Strooi goed

We komen net de supermarkt uit, ik gesp haar vast in het achterzitje en laad de boodschappen in het mandje aan mijn stuur. Getoeter doet ons opkijken en een busje leunt met vrolijke vaart door de bocht, het is bijna alsof ik – net als zij – voor het eerst ontwaar wie erin worden vervoerd. Er vliegt een zakje strooigoed door de lucht en het landt naast ons neer, een mevrouw pakt het op en geeft het aan mijn tweejarige. Ze weet niets van Pieten en pepernoten, maar deze plotse introductie is zo lief als ie bedoeld is. De nootjes lijken me overigens te hard en klein voor haar gebit, waarschijnlijk omdat er echte bakkerskwaliteit in zit. Het ontroert me dat ze het zakje stevig vasthoudt, de hele fietsrit.

Mijn oudste krijgt elders exact op dit moment roetvegen opgeschminkt. Voor het eerst deze rol op zich te mogen nemen bleek zowel vertederend als hilarisch. Dat laatste vooral omdat de Goedheiligman in het ingedutte dorp vastgeroest bleek in zijn tradities. Mijn Pietje verheugde zich op de glimlach van ieder kind, maar schaamde zich voor de bijbehorende Sint. Nu is ongetwijfeld elke Piet authentiek, maar de mijne heeft zo’n goeie bos krullen dat iedere pruik overbodig is en zo’n gul hart dat het geven van pepernoten niet eens nodig is.

En daar fiets ik met dat besef, door een wereld die knettert bij gebrek aan vuurwerk. Een wereld die schreeuwt omdat ie niets mag toejuichen. Daar steek ik voor het afslaan netjes mijn hand uit terwijl alles tegendraads lijkt. Daar fiets ik door een stad die gelukkig niet uit woede werd verruïneerd, omdat wie achterblijft zich tegen hem keert. En op de markt van die stad stap ik af, voor ons loopt een jongetje met een piepschuimen staf. Wat is het louterend de kinderen op de rand van de stadsfontein te zien, ze weten enkel dat ze net een schimmel hebben gezien.

Haar handjes omvatten nog altijd het doorzichtige zakje met onbekende inhoud, als voorbode van de traditie waar ook zij straks van houdt. Omdat die je een wortel voor Lego kan doen ruilen, of een tekening voor chocola. We wandelen langs een meisje met een mijter, de muzikant in de passage past zijn repertoire aan ons aan en dan is het tijd om weer naar huis te gaan. We meren aan, de poortdeur klapt tegen de schutting aan. Ik zie mijn middelste in een onesie van de bank opstaan en roep: “Saar heeft Pieten gezien, wil jij haar pepernoten misschien?”

Want wie zoet is, krijgt lekkers en de Sint is in het land. Ik weet niet of ie gevaccineerd is, maar wel dat ie strooit met wat nu zo nodig is. Strooigoed; strooien met goed.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden