inmiddels zeven kleinkinderen. “De allergrootste verrassing is dat daar drie meisjes bij zitten, met vlechtjes en staartjes en lange haren die in de knoop zitten als ze uit bed komen. Dat was ik niet gewend.” Omdat er thuis een melkveebedrijf is, werd ze omgedoopt tot ‘oma Boerderij’. Er zijn honderd koeien die overdag naar buiten gaan en in de middag worden opgehaald: “Dat is een feestje voor de kleinkinderen, ze gaan graag mee met opa.”

Haar eigen oma heette overigens ‘oma Koetjes’, in de aanbouw van de boerderij van die oma werd Diana geboren. Hier woonden haar ouders bij haar grootouders in, in buurtschap ‘Brinkheurne’. Ze groeide er op met de streektaal en leerde pas op de kleuterschool het Nederlands aan. “Met de familie bleef ik dialect spreken, het is mijn thuistaal.” En dat is altijd zo gebleven, want met liefde verbindt het hele generaties. Zo is één van haar kleinzoons nog niet zindelijk, maar kan hij met zijn ruim drie jaar wel aangeven dat de ‘bokse’ aan vervanging toe is. “We zetten hier nog elke dag de ‘telders’ op tafel, en dan zeggen we dat oma dat ook zei.”

‘We zetten hier nog elke dag de ‘telders’ op tafel’

“Mijn oudste zoon pluist onze stamboom uit, het blijkt dat verre voorouders van mijn man en ik ook al eens zijn getrouwd.” De geschiedenis herhaalt zich wellicht, al weten we niet of zij ook in een koude winter hun intrek namen in een huis waar de olieleiding bevroor. Waar niet enkel de liefde, maar ook de vrieskou tot warmte aandrong. Wel weten we dat Diana Abbink aldaar altijd gevonden heeft wat ze niet eens wist te zoeken; een thuis met vrienden en familie dichtbij en alles waar een mens om wenst. Cultuur, uitgaansgelegenheden en groen. “Voor de boodschappen rijd ik over de landweggetjes naar Meddo, wat een rijkdom. In ieder seizoen is het er anders, van mooi groen naar winters. Wat een voorrecht dat je zo je boodschappen mag doen, zonder te speuren naar een parkeerplaats.”

Vraag Diana dan ook niet in welke andere streek ze zou kunnen wonen, ze kiest terstond een plek die ook in de Achterhoek ligt. “We wandelen en fietsen graag in de streek Vorden, Ruurlo, Almen.” Hoewel ze liever niet droomt over verhuizen, verplaatst ze zich in taal grenzeloos verder. In dialect schrijft ze columns en korte verhalen. Het is niet gek je voor te stellen hoe ze elke keer geraakt kan zijn door de woorden in haar thuistaal. “Op onze algemene begraafplaats staat een bord met een gedicht van H.P. Priester, die woorden doen me iets.” ‘Wenterswiek, mien dörpken’ is een oud gedicht, maar juist op de plek waar het nu te lezen is liggen generaties voor wie Winterswijk ook een thuis was. “Er spreekt liefde uit voor ons dorp.”

Het gedicht is onderdeel van het ‘Rondje Dialect’ dat bedacht werd door wijlen Henk Krosenbrink. Diana noemt de voormalig directeur van het Staring Instituut een “beminnelijk mens en warme pleitbezorger voor de streektaal.” Zo af en toe hoopt ze dat hij ziet hoeveel ze tegenwoordig voor elkaar krijgen, dat de taal herleeft en nog niet – zoals hij vreesde – in de vergetelheid aan het raken is. “De taal is er niet meer om je voor te schamen, maar om voor altijd te bewaren. We mogen zo trots zijn op ons gebied en wat hier gebeurt.”

“Ik ben ook trots op onze contacten over de grens”, haalt Diana aan. Ze is bestuurslid van de Culturele werkgroep Achterhoek-Westmünsterland, een groep die dit jaar zestig jaar bestaat en bijdroeg aan de verbetering van grensoverschrijdende contacten. “Ook hier is de streektaal altijd een verbindend element geweest, aan beide zijden van de grens spreekt men immers hetzelfde dialect.”

