Willem Buunk, wethouder van Financiën in de gemeente Bronckhorst. Foto: PR

Willem Buunk, wethouder van Financiën in de gemeente Bronckhorst. Foto: PR

Herijking gemeentefonds cruciaal voor gemeenten in komende jaren

ACHTERHOEK - Adviesorganisatie BDO monitort jaarlijks de (financiële) stand van zaken bij de gemeenten en brengt een zogenaamd Benchmarkrapport (vergelijkingsrapport) uit. Recent kwam ‘BDO Benchmark Nederlandse Gemeenten 2022’ uit. Daarin werden aan de hand van enkele financiële kengetallen de jaren 2018-2020 naast elkaar gezet, met daaraan gekoppeld het verwachtingsbeeld voor de komende jaren inclusief aanbevelingen.

Door Rob Weeber

Van alle gemeenten scoort 98% een voldoende, maar dat is volgens BDO omdat er nog voldoende buffers zijn om de tekorten op te vangen. Gemeenten kregen bijvoorbeeld incidentele toelages voor de jeugdzorg en het coronavirus. Andere gemeenten verkochten hun belang in de energiereus Eneco. Voor de komende jaren verwacht BDO structurele problematiek. De conclusie uit het rapport spreekt wat dat betreft boekdelen: ‘Helaas moeten we constateren dat onder de streep – ondanks meevallende cijfers – de conclusies evenals vorig jaar reden tot zorg bieden. Daarbij zijn de uitdagingen groter dan ooit, zoals ook blijkt uit het regeerakkoord. Het is aan Rijk en de gemeenten hier oplossingen voor te zoeken.’ 

Achterhoek Nieuws bekeek het rapport en vroeg zich af hoe de Achterhoekse gemeenten ervoor staan. We vroegen diverse Achterhoekse gemeenten hun zegje te doen over hun toekomstverwachtingen voor een structureel sluitende meerjarenbegroting. In deze bijdrage komen buurgemeenten Berkelland, Bronckhorst en Oost Gelre aan het woord.

Gemeente Berkelland
Wethouder van financiën is VVD’er Gerjan Teselink, sinds 2018 als bestuurder van Berkelland werkzaam. Berkelland krijgt in het BDO-rapport voor de jaren 2018 -2020 drie keer het cijfer 10. Met name de solvabiliteit (mate waarin je met eigen buffers tegenvallers kunt opvangen) is zeer gunstig en ligt boven de 50%. Voldoende zou al rond 25% zijn. Berkelland, met een grote algemene reserve als gevolg van de uitkering destijds van Nuon-gelden, staat er dus financieel gezien goed voor, zo is de eerste conclusie. Toch vermeldt de perspectiefnota van 2021 dat er tot 2023 een structureel bedrag van 3,5 miljoen nodig is om de komende jaren een sluitende meerjarenbegroting te realiseren. ‘Dit vraagt ombuigingen... we moeten integraal naar onze inkomsten en uitgaven kijken,’ aldus de nota.

"De gemeente is de eerste ‘balie’ voor de inwoner,” aldus Teselink. “Het is de direct zichtbare overheid die het dichtst bij de inwoner staat. Die rol wordt alleen maar sterker naarmate de landelijke overheid meer taken naar de gemeenten overhevelt. Dat gebeurt vanuit het perspectief dat gemeenten sommige taken efficiënter kunnen uitvoeren omdat ze dichter bij de inwoners staan. Voor die taken krijgen we geld, maar dat gaat soms gepaard met opgelegde bezuinigingen waardoor niet de werkelijke kosten gedekt kunnen worden. Het bekendste voorbeeld is misschien wel de overheveling van de Jeugdzorg naar de gemeenten waarbij direct een korting op de uitkering toegepast werd.”

