Klaagmuur

In 1990 werd ik voor het eerst gemeenteraadslid. Dat is pas ruim 30 jaar geleden. Dat stelt niets voor als je kijkt naar hoe lang onze aardbol al bestaat. Toch voelt het soms als een eeuwigheid, omdat er zoveel is veranderd. Meer dan in alle periodes voor ons, denk ik dan, maar dat zullen mensen altijd gedacht hebben.

In 1990 had ik nog niet eens mijn eerste persoonlijke computer. Het internet was er al, maar nog niet beschikbaar voor een groot publiek. Een postzegel was nog nodig om een berichtje naar iemand te versturen. Alle stukken voor de gemeenteraad waren er alleen op papier. Om de ambtelijke adviezen bij de besluiten van burgemeester en wethouders te kunnen bestuderen, moest ik naar het gemeentehuis. Een mobiele telefoon was er niet.

Een cameraman was al aanwezig bij de raadsvergadering. Als je als inwoner zijn verslag wilde zien, moest je een abonnement nemen bij een videoclub, die je een videoband brachten. Er waren meer kranten, waarin uitgebreid over de gemeenteraad werd geschreven. Net als nu was het op de publieke tribune alleen druk als er een omstreden onderwerp op de agenda stond.

Inwoners waren 30 jaar geleden ook al een enkele keer boos. Dan werd ik uitgescholden op straat of door de telefoon. “Dank voor het compliment”, reageerde ik altijd. Eén keer werden er eieren tegen het raam aan de voorkant van mijn huis gegooid. Misschien was dat slechts baldadigheid. Kortom, het waren nog gemoedelijke tijden voor een gemeenteraadslid. Dat is snel veranderd daarna. Deels mocht ik dat nog zelf ervaren. De opkomst van de sociale media maakte ik nog mee. Ik werd actief op Twitter en verder ben ik eigenlijk nooit gekomen.

Door al die veranderingen is het niet gemakkelijker geworden voor menig raadslid. Zakkenvullers worden de plaatselijke politici nog steeds genoemd. Daarover kan ik nog altijd boos worden, want die zijn er in Winterswijk nog steeds niet. In ieder geval niet in de politiek. Ik vertel dan nog altijd hoeveel werk onze plaatselijke volksvertegenwoordigers verzetten voor het algemeen belang. Nee, ze zitten er niet alleen maar voor zichzelf.

Toch begrijp ik dat mensen zich willen afreageren. Dat ze daarbij zelfs een scheldwoord willen gebruiken. Via die sociale media wordt er daarom veel geroepen. Misschien kunnen we dat in Winterswijk voortaan anders organiseren. Elke zaterdag neem ik plaats op een bankje in het Rommelgebergte. Ik ben daar beschikbaar als klaagmuur. Iedereen mag daar van alles tegen me roepen. Houdt het wel beperkt met de scheldwoorden. Alleen als het echt niet anders kan. Ik ben echter wel een klaagmuur, die soms wat terug zegt. Zaterdag begin ik. Komt u ook?