
‘Het doet wel zoveel pijn dat ik het weer lekker vind’
Veur de DraodACHTERHOEK - In Veur de Draod beantwoorden Bekende Achterhoekers stellingen. Vandaag Gert-Jan Wassink (36), de topatleet en hardloper uit Varsseveld.
Door André Valkeman
1) Mijn mentale bui is:
“Zonneschijn. Ik ren zo in Oordegem, België. Daarna reis ik door naar Mallorca: vakantie. Bij de 5 kilometer straks komt endorfine los, een gelukshormoon dat ook bij chocolade eten vrijkomt. Racen doet zoveel pijn dat het weer lekker voelt. Naar dat gevoel kijk ik uit.’’
2) Ik lijk het meest op ‘mien va/mien mo’:
“Uiterlijk: mijn vader. Dat zal iedereen zeggen die ons kent. We hebben de knikkers wat diep in ons hoofd liggen, waardoor onze wenkbrauwen spreken. Ze zitten als een afdakje boven onze ogen en oogkassen.
Het innerlijk, mijn karaktertrekken, is mijn moeder. Ze werkt in de zorg. Dat deed ik ook. Omkijken naar een ander, er graag voor anderen zijn, hebben we allebei.’’
3) Na de dood is er:
“Nog meer leven, het gaat door. Het heelal is oneindig en onuitputtelijk, daarom kan ik mij niet voorstellen dat een mensenleven wel stopt. Mijn tante is helaas recent overleden, zij zei misschien terug te keren als vlinder. Nu komt er bij mijn oom telkens een vlinder voorbij en bij hem op de arm zitten. Dat zijn dingen, waarvan ik denk... Nee, over is het straks niet.”
4) Dit was mijn laatste vechtpartij:
“Lang geleden denk ik, als tiener of begin twintiger, in een kroeg. Ik kwam volgens mij op voor een vriend, nadat een ander groepje jongens ruzie met hem zochten.
Als kind was ik best opvliegerig. Als mij, volgens mijzelf, onrecht werd aangedaan kwam ik voor mijzelf op. Trekkend en duwend. Ik had veel energie. Toen ging ik hardlopen en zo raakte ik de overtollige energie kwijt. Hardlopen heeft mijn leven letterlijk en figuurlijk in balans gebracht.’’
5) Ouder worden is:
Merken dat er grenzen zijn. Met lopen moet ik nu gedwongen herstel inplannen. Het is ook omkijken, er ligt al een leven achter je. Dan stel ik mij de vraag: haalde ik alles uit het lopen? Ja, is het antwoord: ik gaf altijd alles. Nee: ik had zo graag de Olympische Spelen gehaald. Dat is net niet gelukt. Ouder worden is ook meer verstand krijgen. Ik zie nu dat ik juist te vaak te hard trainde. Ik had meer rust moeten inbouwen, om op wedstrijddagen te knallen.’’
6) Mensen met een accent zijn:
“Het oorspronkelijkst. ABN is pas later een voertaal geworden. Dialecten zijn vaak veel ouder. Mensen met een dialect zijn onvervalst zichzelf, vind ik. Mijn vader kan helemaal geen Nederlands, bijvoorbeeld. Als-ie het spreekt klinkt het gewoon als Achterhoeks, háhá. En al die dialecten in Nederland, die verdragen elkaar wel. Ergens lijken ze op elkaar en zo kun je met een dialect of verschillende streektaal elkaar wel begrijpen.’’
7) Toen was ik het gelukkigst:
“Ik kan niet één moment aanwijzen. Ultiem geluk zit wel vaak in een hardloopwedstrijd voor mij. Bij zo’n loop - of het nu de vijf, de tien, een halve of hele marathon is - komt dat gelukzalige gevoel als het einde in zicht is óf als het einde daar is. Je gaat over de streep. Na de inspanning komt dus endorfine, een neurotransmitter, vrij. Dat is een heerlijk, bijna high, gevoel.’’
8) Ik kan buiten de Achterhoek wonen:
“Ik doe het. Voor mijn sport ging ik in Apeldoorn wonen. Daar heb je topsportfaciliteiten. Maar ik blijf mijzelf altijd voorstellen als een Achterhoeker. Het is voor mij: niet klagen, doorgaan en na tegenslagen je weer oprichten. D’ran! Oftewel, zoals Bennie Jolink het zingt: Ik kom altied weer terug. De identiteit van de Achterhoeker die ik graag uitstraal. Ik denk ooit ook wel terug te keren naar de streek.’’
9) De mens is monogaam:
“Nee. Ik heb zelf een scheiding meegemaakt, die niet mijn keuze was, laat ik het zo zeggen. Mijn huidige vriendin had precies dezelfde voorgeschiedenis. Zwanen zijn monogaam, maar daarna houdt het volgens mij ook wel op in het dierenrijk. Toch wil ikzelf wel monogaam zijn. Als ik voor iemand ga, dan honderd procent. Juist door onze voorgeschiedenis hebben we daar duidelijke afspraken over: we gaan voor elkaar en niemand anders.’’
10) Dit komt er op mijn grafsteen:
“Ik zou een steen willen waar ook een beeltenis van een hardloper op staat. Dat heeft mij zoveel gebracht in dit leven. Ik heb daarbij een Bijbelse tekst die voor hardlopers geschreven moet zijn. ‘Iedereen die aan een wedstrijd deelneemt beheerst zich in alles; atleten doen het voor een vergankelijke erekrans, wij echter voor een onvergankelijke.’ Deze tekst mag erbij op de steen.’’