'Probleem voor ons als 

gemeente is dat er altijd 

een onzekerheid in het 

spel blijft, er zitten 

teveel schommelingen 

in de Rijksbijdrage. Dat 

maakt begroten lastig'

Gemeenten zijn voor het overgrote deel van hun inkomsten, zo’n 60%, afhankelijk van de uitkering van het Gemeentefonds. De eigen heffingen bedragen slechts ca. 17% van de totale begroting. In het Gemeentefonds wordt door het Rijk jaarlijks een deel van de belastingopbrengsten gestopt en verdeeld over de gemeenten. In 2019 bijvoorbeeld werd door de overheid aan 350 gemeenten zo’n 30 miljard uitgekeerd. Gemiddeld krijgen gemeenten zo’n 2.200 euro per inwoner. Voor Berkelland was dat in 2019 1.302 euro per inwoner. De hoogte van de uitkering wordt bepaald aan de hand van 60 maatstaven. “Op dit moment staat er voor het Gemeentefonds een nieuwe verdeling, een zogenaamde herijking, voor 2023 gepland. Probleem voor ons als gemeente is dat er altijd een onzekerheid in het spel blijft, er zitten teveel schommelingen in de Rijksbijdrage. Dat maakt begroten lastig.”

De grote uitdagingen voor Berkelland zitten volgens Teselink in de helderheid van de toekomstige geldstromen, de herverdeling van het Gemeentefonds, de kosten van de Jeugdzorg en de langetermijnfinanciering van de eigen gemeente. “We willen af van ad hoc beslissingen en meer naar betrouwbare planning in de tijd. Dat betekent dat het nieuwe kabinet helderheid zou moeten geven omtrent de geldstromen naar de gemeenten. Komt er bijvoorbeeld extra geld voor een versnelling van de energietransmissie? Algemeen kunnen we zeggen dat Berkelland erg goed voorstaat. We hebben ook weinig achterstand met investeringen in de openbare ruimte. Maar dat neemt de druk op sluitend begroten niet weg. Incidentele tegenvallers kunnen we opvangen vanuit de reserves, maar het zou niet goed zijn om duurzaam de reserves te moeten aanspreken. We zullen derhalve ook moeten kijken naar structurele ombuigingen.” Teselink wil niet ingaan op de vraag wat te doen als de herverdeling van het Gemeentefonds negatief uitvalt voor Berkelland. “We staan aan de vooravond van nieuwe gemeenteraadsverkiezingen. Het is aan de nieuwe ploeg om daarvoor oplossingen te bedenken en speerpunten te benoemen. Wat wel geldt, is dat we als gemeente weloverwogen keuzes moeten blijven maken.”

Gemeente Bronckhorst
Wethouder van financiën namens de VVD in de gemeente Bronckhorst is Willem Buunk. Zijn gemeente krijgt van BDO over de jaren 2018-2020 de rapportcijfers 10, 9, 9. De solvabiliteit bedroeg zelfs meer dan 60%. Toch zijn deze getallen niet heilig voor Buunk. “De vraag is eigenlijk niet hoe hoog het cijfer is, maar wat je met het geld moet doen. Voor de komende jaren gaat Bronckhorst een eenmalig investeringsprogramma uitrollen van 40 miljoen. Daarmee zakken we dus in de lijstjes.”

Ook voor Buunk vormt de gemeente de eerste overheid voor de inwoners. “De gemeente krijgt steeds meer gedecentraliseerde overheidstaken. Probleem is alleen dat we er te weinig geld voor krijgen. Naast de Jeugdzorg bijvoorbeeld komt via de nieuwe Wet inburgering ook de taak op ons af voor inburgering en participatie van statushouders. We worden verantwoordelijk voor de inkoop en kwaliteit van het inburgeringsaanbod en dat is veel werk.”