Diana Abbink hoopt dat het alhier een beetje mag blijven zoals het nu is: “Met de gemoedelijkheid en aandacht voor elkaar. Af en toe lekker een feestje bouwen, want dat kunnen ze hier ook goed.” Of aanschuiven in Lievelde tijdens de koffiemorgen van de ‘Dialectkring’. Waar de taal een mooie invulling aan de zondag geeft, waar zelfs wie alleen is samenleeft. Waar ze luisteren naar verhalen, gedichten en muziek en dat zoetgevooisd bezegelen met zoete pannenkoeken, want wie zo geworteld is hoeft zijn thuis niet meer te zoeken.


Illustratie: Marc Weikamp 

8 keer 8erhoeks met Diana Abbink

Favoriete plek in de Achterhoek:
“Thuis, mijn eigen plekje hier in de Achterhoek. Als ik de deur uitloop voor een wandelingetje naar de Beek geniet ik van de akkers en koeien in de groene wei.”

Mooiste bedrijf/organisatie in de Achterhoek:
“In Winterswijk hebben we ‘Sorba projects’; zij maakten de gevel voor Ahoy, die was met het Songfestival regelmatig in beeld. Ook ‘Heesen Yachts’ wil ik noemen, zij maken interieurs voor miljoenenjachten. Er is hier helemaal geen water, maar blijkbaar wel het vakmanschap en de kennis.”

Mooiste gebouw in de Achterhoek:
“Het oude raadhuis in Winterswijk, omdat het zo helemaal puur Winterswijks is; er is geen tweede van, het is een bijzonder gebouw. Als wethouder werkte ik er vaak en ik ben er ook getrouwd.”

Meest inspirerende Achterhoeker:
“Dat zijn er veel, maar ik denk aan Arend J. Heideman. Hij is al met pensioen, maar doet nog zoveel. Hij bedacht onder andere een poëziewedstrijd en is altijd druk met Gelselaar. Hij is op die manier zo enthousiast en actief gebleven, ook met social media, hij doet het allemaal maar!”

Favoriete Achterhoekse artiest/kunstenaar:
“Daar zijn er ook heel veel van, maar nu kies ik voor Suzan en Freek; ze waren onlangs in ‘de Vooravond’ te gast en toen dacht ik: “Oh wat lief.” Ze spraken over hoe het ook voor hen thuiskomen is in de Achterhoek, dat ze dan dialect spreken en alle vrienden hier hebben. Ze spraken zo ingetogen en lief en toen bedacht ik me dat ze superambassadeurs zijn.”


Lekkerste Achterhoekse gerecht/drank:
“Dan noem ik maar - en het is één van de lievelingsgerechten van onze zoon - de ‘papsaus’. Voor bij de aardappels, als je geen jus maakt. Saus met uitgebakken spekjes, een uitje, bloem, zoete melk en een beetje mosterd of kerrie kan ook. Zo meteen weer lekker met verse sla uit de tuin.”

Mooiste Achterhoekse lied:
“Wat ik heel mooi vind is ‘De Baeke’ van Hulzer Willem (Willem Wilterdink), hij was wereldberoemd met zijn revue in Winterswijk en omstreken. Omdat ik zelf ook graag langs de beek wandel snap ik zijn mooie tekst: “Jao zee’j ’t neet meer zitten, wat toch met zetten kan, nao ne wandeling langs de baeke kö’j der weer teggen an.” Er zijn zoveel mooie, herkenbare liedjes uit de streek. Die liedjes zijn bijvoorbeeld waardevol voor mensen in het verpleeghuis, voor het moment dat je terugvalt naar waar je vandaan komt. Ze zingen ze allemaal mee.”

Mooiste Achterhoekse uitdrukking:
“Een heel lief woord is “nösdölleken”, het betekent ‘jongste kind’. Als kinderen klein zijn zeg ik wel eens liefkozend wat een lekker dölleken.”


Diana Abbink. Foto: Han Kolkman

Bent u of kent u een geschikte kandidaat voor deze rubriek? Meld dit dan bij redactie@achterhoeknieuws.nl 

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden