Column Oerend Smart - Dynamische dorpen

  Column

Hebben dorpen toekomst? De nationale media doen al jaren hun best een somber beeld van het platteland te schetsen. Krimp, leegloop, leegstand… het zijn geen woorden waar je enthousiast van wordt. Toegegeven, het voorzieningenniveau in veel kleine kernen daalt door bevolkingsafname en toenemende gerichtheid van bewoners op een nabijgelegen stad. Tegelijkertijd blijkt uit onderzoek dat dorpelingen behoorlijk tevreden zijn over hun leefomgeving. Wie in Almen, Stokkum of Beltrum gaat kijken, begrijpt meteen waarom. De leefbaarheid van het platteland heeft maar weinig te maken met voorzieningen; de woonkwaliteit en sociale samenhang in het dorp zijn veel belangrijker. Niet een winkel, sportaccommodatie of dorpshuis op zich zorgt voor leefbaarheid, maar het contact tussen de bewoners onderling – het gaat om mensen in plaats van stenen.

Bovendien: als dorpelingen een voorziening die dreigt te sluiten echt belangrijk vinden, springen ze vaak zelf bij. Denk aan actieve burgers die een supermarktje runnen, verenigingshuis opknappen of het beheer van het zwembad overnemen. In de rest van het land wordt de Achterhoek vaak als toonbeeld van dergelijke gemeenschapszin opgevoerd. Zo is de Dorpenacademie vol lof over Mariënvelde, waar actievelingen eigenhandig een multifunctionele accommodatie hebben opgezet. Als burgerschap ergens kans van slagen heeft, is het in een dorp. Dorpelingen hebben nu eenmaal meer lokale en sociale binding dan stedelingen. Die binding zorgt voor daadkracht.
Toch is actief burgerschap niet de oplossing voor alle uitdagingen waarmee kleine kernen te maken hebben. Je kunt van bewoners niet alles verwachten. Een dorpsfeest organiseren lukt prima, maar het aanleggen van glasvezel is toch echt iets voor professionals. Ook zie je in de praktijk dat de ene kern meer actieve bewoners telt dan de andere. Accepteren we die ongelijkheid tussen dorpen? Verder stranden burgerinitiatieven nogal eens op bureaucratische rompslomp of belemmerende regelgeving. Regelmatig wachten bestuurders af waar dorpelingen zoal mee komen, waardoor de discussie wat een overheidstaak is en wat niet achterwege blijft. Het gemeentebestuur doet er goed aan hierover duidelijkheid te scheppen en voor alle kleine kernen in elk geval een minimumniveau aan voorzieningen te garanderen, zoals optimale bereikbaarheid en een ontmoetingsplek. Burgers en overheid moeten kortom veel meer weten wat ze aan elkaar hebben.
Voor hun toekomst hoeven dorpen gelukkig niet alleen te vertrouwen op de gemeenschap en het gemeentebestuur. Want wie had vijftien jaar geleden durven dromen dat we in een afgelegen dorp in de Achterhoek zouden kunnen skypen met familie of vrienden in Verweggistan? Ongetwijfeld heeft de voortschrijdende technologie over vijftien jaar weer nieuwe mogelijkheden voor ons in petto, op het gebied van winkelen, onderwijs en zorg. Van die dynamiek kunnen ook dorpen en hun inwoners profiteren, zolang ze maar bereid zijn mee te gaan met de tijd.

Gert-Jan Hospers

Meer berichten