Voorzitter Bennie Oldenhave op ‘Varssel Airport’, de thuisbasis van de Hengelose modelbouwclub De Hoogvliegers. Foto’s: Luuk Stam
Voorzitter Bennie Oldenhave op ‘Varssel Airport’, de thuisbasis van de Hengelose modelbouwclub De Hoogvliegers. Foto’s: Luuk Stam

Met bijna 200 km per uur boven Varssel Airport: ‘Dit blijft een kick'

VARSSEL – Wie anno 2024 wil modelvliegen, moet goed zoeken naar een geschikte locatie, maar op ‘Varssel Airport’ kan en mag het nog. Hier komen de leden van modelbouwclub De Hoogvliegers vrijwel iedere zaterdag bijeen, al speelt deze hobby zich ook grotendeels thuis af: ‘Een ander zit ’s avonds voor de televisie, wij bouwen.’

Door Luuk Stam

Met een klap in het lange gras eindigt deze zaterdagmiddag de vlucht van de JAK54, een Russisch modelvliegtuig, helemaal houtbouw. Even later moet Hengeloër Co Middelink (63) vaststellen dat de onderzijde van zijn zelfgebouwde toestel bij de crash flink beschadigd is geraakt. “Voor nu is het klaar, jammer”, reageert de modelvlieger. “Het waait ook flink. Al kun je de wind niet overal de schuld van geven. Je wordt weer even met de neus op de feiten gedrukt: als dit je hobby is, moet je blijven oefenen, anders moet je sleutelen.”

‘Dat je de
controle hebt
over iets dat
vliegt, dat is
prachtig’

Zijn dorpsgenoot Bennie Oldenhave (72) weet er alles van, hij is oprichter en voorzitter van modelbouwclub De Hoogvliegers. Meerdere keren per week is Oldenhave op het modelvliegveld aan de binnenzijde van circuit De Varsselring nabij Hengelo aanwezig. Zaterdagmiddag is hier dé vliegmiddag, of het moet té hard waaien, regenen of vriezen. Toch zijn heel wat clubleden – dertig in totaal, onder wie veel pensionado’s – hier ook doordeweeks geregeld te vinden. Ze vliegen met vliegtuigen en helikopters, maar ook drones.

De leden komen uit de wijde omtrek: Hengelo, Vorden, Zelhem, Ruurlo, Doetinchem, Zutphen, Zevenaar, zelfs uit Deventer en Apeldoorn. Het aantal clubs met een eigen ‘vliegveld’ is door de jaren heen dan ook nogal afgenomen. Deze regio telt er nog enkele. Zo heeft de Winterswijkse Luchtvaart Club een vliegveld in de buurtschap Henxel. “Maar de andere kant op moet je nog een heel stuk verder weg om het volgende vliegveld tegen te komen”, zegt Oldenhave, wijzend richting onder meer Arnhem, Ugchelen en Olst.

Duikvlucht
Vanuit zijn woonplaats Wehl weet Wilco Vels (58) dit tot ‘Varssel Airport’ opgewaardeerde stuk grasland al sinds 1989 te vinden, hij is trouw lid en tevens penningmeester van De Hoogvliegers. De wind die deze middag waait, is voor zijn ooit als bouwpakket gekochte heli geen probleem, die snijdt er met speels gemak doorheen. Het apparaat heeft een kruissnelheid van zo’n 170 kilometer per uur. Die snelheid kan bij wind in de rug bij een duikvlucht zelfs oplopen tot 200 kilometer per uur.

Een imposant gezicht is het, wanneer Vels zijn trots door het Varsselse luchtruim doet scheren. Op een paneel kan de Wehlenaar vanaf de grond alles bedienen: van het gas geven tot het roteren van de bladen om te sturen. “Precies zoals bij een echte helikopter”, zo heeft hij even hiervoor uitgelegd. “En je doet het allemaal tegelijk. Dat vraagt de nodige oefening, zoiets leer je niet in één middag. Het is net als met pianospelen, het moet een automatisme worden.”

