Lisa Westerveld. Foto: PR
Lisa Westerveld. Foto: PR

‘Dat recalcitrante zit in mij’

Veur de Draod

ACHTERHOEK - In Veur de Draod beantwoorden Bekende Achterhoekers stellingen, ze leggen hun ziel bloot. Vandaag GroenLinks-Tweede Kamerlid Lisa Westerveld (40) uit Aalten.

Door André Valkeman

1) Mijn mentale bui is:
“Erg vrolijk. Ik woon in Nijmegen maar voetbalde gisteravond in mijn geboortestreek de Achterhoek. Met Quick 1888 1 pakten we drie punten bij Pax. Belangrijk, want we kunnen nog kampioen worden.

Onze competitie stroomt over van Achterhoekse tegenstanders. Voor mij is bijna iedere uitwedstrijd a trip down memory lane.’’

2) Ik lijkt het meest op ‘mien va/mien mo’:
"Mijn vader. Dat zit ‘m in... Het nuchtere. De tijd en kalmte pakken en vanaf een afstandje dingen bekijken. Dat heeft mijn moeder ook hoor. Maar bij dat analytische in mij, handel ik vooral zoals mijn vader het doet.

Niet gelijk roepen! Eerst observeren, nadenken, overzien en dan reageren. Bij het uiterlijke komt opnieuw vader om de hoek kijken. De Westerveldjes zijn en blijven toch redelijk klein van stuk. En ja, dat ben ik ook.’’ 

3) Dit is mijn grootste angst:
"Ik heb er niet veel. Dingen die je niet kan besturen zijn beangstigend. Wat familie of vrienden overkomt, bijvoorbeeld. Of een oorlog die aanbreekt…

Ja… Het boezemt mij angst in dat één persoon anno 2022 nog zoveel macht kan verzamelen in een land, dat hij zo’n beetje in z’n eentje een oorlog kan ontketenen. Mijn afstudeerscriptie, bij mijn studie filosofie, ging over de vraag waarom een democratisch bestuur beter zou zijn dan een alleenheerser.

Mijn overtuiging is dat democratie uiteindelijk beter werkt omdat je mensen verantwoordelijkheid geeft en eigenaarschap. Dat geeft mensen vertrouwen. En als je dat afneemt in een autocratisch systeem worden mensen wantrouwend. Ontstaan er juist dingen als fraude, lager zelfbeeld, pessimisme, uitzichtloosheid, enzovoorts…’’

4) Kleren maken de man/vrouw:
“Deze stelling gaat waarschijnlijk over de kritiek op mijn kledingkeuze in de Kamer.

In het weekend draag ik vaak gewoon een metalshirt met spijkerbroek. In de Kamer loop ik er netjes bij. Gisteren droeg ik nog een mooie zwarte jurk. Maar het klopt: ik draag ook sneakers, opgevolgd door nette schoenen. Bewust, omdat ik niet dat meisje met de sneakers wil worden.

Maar ik ga niet altijd voor super netjes, dat is waar. Daar komt soms commentaar op. Ik heb bijvoorbeeld ook weleens een metalshirt in een Kamerdebat gedragen, maar dat was toen we een nota over muziek bespraken van mijn SP-collega Peter Kwint. Een mooie gelegenheid.

Dat recalcitrante zit in mij. We zijn niet voor niets volksvertegenwoordigers, we hoeven niet altijd strak gekleed te zijn. Als ik dan mensen hoor die vanwege Peter en mij een kledingvoorschrift voor de Kamer willen, denk ik: wat een onzin, er zijn genoeg betere zaken waar deze energie naartoe kan.’’

5) Na de dood is er:
“Lastig… Ik ben christelijk gereformeerd opgevoed. Ik heb altijd het idee gehad dat er meer is. Maar wat? Dat is ongrijpbaar… Er is iets, buiten onszelf, dat wij nu niet kunnen bevatten maar straks wel.’’

6) Toen was ik het gelukkigst:
“Zomers op festivals. Dat kon vanwege corona lang niet, maar dit jaar gaan we weer. Metalfestivals, Graspop, Zwarte Cross… Slapen in een tentje, met vriendenclubjes op stap, dan ben ik het allergelukkigst.

Tegenwoordig als Kamerlid let ik iets meer op. Ik drink heus een biertje mee. Maar ik verlies mijzelf niet. Iedereen heeft een mobieltje, filmpjes zijn snel gemaakt.’’

7) Mensen met een accent zijn:
“Mooi. Mijn ouders praten plat, maar ik ben van de generatie waarbij dialecten en accenten werden afgeleerd. In je latere leven kan dat consequenties hebben, was de gedachte. Een accent had een negatief oordeel, dat is eraf, gelukkig. Nu kan het naast elkaar bestaan, je leert ABN - dat kan met accent - en thuis en bij vrienden ontwikkel je jouw dialect.’’

8) Dit was mijn laatste vechtpartij:
“Een vechtpartij was het niet, maar waar ik nu aan denk zijn gedoetjes met uitgaan, heel vroeger. Ik denk nu aan een geval met een jongen die zich erg opdrong, ik wilde mijn fiets pakken en hij bleef aandringen. Die heb ik aangegeven, met een por: tot hier en niet verder!’’

9) Ik kan buiten de Achterhoek wonen:
"Ja, maar ik woon niet voor niets in Nijmegen en niet verder richting het westen. Omdat ik zo terug wil kunnen naar die streek. Oerkroeg Schiller Aalten, ik kom er nog vaak met mijn broers. De meest fantastische kroeg van Nederland.’’

10) Dit komt op mijn grafsteen:
"Uitvaart, steen… Ik heb er nog nooit over nagedacht. Ik hoop dat er een tekst op komt dat ik alles uit het leven haalde. Maar welke? Nog geen idee.’’