Ook in gezondheidscentra zijn veel zzp'ers actief. Foto: Mark Ebbers
Ook in gezondheidscentra zijn veel zzp'ers actief. Foto: Mark Ebbers

Leeuwendeel zzp'ers zorg en welzijn wil niet in dienst

DEN HAAG - Zelfstandig ondernemers zonder personeel (zzp'ers) die dit jaar werk(e)ten in zorg en welzijn, noemden het zelf willen bepalen hoeveel en wanneer ze werken, het vaakst als reden om als zelfstandige te werken, onafhankelijkheid dus. Gemiddeld werkten zzp'ers in deze sector 32 uur per week. Van alle zzp’ers in zorg en welzijn zou minder dan 1 op 10 liever als werknemer in dienst zijn. Dit meldt het CBS op basis van het nieuwe Zelfstandigenonderzoek, uitgevoerd voor het onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (AZW). Er zit verschil tussen de branches, maar ook tussen mannen en vrouwen. Zzp'ers worden vergeleken met alle zelfstandigen en met alle werkenden in de sector.

Het aantal zelfstandigen in zorg en welzijn nam de laatste jaren toe tot 178 duizend in 2022, zo blijkt uit de Enquête beroepsbevolking (EBB). De zzp'ers vormden daarbinnende grootste groep (75 procent). Van alle werkenden in zorg en welzijn was 81 procent vrouw, van de zzp’ers was 75 procent vrouw.
Onder zowel vrouwen als mannen is het zelf kunnen bepalen hoeveel en wanneer ze werken de meest genoemde reden om zzp’er te worden (46 en 40 procent). Onder vrouwen werd het beter kunnen combineren van werk en privé hierna het meest genoemd (29 procent), onder mannen was dat meer kunnen verdienen (25 procent).
In de branches huisartsen en gezondheidscentra (66 procent), en de verpleging, verzorging en thuiszorg (57 procent), werd het zelf willen bepalen hoeveel en wanneer je werkt het vaakst genoemd als de belangrijkste reden om te starten als zzp’er. Alleen in de kinderopvang was het beter kunnen combineren van werk en privé de meest genoemde reden. Dat men geen geschikte baan kon vinden als werknemer, of dat hun werkgever wilde dat ze als zzp’er gingen werken, werden minder vaak als reden genoemd. Dat laatste wordt nogal eens in verband gebracht met schijnzelfstandigheid, maar het blijkt dus een kleine factor te zijn.
Gemiddeld werkten zzp'ers in zorg en welzijn 32 uur per week. Zzp’ers in de kinderopvang werkten met bijna 42 uur gemiddeld de meeste uren per week. Ruim 35 uren waren declarabel, 85 procent van de werkweek van een zzp’er in de kinderopvang. Dit is hoger dan gemiddeld onder alle zzp’ers in zorg en welzijn (75 procent).
In de geestelijke gezondheidszorg is het beeld anders: hier werkten zzp’ers gemiddeld bijna 14 uur per week minder dan in de kinderopvang. Ook was het aandeel declarabele uren kleiner (71 procent). In de jeugdzorg maakten zzp’ers de meeste niet-declarabele uren. Niet-declarabele uren zijn uren die bijvoorbeeld nodig zijn voor verwerving van opdrachten, netwerken of administratie.
Mannelijke zzp’ers in zorg en welzijn werkten gemiddeld 3 declarabele uren meer per week dan hun vrouwelijke collega’s. Het gemiddelde aantal niet-declarabele uren is vrijwel gelijk.
Het overgrote deel (94 procent) van de zzp’ers in zorg en welzijn had eerder een baan als werknemer binnen of buiten zorg en welzijn, of werkte - naast hun werk als zelfstandige - als werknemer. Van alle zelfstandigen zonder personeel in zorg en welzijn, gaf ruim 9 procent aan liever als werknemer te werken. Dit is voor vrouwen en mannen ongeveer gelijk. De redenen die ze daarvoor het meest noemen zijn meer financiële zekerheid en sociale zekerheid. Bij huisartsen en gezondheidscentra was het aandeel zzp’ers dat liever als werknemer zou werken het grootst (15 procent). Ook in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) en sociaal werk was dit met 14 procent relatief vaak.