Dirkje Wagenvoort-Smeenk. Foto: Dinie Rouwen-Wagenvoort
Dirkje Wagenvoort-Smeenk. Foto: Dinie Rouwen-Wagenvoort

Niet denken maar doen

Dirkje Wagenvoort over haar werk als kleuter- leidster

Voor 'Een nieuwe tijd! Wederopbouw in de Achterhoek' vertellen (oud-)inwoners over opgroeien, werken en wonen in de Achterhoek in de periode 1940-1965. Dit verhaal over Dirkje Wagenvoort-Smeenk is geschreven door Dinie Rouwen-Wagenvoort, op basis van een oral history-interview afgenomen in september 2019. Dochter Dinie vond het mooi om te horen hoe haar moeder Dirkje met zeer beperkte middelen toch kleuteronderwijs op gang bracht.

Een diploma had ze niet, maar ze voelde zich op haar plek en was goed in wat ze deed. Oud-kleuterleidster Dirkje Wagenvoort (1929) vertelt over haar werk op de christelijke school in Toldijk.

"Mijn ouders woonden in Almen toen ik werd geboren. Daarna verhuisden wij naar Gorssel waar ik ben opgegroeid. Na de lagere school ging ik naar de naaischool, maar die heb ik niet af kunnen maken want de school werd in de oorlog gevorderd door de Duitsers. Twee jaar na de oorlog overleed mijn vader. Mijn moeder hertrouwde later en dat was de reden dat we naar Baak verhuisden. Daar moest ik op zoek naar een betrekking. Een oom van mij was hoofd van de Christelijke Lagere School in Toldijk. Hij vroeg mij om daar kleuterleidster te worden, maar wel onder de voorwaarde dat ik dan ook één avond in de week naar school ging in Doetinchem om de papieren te halen die ik hiervoor nodig had.

We begonnen de schooldag met het zingen van een christelijk liedje, bijvoorbeeld 'De Heer is mijn herder', 'Laat de kindertjes tot mij komen' of 'Jij in jouw klein hoekje en ik in mijn'. Dan een kort gebed en een stukje uit de Bijbel waar ik een begrijpelijk verhaaltje van maakte. Daarna weer een liedje en dan begon de dag. In Toldijk was alleen een christelijke school en er zaten ook twee katholieke kleuters uit Toldijk bij mij in de klas. De pastoor uit Baak vond dit niet goed, maar de ouders hebben de kinderen in Toldijk op school gelaten. Tussen de middag gingen die kinderen naar huis om te eten. De moeder wilde dat de kinderen een kruisje maakten met het bidden, waarop de kinderen zeiden dat dat niet hoefde, want "dat doet de juffrouw ook niet."

De kleuters speelden in de klas met blokken, we hadden tekenpapier en kleurpotloden. Buiten voor in de zandbak waren er schepjes en oude kruiwagentjes. Vroeger hadden we niet veel, tegenwoordig is het gewoon rijkdom. De kinderen wisten niet beter en ze vonden het vooral fijn als ik een verhaal vertelde, daar vroegen ze geregeld om. Ook liet ik de kinderen zelf verhaaltjes vertellen. Kringverhaaltjes noemden we dat.

We speelden buiten in de zandbak en we gingen ook wel samen wandelen. Dan liepen de kinderen in een touw. Ze hadden allemaal één hand aan het touw, zo liepen we in een rij. Het was een drukke weg maar wel met een fietspad. We liepen dan meestal naar de ouders van één van de kinderen. Daar speelden we dan even en we kregen een kopje drinken of zo, en dan liepen we weer terug.

Na een tijdje ben ik gestopt met de cursus. Aangezien ik na de lagere school vervolgonderwijs had gemist was het gat te groot en kon ik niet aansluiten. De praktijk was goed te doen maar de theorie erbij was te zwaar voor mij. Gelukkig mocht ik nog een tijd zonder papieren juffrouw zijn. Ik heb het daar heel fijn gehad."