Vels is meer dan geoefend, haalde in het verleden zelfs podiumplekken in nationale wedstrijden. Maar dan nog kán een toestel crashen. “Dat is juist de spanning”, aldus de Wehlse vijftiger. “Als je thuis een flightsimulator-game op de computer doet en het gaat mis, start je opnieuw op en je kunt weer verder. Hier staat alles op het spel, dit blijft een kick.”

Praatje
Daarbij is het hier aan de rand van circuit De Varsselring een sociaal gebeuren. De leden komen met de auto deze kant op, klappen aan de rand van het grasland hun tuinstoeltjes uit, maken een praatje. Waar de één vliegt, kijken de anderen toe. Veiligheid staat hoog in het vaandel. Opstijgen en landen gebeurt alleen als de nabijgelegen weg vrij is.

Veel van deze mannen kennen elkaar al jaren, hun gezamenlijke hobby is het bindmiddel. “Clubs als deze vind je niet zoveel meer”, weet ook Vels. “Vroeger hadden we nog jonge leden, tieners, dat is nu heel zeldzaam. Aanwas is er weinig. Ja, in de coronatijd, toen zaten mensen thuis en dachten ze ineens na over andere hobby’s, hadden we bij onze club nog een grote toeloop van tien leden.”

‘Vroeger
hadden we
nog jonge
leden, tieners,
dat is nu heel
zeldzaam’

Een aantal daarvan is gebleven, een aantal weer vertrokken. Af en toe krijgt Bennie Oldenhave nog een aanvraag voor een nieuw lidmaatschap, vaak in relatie tot drones. Laatst nog twee natuurbeheerders, die een drone gebruiken om met een warmtecamera reeën op te sporen. “Ze waren tot de conclusie gekomen dat ze er toch nog niet zo goed mee om konden gaan”, vertelt Oldenhave, die als instructeur momenteel tien leerlingen onder zijn hoede heeft.

De ervaren Hengelose modelvlieger begeleidt de nieuwe leden tot het halen van hun vliegbrevet, waarmee ze binnen de club(s) zelfstandig mogen vliegen. Nieuwkomers kunnen ook hulp krijgen bij de keuze van een toestel, het bouwen en het afstellen. “Je moet wel iets technisch onderlegd zijn om de tekeningen goed te kunnen begrijpen”, zegt Vels.

Controle
Thuis iets maken dat hier op zaterdagmiddag de lucht in gaat, dat blijft ook voor Co Middelink iets magisch. Hij was in 1978 betrokken bij de oprichting van De Hoogvliegers, liet de hobby na zijn trouwen voor wat die was, maar keerde recent terug bij de club. Het gevoel is weer net zoals destijds. “Dat je de controle hebt over iets dat vliegt, dat is prachtig”, aldus de Hengeloër. “En het bouwen, dat is deel van de hobby. Een ander zit ’s avonds voor de televisie, Mijn man is klusser en al die ongein. Daar heb ik niks mee, wij doen dit.”

Dat alles komt samen op dit modelvliegveld. Niet alleen de schaalvliegtuigen en -helikopters vliegen hier deze zaterdag voorbij, ook de uren. Al pratend over de passie lijkt de crash van eerder deze middag al welhaast vergeten. De gevolgen zullen dan ook niet al te groot zijn, verzekert Middelink. Zijn JAK54 zal op ‘Varssel Airport’ snel weer opstijgen: “Een avondje plakken, de lijm laten drogen, nieuw folie erop en dan vliegen we weer.”

Hoe lang nog? Oldenhave hoopt dat de club in ieder geval het 50-jarig jubileum in 2028 zal halen. Aan het enthousiasme zal het niet liggen. De winterstop stellen ze hier zo lang mogelijk uit, soms vliegen ze nog met de handschoenen aan. Voor wie helemaal niet kan wachten tot de lente organiseert de club deze winter in de Pickerhal in Eibergen indoorvliegdagen. Die zijn op zondag 19 januari en zondag 16 februari van 14.00 uur tot 17.00 uur, de toegang is gratis.

Hengeloër Co Middelink met zijn JAK54, kort voordat het modelvliegtuig bij een crash flink beschadigd raakt.
Voor Wilco Vels uit Wehl is het vliegen met zijn modelhelikopter een hobby die nooit verveelt: ‘Hier staat alles op het spel’.