
Een lintje en bloemen van burgemeester Patrick van Domburg voor de bij verraste Wim Lentink. Foto: Paul Harmelink
Koninklijke onderscheiding voor vrijwilliger Wim Lentink
SportVORDEN – “Ik had het totaal niet verwacht. En het had van mij ook niet echt gehoeven.” De eerste woorden van Wim Lentink kort nadat hij door burgemeester Patrick van Domburg was geëerd als kersvers Lid in de Orde van Oranje Nassau. Maar de supervrijwilliger van Vordens Tennis Park (VTP) straalde wel van oor tot oor. En in de jubileumtent klonk klaterend applaus: alle aanwezige leden van de 50-jarige vereniging vonden het lintje duidelijk méér dan verdiend.
Door Sander Grootendorst
De burgemeester was zaterdag een van de gasten bij VTP aan de Overweg, waar de drukbezochte feestavond was georganiseerd. Ook een groot aantal familieleden van Wim Lentink was uitgenodigd, maar zij bleven nog even buiten de tent, anders had hij natuurlijk argwaan gekregen. Voorzitter Cees van Voskuilen hield een inleidende toespraak, waarin hij eerst twee anderen in het zonnetje zette. “Onze trouwe leden Truus en Bert. Ze zijn er al bij sinds 1975.” De twee zijn bovendien prima tennissers. “De topspin van Truus is de beste, en tegen de ferme stoot van Bert, vlak over het net, kun je vaak ook niets doen. Gelukkig worden jullie wat ouder, nu hebben wij meer kans”, grapte de voorzitter. Een opmerking die helemaal paste in de geanimeerde sfeer van de avond. “Eigenlijk zou ik nog veel meer leden kunnen huldigen”, zei Van Voskuilen, terwijl hij in de tent rondkeek.
En daarmee duidde hij eigenlijk al op iets wat de burgemeester later expliciet onder woorden bracht: dat een vereniging het niet zomaar even vijf decennia volhoudt. Daar is de inzet van alle betrokkenen voor nodig. Van Voskuilen kon ze natuurlijk niet allemaal noemen – VTP telt 230 leden –, maar dankte wel nog de acht man en vrouw sterke feestcommissie voor de “prachtige aankleding van het park”.
Over aankleding gesproken: de burgemeester kreeg voorafgaand aan zijn speech een jubileum-T-shirt cadeau en had zelf ook een presentje meegebracht – een bijenhotel. Daarmee liep hij in feite vooruit op de verrassing die hij voor Wim Lentink in petto had: Wim is dé man van het groen en de duurzaamheid bij VTP. Van Domburg: “Het bijenhotel staat ook symbool voor jullie gastvrijheid. Bij jullie vereniging is iedereen is welkom.”
Zó lang een
club in de lucht
houden, dat is
een sportieve
prestatie op
zich
Hart en ziel
“Zó lang een club in de lucht houden, dat is een sportieve prestatie op zich”, vindt Van Domburg. “Heel veel vrijwilligers zorgen ervoor dat het goed blijft gaan met de club.” Dat VTP niet alleen de sportieve maar ook diverse sociale activiteiten ontplooit, waaronder de Vordense popquiz, weet de burgemeester zeer te waarderen.
Met al deze lovende woorden kwam hij als vanzelf uit bij de persoon van Wim Lentink, “iemand die zich jarenlang met hart en ziel heeft ingezet voor de gemeenschap, een man met vele talenten én een onuitputtelijke bron van enthousiasme”.
Dat weten ze ook in Brummen, waar Lentink vandaan komt (hij verhuisde in 2004 naar Vorden). Ze kennen hem er nog van zijn vrijwilligerswerk voor volleybalclub Bruvoc – Lentink organiseerde de straatvoetbaltoernooien – en duivensportvereniging De Valk, waarvan hij negen jaar voorzitter was, of als speaker bij het vogelschieten. Van Domburg citeerde Lentinks motto: “Als je iets doet moet je het ook goed doen en met volle inzet.”
Lentink (73 nu) bracht het motto bij in zijn werkzame carrière eveneens in de praktijk. Liefst vijftig jaar was hij in diens van De Enk Groene Golf, een bedrijf gespecialiseerd in aanleg en onderhoud van ‘hoogwaardig groen’. Van Domburg: “Je passie voor groen heb je gecombineerd met je liefde voor sport door je in te zetten voor het aanleggen en beheren van de sportvelden. Ook weer hier in Vorden. Meerdere dagen in de week ben je op de accommodatie te vinden. Vijfentwintig andere vrijwilligers stuur je aan bij het maaien, snoeien, schilderen en het verdere onderhoud.” De burgemeester noemde Lentink “een echte verenigingsman, op wie je altijd een beroep kunt doen”. “En dat allemaal belangeloos, alsof het vanzelfsprekend is. Maar maatschappelijke betrokkenheid zoals die van jou is van onschatbare waarde.”
Geheim
Tot verbazing van Lentink stapten opeens zijn famileden naar voren – onder wie zijn kleinkinderen – en hij besefte dat er een complot was gesmeed. Een vrolijk complot. “Zelfs mijn vrouw heeft het geheim weten te houden.” Waaraan hij meteen toevoegde dat hij “zonder de volledig ondersteuning” van zijn echtgenote al zijn inspanningen voor de club nooit had kunnen doen. En nee, hij had vanavond niet per se in het middelpunt van de belangstelling willen staan. “Zo zit ik niet in elkaar. Ik blijf liever op de achtergrond.” Laat Lentink in de wintermaanden maar klaverjasavonden organiseren: “Altijd volle bak.” Of – een nieuw idee: “een tennistoernooi voor zestigplussers uit heel Bronckhorst”.
“Ik vind het fijn om mensen met elkaar te verbinden, dat heb ook voor mijn werk altijd gedaan. Ik ben een mensenmens. En ik ben van mening dat je, als je lid bent van een vereniging, voor die vereniging ook wat moet doen. Dat hoeft niet twintig jaar lang, een jaar of vijf is ook goed.” Zo worden verenigingen door hun leden gedragen. Vordens Tennis Park is er een sprekend voorbeeld van.