
Een aardig aangeklede koopzondag
Onlandse tijdingenWe zijn in het grauwe gebied tussen Sint en Kerst.
Een niemandsland.
De middenstand heeft een Winterfestijn georganiseerd en al vanuit de trein zie ik het succes ervan.
Op de weg naar de brug over de IJssel staat een lange file.
en waterkoude zondag in december.
Grijze lucht. Twee graden boven nul.
Aan lantaarns en verkeerspalen zijn kerstbomen vastgesnoerd en wit gespoten.
Dat brengt de stemming erin.
De mensen drommen door de kleine binnenstad in hun donkere jassen en onder wollen mutsen. Ze ademen in wolkjes.
Er is muziek, er zingt een koor, er blaast een kapel.
Kinderen doen een dansje.
Op een enkele plaats is een sneeuwkanon - meer een sneeuwtuinslang - opgesteld en laat een paar vlokken over de mensen neerdalen.
De oude toevoerwegen naar de binnenstad staan vol kramen, daar schuifelt de festijnbezoeker langs mutsen en sokken, handwerk en snuisterijen.
De binnenste binnenstad is voor de schaatsbaan, een witte tent boven een vloer van kunststof, en voor de draai- en zweefmolen.
Daartussen geurt het naar glühwein en currywurst.
Houten wegwijzers. Een après-skihut.
De cafés zijn afgeladen vol, net als de kleine koffiehuizen. Zelfs het Hema-restaurant is volgeboekt.
Hoog oprijzend boven het publiek de artiesten op hun stelten, sneeuwfiguren, ijsprinsessen, magische witte paarden.
Goed gedaan, ondernemers. Een aangeklede koopzondag.
Een winterfestijn in niemandsland.
Maar het is ook een wat lukraak feestje, het mist een verhaal.
Een verhaal zoals dat bij Sinterklaas hoort, en bij Kerst.
Wie eigenlijk ook een verhaal mist is de Kerstman.
Hij is er ook, op het winterfestijn.
Hij staat op de Houtmarkt, voor het filmtheater van Luxor.
Hij staat daar om zich te laten fotograferen.
Met kind, vriendin, opa, oma - wie ook maar wil.
Hij poseert voor een arreslee zonder rendieren.
Dat rendier heeft hij wel - als een kleine knuffel op zijn arm.
Hij mist een ander attribuut dat bij zijn karige bestaan hoort, namelijk een bel.
Op dit punt gekomen moet ik hier toch een oudere observatie kwijt die ik zo’n vijftien geleden eens beschreef.
Ik was er getuige van hoe - de stoomboot van Sinterklaas was nog maar nauwelijks het zeegat uitgevaren terug naar Spanje - de ondernemerskring van Noordwijk de Kerstman onthaalde. Men liet de arme man abseilen van het hoge dak van het Grand Hotel Huis ter Duin, in een poging na te bootsen dat hij met zijn arreslee kwam aangevlogen.
Hij moest natuurlijk even herstellen van die exercitie (het veiligheidstuig had nogal strak om zijn kruis gezeten), maar onverbiddelijk stond een groep kinderen hem onder gratis uitgereikte kerstmutsen op te wachten.
Daar stond hij dan. Geen Pieten, geen zak, geen schimmel, geen liedjes, geen boek.
Een man zonder verhaal. Hij had alleen een bel.
Kinderen gaapten hem aan. Hij moest om hun genegenheid smeken.
‘Wie wil de Kerstman knuffelen,’ vroeg hij en even bleef het angstig stil.
Toen al dacht ik: als Sinterklaas ooit uit de gratie raakt (en dat is niet meer zo denkbeeldig) dan gaat die Kerstman hem niet vervangen.
‘Wat gaat u vanavond doen, ‘ vroeg iemand van het ontvangstcomité aan de Kerstman, om het gesprek gaande te houden.
En die antwoordde in lichte paniek: ‘ Pakjes inpakken?’
Precies: Pietenwerk.
Ik zag een kansloze, ongewenste vreemdeling.
Wim Boevink