Oerend Smart | Mooie ontmoetingen

  Column

Een man en een vrouw lopen met een hond langs de Berkel in Warnsveld. Het is zomer. Ik doe een stap opzij, waardoor ze denken dat de hond mij schrik aanjaagt. 'Hij doet niks, het is een schaap in wolfskleren,' verzekert de man. Ik vertel dat ik naar een vlinder keek, daardoor léék het of ik terugdeinsde voor de hond.

'O, wat voor vlinder?' vraagt de man. 'Een landkaartje,' zeg ik. 'Wat een grappige naam,' zegt de man. De vleugeltekening van het landkaartje heeft iets weg van een uitsnede van Google Maps, maar verwijst niet naar een werkelijk bestaand gebied. De natuur heeft veel fantasie. 'Leuk,' zegt de man. 'Ik ga de vlinder googelen.'
Vervolgens valt zijn oog op de vissen in een gracht. 'Wat een grote.' Ik vertel hem dat het brasems zijn, dat heb ik net van een andere man gehoord, die op een steiger naar de Berkelstroom stond te kijken. 'Er zitten ook aardig wat voorntjes,' had hij gezegd. Hij leek me een visser, maar nu even niet, zijn rechterarm zat in het gips. Hij zei dat hij er al vier keer aan was geopereerd. 'Artrose hè?' Zijn linkerarm moest ook nog. 'En dan mijn heup en waarschijnlijk mijn knieën. Hoewel, dat zei de dokter jaren geleden al, dus ik heb het lang volgehouden.'
'Leven bij de dag dan maar,' zeg ik. 'Genieten van het mooie zomerweer.' 'Dat doe ik, hoor', zegt hij. 'Waarom denk je anders dat ik zo ver ben komen lopen?'
Ook al start je in je eentje, een wandeling in de Achterhoek is zelden een eenzaam avontuur. Je ontmoet vlinders, vissen en mensen. De redenen om de natuur in te gaan, kunnen verschillen, de een laat zijn hond uit, de ander heeft beweging nodig als middel tegen gewrichtsslijtage. Collega-wandelaars tegenkomen is voor de meesten allicht slechts een nevendoel. Maar als ik terugdenk aan de talloze ontmoetingen onderweg, besef ik wat een wezenlijke aanvulling ze zijn geweest. En vraag me af of ze toch niet eigenlijk het hoofddoel zijn.
Bovenstaande anekdote, genoteerd in mijn dagboek, schoot me zaterdag te binnen toen ik naar Lochem reed, waar een vrachtwagen met honderdtwintig in België gekweekte karpers zou arriveren om te worden uitgezet in de Berkel. Ik hoorde de eerste boerenzwaluwen – erg vroeg dit jaar. Vogels en vlinders laten zich makkelijker waarnemen dan vissen, helemaal als je wilt weten of je een spiegel- dan wel een schubkarper voorbij ziet zwemmen. Het verschil kreeg ik zaterdag uitgelegd. 'Spiegelkarpers hebben een vlekkenpatroon aan weerszijden, schubkarpers niet', zei de coördinator van de uitzet-actie. 'Af en toe is aanvulling van nieuwe karpers nodig, anders zouden ze vrijwel verdwijnen. Hun grote vijand is de snoek. In Zuid-Europa speelt dat minder, daar groeien karpers sneller.' Karpers leven oorspronkelijk niet in Nederlandse wateren, ze werden voor het eerst in de middeleeuwen uitgezet. Ze planten zich hier nog altijd maar mondjesmaat voort.
Met zachte hand worden de vissen een voor een te water gelaten.
Komend hengelsportseizoen is de kans op een ontmoeting met zo'n mooie spiegelkarper extra groot. De vissers verheugen zich er al op.

In de columns van journalist Sander Grootendorst staan mens en natuur centraal

Meer berichten