Sinds 2015 was de gemeente al verantwoordelijk voor Jeugdzorg en Werk- en Inkomen binnen het sociaal domein. Met deze taak kwam te weinig geld mee uit Den Haag. “Inmiddels bedraagt het budget voor het Sociaal Domein bijna 50% van onze totale begroting. Probleem is ook dat de decentralisatie nog niet volledig is afgerond, budget en inhoud zitten nog steeds niet in een hand. Er kan nog geen centraal aanspreekpersoon voor een gezin zijn in geval van bijvoorbeeld een uithuisplaatsing van een minderjarige. Wij hebben daar geen zeggenschap over, maar krijgen wel de rekening. Dat is begrotingstechnisch een uiterst onzekere en lastige zaak. En het is voor de kwaliteit van de zorg aan jongeren ook niet goed.”

De stand van zaken binnen Bronckhorst is dat er zonder adequate maatregelen voor de komende jaren een structureel begrotingstekort dreigt. Om dat tegen te gaan wil men ombuigen en niet bezuinigen. Met een demografische ontwikkeling van een lage bevolkingsgroei in de Achterhoek en een hoge bevolkingsgroei in de grote steden is de verwachting voor de uitkering van het Gemeentefonds gematigd tot licht negatief. Dat valt gelukkig nog mee, want eerder werd nog een daling van 20% verwacht. Dat zou op de begroting van 80 miljoen een daling van 400.000 euro zijn. “De koek wordt vooralsnog niet groter en de rest van Nederland groeit nu eenmaal harder, dus daar gaat meer geld heen.”

'We moeten toe naar 

een situatie waarbij 

we maandelijks de 

beschikking hebben 

over de cijfers. Dat 

is nieuw voor deze 

gemeente, maar alleen 

zo kun je tijdig bijsturen'


In eerdere jaren had men vaak een overschot van zo’n 1,5 miljoen per jaar. De laatste jaren is het omgekeerd. “De oplossing zit in het bijsturen van de uitgavenkant, waarbij we ervoor willen waken dat we de begroting structureel te groot maken. Bronckhorst bestaat uit 44 dorpen en buurtschappen en iedere gemeenschap wil het liefst zijn eigen voorzieningen zoals zwembad en sporthal behouden. Om daarin tegemoet te komen, moet je naar een structuur waarbij de voorzieningen up to date zijn en daarna door de gemeenschap kunnen worden onderhouden. Die ‘verzelfstandiging’ van voorzieningen is eerder al gedaan en door nu eenmalig te investeren in verduurzaming kun je de kosten voor de lokale organisatie verlagen zonder een structurele opwaartse druk op de meerjarenbegroting leggen. Om dat doel te bereiken hebben we een investeringsplan van 40 miljoen opgesteld, waarbij we eenmalig 23,8 miljoen uit de reserves onttrekken om de jaarlijkse kapitaalslasten te dekken.”

Een ander aandachtspunt voor Buunk is de gemeentelijke organisatie. Er moet scherper gemonitord worden. “Het bestuur en het management moet beter inzicht krijgen in de actuele financiële positie van de afdelingen. We moeten toe naar een situatie waarbij we maandelijks de beschikking hebben over de cijfers. Dat is nieuw voor deze gemeente, maar alleen zo kun je tijdig bijsturen.” Verder wil hij dat de organisatie meer projectmatig gaat werken en daarvoor ook meer verantwoordelijkheid neemt. “We werken voor de inwoners en als we wat doen, dan moeten we ook beter communiceren met ze, bijvoorbeeld door aan te geven wat we doen wanneer een project af is. De inwoners willen duidelijkheid van ons.”

Gemeente Oost Gelre
Namens de gemeente Oost Gelre voerden wethouder financiën Karel Bonsen (VVD) en gemeentesecretaris/algemeen directeur Jeroen Heerkens het woord. De begroting van de gemeente laat de afgelopen jaren een wisselend beeld zien. BDO gaf de gemeente niettemin drie keer een 8 met een solvabiliteit van boven de 30%. De uitkering uit het Gemeentefonds in 2019 was 1.246 euro per inwoner. “We begroten zonder de veranderingen vanuit het Gemeentefonds en zonder rekening te houden met extra uitkeringen vanuit het Sociaal Domein. Dan kan het achteraf altijd meevallen,“ legt Bonsen uit. “We wachten op de uitkomsten van de herijking van het Gemeentefonds, maar in totaal zal deze niet groter worden. Dat geeft dus een onzekerheid over de uitkomst voor onze gemeente.”

