Column Eva Schuurman - Over de grens

  Column

Over de grens

We gingen met de bus, met van die weekendtassen zonder wielen. Op de verzamelplaats sneed de band van mijn tas al in mijn schouder. Alle bagage verdween achter de klep aan de zijkant van de luxe touringcar. Binnen mocht gerookt worden, we bevonden ons in een wolk van nicotine en gelal. We zaten bovenin en stopten nog op twee andere plaatsen voordat de koers naar Spanje werd gezet. Ik zou na de zomer met mijn vervolgopleiding beginnen en vond het hoog tijd dit te ervaren.

Na twintig uur ronken, rijden en turen checkten mijn vriend en ik in bij ons derderangs hotel met twee sterren. Hij kreeg meteen een huidaandoening op zijn kin van het chloorwater en ik verbrandde zodanig dat de blaren onder mijn boezem stonden. Net op dat stukje huid dat zichtbaar wordt als je gaat liggen en je borsten richting je nek vallen. In de apotheek bestelden we met handen en slippers antibiotica en verkoelingszalf.

Aan de rand van het zwembad lag onze buschauffeur zo dronken te slapen dat hij onbedoeld het water intuimelde. Eenmaal terug op de rand imiteerden wij spetterende dolfijnen naast zijn lome gestalte. We waren blij dat we niet met hem terug hoefden te reizen. Met een andere chauffeur gingen we een dagje naar Barcelona. Bij elke bezienswaardigheid stopten we welgeteld twee minuten. De foto's van de Sagrada Familia kregen een duister karakter door het getinte glas. We werden vrijgelaten op de Ramblas en durfden enkel op en neer te lopen van de McDonalds terug naar de bus.

Voordat we 's avonds naar onze vaste discotheek liepen luisterden we via een discman met boxjes naar Boybands. We aten nep-Cheetos en stopten deze voor de foto's in onze neuzen. Mijn wangen werden elke dag roder en de kin van mijn vriend genas langzaam. De met hout afgewerkte kamer versierden we met posters uit de Hitkrant en de Fancy en ik weet echt niet meer hoe we die bevestigden. Als we terugkwamen van het strand lagen onze rondslingerende kleren in zwaanvorm op onze bedden.

Het uitgaanscentrum lag twee slepende kilometers van onze verblijfsplaats, elke avond struinden we op onze gympen de gladde stenen van de lange winkelstraat af. We voelden ons veilig bij elkaar. Mijn vriend die op mannen viel en ik die aangezien werd voor zijn grote liefde. Niets kwam tussen ons in, of het moet de schuimlaag geweest zijn die op vrijdagavond de dansvloer van de discotheek bevolkte.

Nog altijd maken we toespelingen op de acht dagen die we daar doorbrachten. Op de manier waarop de receptioniste onze namen uitsprak en die avond dat we ons plat op de buik op ons balkon verschansten omdat de onderburen over ons spraken. Op hoe ik in het waterpark onderaan de glijbaan mijn bikinitop in mijn nek had liggen en op die Duitser die hij aantrekkelijk vond, maar mij een drankje aanbood. Ik hoop dat mijn dochters ooit zo'n vriend vinden, bij wie ze niets kan overkomen. Met wie ze over de grens kunnen, omdat ie nooit over hun grenzen heen zal gaan. Olé.


Meer berichten