Still uit de reclame van Staatsloterij met Koos Landeweerd.

Still uit de reclame van Staatsloterij met Koos Landeweerd.

‘Mijn leven is letterlijk vreugde en verdriet’

Maatschappij

ACHTERHOEK - In Veur de Draod beantwoorden Bekende Achterhoekers gevoelige vragen en helse stellingen. Wie antwoordt legt zijn ziel bloot. In aflevering 16 acteur en reclamehit: Zutphenaar Koos Landeweerd (68).

Door André Valkeman

1) Mijn mentale bui is:
“Het is dubbel allemaal. Vreugde en verdriet. Mijn vrouw zit in chemokuren. Na zeventien jaar is haar ziekte teruggekomen. Ik hoef niet uit te leggen wat dat doet met je, denk ik. We bekijken alles per dag.

We willen blijven genieten van mooie dingen die we allebei meemaken. Zo werd mij recent verteld dat de laatste commercial waar ik in speel (Landeweerd heeft de hoofdrol in een Staatsloterij-commercial met de zielige koekoeksklok-vogel Fritsie, red.) in de Gouden Loeki-finales zit (dé prijs voor beste tv-reclames, red.). Wie dit leest en hem leuk vond kan stemmen bij Ster.nl, dat moet voor 21 februari.”

2) Ik lijk het meest op ‘mien va/mo’:
“Ik heb ontzettend risicomijdend gedrag. Echt mijn moeder. Die zat rechtop in bed, als ik ging stappen. Och, wat kan die jongen wel niet overkomen in de nacht, dacht ze dan. Zij zei best vaak: ‘doe maar niet, het zou weleens kunnen dat, waarschijnlijk gebeurt dit.’ Heb ik ook. Ik vertrek altijd een uur te vroeg, want stel ik kom bij Hoevelaken vast te staan. Dat gebeurt dan niet en dan kan ik vaak een uur wachten op bestemming.

Het net zo makkelijk kunnen praten met de timmerman als notaris heb ik van mijn vader, typisch voor middenstanders. Hetgeen hij en ik waren. 

Mijn vader en grootvaders waren mandenmakers. De vraag naar manden nam af, daar kwamen plastickratten voor. Mijn vader ging daarom maar wiegen maken en maakte van de mandenzaak een babyspeciaalzaak. Die zette ik door met mijn vrouw.’’

3) Dit is mijn grootste angst:
“Die verschilt per levensfase, soms per dag. Nu is het de toekomst van mijn vrouw.’’

4) Toen was ik het gelukkigst:
“Het uitbouwen van de babyzaak met mijn vrouw. Samen de omzet verdubbelen in het eerste jaar en het jaar daarop nogmaals. Hard werken maar resultaat zien. Je kreeg altijd bezoek van allemaal vrolijke mensen, in de hemel tijdens de zevende maand zwangerschap. Hun kind kwam eraan! Eigenlijk de omgekeerde vibe van een uitvaartonderneming, kun je zeggen.’’

5) Na de dood is er:
“Ik las werk van Pim van Lommel, Eindeloos Bewustzijn. Hij onderzocht mensen met een hartstilstand, bij hen werd geen hersenactiviteit meer gemeten. Ze kwamen uit coma en die mensen hadden desondanks veel herinneringen. Ik las rond dezelfde tijd Na Dit Leven van neurochirurg Eben Alexander. Hij kreeg een hersenvliesontsteking en was praktisch hersendood. Acht jaar lag hij in coma, of zoiets, en toch had hij ook herinneringen aan zijn comatijd. Twee verhalen die voor mij illustreren dat je bewustzijn blijft, dat dat losstaat van je lichaam en hersenactiviteit. Je bewustzijn gaat door, als wij dood zijn.”

6) Ik kan buiten de Achterhoek wonen:
“Nee. Ze gunnen je hier wat, mensen blijven eerlijk, gewoon. Als ik naar het westen ga blijft de IJsselbrug de magische grens.’’

7) De mens is monogaam:
“De mens werd monogaam. De natuur is verreweg van monogaam. Dieren blijven niet bij elkaar. Monogamie is cultuur, ik gedraag mij ook naar die cultuur. Om je heen zie je veel mensen uit elkaar gaan. Maar samen die zaak hebben, was de basis voor ons leven.’’

8) Mensen met een accent zijn:
“Streekgebonden gelukkig. Mijn vader sprak plat Zutphens en kon alleen gelukkig zijn in Zutphen. Het accent dat iemand heeft, daar is hij meestal het gelukkigst. Een wetmatigheid bijna.’’

9) Toen huilde ik voor het laatst:
“Ik keek Netflix-serie After Life. Daarin verwerkt een journalist de dood van zijn vrouw, die overleed aan kanker. Er zitten heel grappige stukjes in, afgewisseld met de pijn en moeite van de draad weer oppakken. Ik moest even een traan laten. Misschien mijn voorland…’’

10) Dit komt er op mijn grafsteen:
“Ik heb een familiegraf, gekocht door mijn overgrootvader. Dat eigendomsrecht heb ik nu. Op de steen past geen leus bij. Als het kon zou ik zeggen. “Dankbaar voor geluk en liefde die ik ontving. Een tevreden mens ging heen’. Alleen ja… Dat past dus niet op die steen, háhá.’’