Racemonsters

Mijn buurjongen heeft midden jaren negentig een Puch, hij is een jaar of tien ouder dan ik. Zo’n brommer, dat vind ik als kind iets magisch. Alles eraan vind ik mooi. Het ronkende geluid alleen al, als hij ermee naar buiten komt om op pad te gaan, naar school of naar zijn vrienden. Dat geluid heeft iets gaafs, iets stoers, doet vermoeden dat het ding met mijn buurjongen erop in razende vaart over de wegen zoeft. De helm die je erbij op moet, is al even indrukwekkend. En in het tunneltje tussen onze huizen blijft de damp van benzine steevast wat hangen. Er is weinig dat lekkerder ruikt dan dat. Voor mij is een Puch een absolute droom.

Als ik zelf zestien ben, is van die droom weinig over. Ik ben gek op fietsen, heb geen enkel verlangen naar een brommer of een scooter. Ze komen aan de lopende band voorbij op het fietspad naar de middelbare school, dat wel. We hebben het dan over het begin van deze eeuw, de opgevoerde Yamaha-scooters zijn het populairst. Wil je er écht bij horen, dan moet je daarmee het schoolplein op komen rijden. Bij wijze van tegenbeweging koopt een aantal jongens uit mijn klas een Zundapp, inclusief een bordje voor in het brommer- en scooterhok: ‘Zundapp Parking Only.’ Pure cult.

Moet ik aan denken als ik dit voorjaar weer eens een Zundapp zie rijden, ’s ochtends vroeg. De berijder is in stijl gekleed, leren jas, achterop een aktetas. Schitterend. Het voelt even alsof dit landweggetje net buiten het dorp deze ochtendstond in de jaren zeventig of tachtig meemaakt. Laat de naam van deze brommer vallen bij de oudere generatie en je krijgt complete verhalen, over hoe ze er stad en land mee afjoegen om naar die ene discotheek te kunnen afreizen, een wedstrijd van De Graafschap bij te wonen, een motorcross of een wegrace. Geregeld met een vriend of vriendin, een broer of zus achterop die brommer.

Zelf rijd ik in mijn middelbare schooltijd een enkele keer op een Puch, in het bouwland bij een klasgenoot die buitenaf woont. De eerste keer is het allermooist. Het gevoel van snelheid zwakt vrij rap af, een Puch gaat immers helemaal niet zo snel. Later mag ik het ook eens op de schakelbrommer proberen. Ik kom tot de derde versnelling, bij een poging tot terugschakelen slaat het ding me af. Het zal aan mij gelegen hebben. Tot zover mijn motorsportcarrière.

Voor een verhaal in de lokale krant spreek ik in de aanloop naar de wegraces in Hengelo af met mijn dorps- en leeftijdsgenoten, die hier dit weekend voor het eerst meedoen aan deze races. Speciaal voor de foto brengen ze hun motoren mee. Wat een apparaten! Alles eraan vind ik mooi. Bij het zien ervan, voel ik me weer even kind. Deze racemonsters zijn uiteraard vele malen sneller dan een Puch, maar zoveel jaar later is de beleving hetzelfde. En dat op deze plek. Meedoen op de Varsselring, het moet iets magisch zijn. Wesley, Bart en Tom: alderbastend veel succes!