Uut 't Wald | Drapsen

  Column

Het duurde nogal lang voordat mijn volgnummer op het schermpje verscheen. Enigzins ongeduldig liep ik wat heen en weer door de apotheek. Blijkbaar tot ongenoegen van een dame die wel keurig op een van de stoelen haar beurt afwachtte. "Loop toch niet zo te drapsen, gao toch röstig zitten", sprak ze me in onvervalst Achterhoeks toe.

Ik had het woord nog nooit gehoord, al snapte ik wel dat drapsen heen en weer lopen betekent. IJsberen, kun je ook zeggen. Thuis gekomen zocht ik het meteen op in het WALD, het Woordenboek van de Achterhoekse en Liemerse Dialecten. En ja hoor, in het deel De Mens C, daar stond het in. Met erbij de vermelding van degene die het woord blijkbaar voor het eerst noteerde: Kerst Zwart. De schoolmeester die 35 jaar lang (van 1889 tot 1924) de kindertjes in Ruurlo leerde lezen en schrijven, maar daarnaast ook nog op allerlei andere terreinen actief was. Onder meer ook als schrijver in de streektaal.

Het woord drapsen wordt bijna niet meer gebruikt, misschien zelfs alleen nog maar door die ene mevrouw uit de apotheek. Hetzelfde geldt voor lopen te duisteren of de nog veel oudere uitdrukking loopgaren spinnen, die beide ook ijsberen betekenen.

Lopen kun je op allerlei verschillende manieren en voor elk daarvan kent onze Nederlandse taal wel een woord. Soms wel een paar. Maar ook bij alle uitdrukkingen die er voor lopen zijn, zie je dat onze streektaal eigenlijk veel rijker is dan onze officiële landstaal. Daarom volgende week meer over lopen op z'n Achterhoeks.

Meer berichten