Heerkens ziet dat de Nederlandse gemeenten steeds meer een ‘doorgeefluik’ van de Rijksoverheid worden. “We zijn de eerste overheid voor de inwoners en een belangrijk uitvoeringsorgaan voor de provinciale en centrale overheden. Maar feit is dat we minder te zeggen hebben over wat we doen. Binnen kaders als Sociaal Domein, Ruimtelijke Ordening en Belastingen, hebben we maar zo’n 20% eigen regelvermogen. We zijn bijvoorbeeld beperkt in het laten stijgen van de gemeentelijke belastingen zoals de ozb.”

'Ook aan de 

samenwerking met 

de collega-gemeenten 

zit een plafond. Er 

blijven lokale belangen'

Indien het onvoorziene geval dat de herijking negatief uitpakt, zal de gemeente moeten bezuinigen. Dat gaat dan ten kost van voorzieningen als bijvoorbeeld de bibliotheek en diensten in de openbare ruimte als bijvoorbeeld het groenonderhoud. Een en ander betekent ook dat er meer verwacht wordt van de inwoners. “Natuurlijk willen we dit niet,” aldus Heerkens. “Het laatste wat je bijvoorbeeld ’s winters in de openbare ruimte wilt neerzetten is een bord met daarop de tekst: ‘Pas op, hier wordt niet gestrooid’.” Hij haalt ook een ander punt aan waarmee de gemeente worstelt. “We kunnen mooie plannen maken met het bestuur, maar er is op dit moment te weinig menskracht. De arbeidsmarkt is zeer krap en iedereen trekt aan dezelfde doelgroep. Daar komt bij dat ook adviesbureaus in dezelfde vijver vissen en soms betere arbeidsvoorwaarden kunnen bieden. Daardoor lopen we met projecten als woningbouw vertraging op en hebben we dus uitgestelde inkomsten.”

Naar voren toe stelt de gemeente in haar strategienota ‘Samen aan de slag in andere tijden’ dat zij niet meer de oplosser is van alle problemen in de samenleving, doch slechts een regisserende en faciliterende rol wil behouden. Ook de samenleving moet initiatief tonen en verantwoording nemen. Financieel laat de begroting voor 2022 t.o.v. 2021 een verbetering. Incidentele uitgaven worden daarbij gedekt door een netto onttrekkingen uit de reserves van zo’n 125.000 euro. Verder heeft de gemeente in 2021 extra 1,7 miljoen van het Rijk gekregen voor het sociaal domein (Jeugd). Voor meerjarenbegrotingen geldt dat gemeenten 75% van dat extra bedrag mogen mee begroten. Verder loopt er nog een arbitragezaak over een korting op de overheidsuitkering van 400.000 euro.

Voor de komende jaren 2022-2025 wordt dan ook een structureel sluitende begroting aangeboden. Wel moeten er heldere keuzes gemaakt worden. Mogelijkheden tot bezuinigingen zijn er door de samenwerking met de andere Achterhoekse gemeenten en samenwerking met externe partners. “Maar ook daar zitten beperkingen aan,” aldus Heerkens. “Als je teveel uitbesteedt aan derden, dan blijft vaak het eenvoudigere werk achter. Dat kan ten koste van de motivatie van de vaste medewerkers gaan. Ook aan de samenwerking met de collega-gemeenten zit een plafond. Er blijven lokale belangen. Als je alles samen wilt doen, heb je feitelijk een ambtelijke fusie. Het wordt dan ook niet per definitie goedkoper.”

Gerjan Teselink, wethouder van Financiën in de gemeente Berkelland. Foto: PR
Karel Bonsen, wethouder van Financiën in de gemeente Oost Gelre. Foto: PR