Plukken
Er staat een verse route in mijn scherm, ik heb net geplast en nog anderhalf uur te gaan; als ik pas over drie kwartier uit mijn waterfles drink, kom ik zonder aandrang aan. Mijn playlist schalt van liefdesverdriet tot euforie. Hagel verdringt regen en de ruitenwissers laveren tussen actief en hysterisch, het is bijna wrang hoe de herfst de lente verslaat en mijn winterjas verzwaart. In het middenconsole de keuze; zonnebril of gewoon, ik ga voor gewoon met de klep omlaag. Gulden middenweg op weg naar stralend uitzicht.
Met al mijn fijne lijntjes kom ik verhaal halen, ik heb er mijn zinnen op gezet. Schuif aan terwijl thuis langzaam stof en was ophoopt en ik soms op lege dagen hoop. Het is weer begonnen, ik doorkruis het land en dus is er van alles en niets aan de hand. Heb ik soms in al die levens niet eens door weer in mijn eigen te zijn aanbeland. Moet ik even op pauze drukken en iets delen over mensen die zij helemaal niet kennen. Mensen die in mijn hoofd dansen en haperen, doorpraten terwijl ik probeer te slapen. Ze gaan trouwen en schenken mij het leven. Alsjeblieft, succes ermee. Draai er een bal van met in de kern onze essentie, maak het rond en mooi en dan zullen wij hem vangen als je gooit.
Ik ben nooit balvaardig geweest. Jij leerde me naar de bal te blijven kijken, dat helpt enigszins. Dus staar ik me welhaast blind op wat zich voor mij bevindt; twee geliefden in bloei. Meer een zijdeboeket soms dan een bloem op de vaas, in een blakend of stillevend relaas. Zomerbloeiers, bodembedekkers of van die zomaar narcissen die je nooit hebt geplant. Ik hoor mezelf van binnen tegen m'n jongste zeggen: "Laat maar staan, dan kunnen andere mensen er ook van genieten.” Je moet iemand niet plukken, hoe mooi die ook is. Ga er maar bij in de aarde staan, dan kun je samen groeien gaan.
Bij de bloemist die ook een stomerij is, haal ik mijn frisse toga op. Ze heeft Franse tulpen. "Die gaan hangen en worden dan steeds mooier”, zegt ze. Ik denk aan wat er bij mij inmiddels allemaal hangt en dat schuin afsnijden niet meer helpt.
De tulpen staan en ik neem plaats, muziek in de oren en verhaal in de vingers. Een verhaal dat liefdesverdrietig en euforisch maakt, omdat het bitterzoet smaakt. En dan, tussen al die woorden in, Leonard Cohen die pratend zingt: "There's a crack in everything, that's how the light gets in.” Ik moet er glimlachend van huilen. Jij ziet dat, maar zegt niets. Je zult me niet plukken. Dus bewater ik mijn aarde en groei door; hangend, maar mooier dan ervoor.