Afbeelding

Berlijnse notities

Ik zit in een Berlijnse café en drink mijn cappuccino en vlak naast me zitten twee Duitse vrouwen die zo zacht praten dat ik niets horen kan van hun gesprek. Het hele café fluistert, behalve een Amerikaan die een telefoongesprek voert. Die hoor ik boven alles uit. 

Zacht spreken in de openbare ruimte is hier heel gewoon, anders dan bij ons.

Onlangs bezocht ik een lezing. Een auteur presenteerde een boek, maar sprak ondanks microfoonversterking zo zacht dat ik hem niet kon verstaan. Zijn Duitse gehoor kon hem wel volgen, dat was getraind op zachte stemmen en ingespannen luisteren.

Misschien heeft het met de aard van de gesprekken te maken, die de Duitsers voeren. Ik heb wel eens de indruk - als ik al eens een woord opvang - dat het niet zelden over psychische problemen gaat, of een andere bekommernis, die zo privé mogelijk wordt uitgewisseld. 

Ultieme openbare stiltes kun je hier ervaren in de grote staatsbibliotheken. Berlijn heeft er, met dank aan de vroegere deling, twee. Beide bezoek ik graag. 

De oudste ligt aan Unter den Linden, een monumentale kolos in neoklassieke stijl, uit de negentiende eeuw, met veel bogen en zuilen. De oorlog beroofde het van zijn grote koepel, waaronder zich de grote leeszaal bevond; daarvoor in de plaats is een grote glazen kubus geschapen waaronder nu wetenschappers en studenten in stilte dikke naslagwerken raadplegen. 

Maar nog liever bezoek ik de jongere bibliotheek die in de jaren zeventig werd gebouwd in het westen van de stad, aan de Potsdamer Strasse. Het moest in prestige de westelijke tegenhanger worden van die oude bibliotheek aan Unter den Linden. Er verscheen een reusachtig boekenschip, gehuld in een goudkleurige mantel. 

Het schip bestaat uit een enorme hal opgedeeld in verschillende niveaus die met elkaar zijn verbonden middels brede, luie trappen. 

De vloeren lijken te zweven, ze doen denken aan promenade dekken met relingen. Tussen boekenrekken met wetenschappelijke literatuur kunnen zevenhonderd mensen zitten en lezen. Zachte grijze vloerbedekking en schotelvormige structuren aan het hoge plafond versterken de demping van geluid. Je kunt er staand aan zo’n reling uitzien over een kleine zee van gebogen hoofden. 

Er klinkt geen woord. Het enige geluid dat je hoort is het ruisen van de klimaatregeling, of, als je zelf tussen de lezers zit, het omslaan van bladzijden. 

Rainer Maria Rilke heeft zulke lezers eens omschreven als mensen die zich tussen twee dromen omdraaien in hun slaap. 

Dat dromerige van lezers keert terug in ‘Himmel über Berlin' - de beroemde film van Wim Wenders - met een lange scène in het Berlijnse boekenschip, waarin de engelen meelezen over de schouders van de bezoekers.

Ik zat er onlangs met een boek en het was zo hemels stil dat het was alsof ik Cassiel’s hoofd tegen het mijne voelde. 

De een, die in het voormalige oosten, ligt aan Unter de Linden; een formidabel neoclassicistisch paleis, dat grandioos is hersteld en gemoderniseerd. Ooit, voor die alles verwoestende oorlog, bevond zich de grote leeszaal in een rotunda onder een machtige koepel, nu is die zaal een vierkant onder een heel hoog dak