
De familieleden van de vijftien Hengelose dwangarbeiders. Bovenste rij v.l.n.r.: Eric v.d. Weer, Jan Hendrik Wansink, Saskia Wansink, Ap Luesink, Truus v.d. Weer, Hans v.d. Weer, Wim Gr. Bruinderink, Vincent Mooy. Middelste rij: J. Probst, Gea v.d. Weer, Emil Visser, Helma Leusink, Ria van Ussen, Irma Mooy, Geert Berendsen, Hennie Demming. Voorste rij: Dirkje Taken, Theo Taken, Litha Visser, Arnold Bruggink. Elly Meulenbrugge, Marijke v.d. Water, Jan Bobbink. Foto: PR
Hengelose dwangarbeiders herdacht in Duitsland
HENGELO - Het was op 8 mei jl. een bijzonder moment in het Duitse Stadtallendorf, in de buurt van Marburg. In het Documentations und Informationszentrum (DIZ) dat sinds 1994 een belangrijk herdenkingsmuseum is, werden in het bijzijn van de familieleden vijftien Hengeloërs herdacht die daar tijdens de Tweede Wereldoorlog dwangarbeid in munitiefabrieken moesten verrichten. Het was een onderdeel van de viering van de bevrijding van de nazi’s.
Door Willy Hermans
De herdenking is het resultaat van een speurtocht die in 2024 in gang is gezet door Jan Hendrik Wansink uit Doetinchem. Op zoek naar gegevens over zijn vader Marten Wansink kwam hij terecht in het DIZ. Directeur Jörg Probst vertelde hem over zes vrouwen die in het kamp verbleven, onder wie Rita Vlieghuis uit Hengelo Ov. Wansink ging op onderzoek naar de vrouwen en ontdekte dat een dochter van Rita Vlieghuis nog leefde. Zij was na de bevrijding van het kamp door de Amerikanen op 30 maart 1945 met zeven mannen teruggelopen naar Nederland omdat vervoer naar huis lang op zich zou laten wachten. Zij had een dagboek vanaf de bevrijding bijgehouden en ook van de voettocht naar Nederland.
Dochter Rita Harren bleek in het bezit van dat dagboek, waarin alle acht namen stonden vermeld. Onder hen was Hengeloër Harry van de Weer (1922-1987). Wansink zocht contact met diens zoon Hans, die altijd al geïnteresseerd was in de Tweede Wereldoorlog, maar in het bijzonder de lotgevallen van zijn vader. Harry van de Weer had weinig verteld over die donkere periode maar wel een dagboekje nagelaten dat hij schreef tijdens zijn voettocht van 13 dagen naar huis. Dat boekje is door Hans uitgeschreven en in het Duits vertaald.
15 Hengelose dwangarbeiders achterhaald
Wansink en Van de Weer kwamen erachter dat er meer Hengeloërs dwangarbeid hebben verricht in deze grootste munitiefabrieken van het naziregime. Ze achterhaalden vijftien namen, maar mogelijk zijn er nog meer geweest. Ze moesten in de jaren 1942-1945 zwaar werk verrichten door bommen te vullen met chemische stoffen. De 20.000 dwangarbeiders uit 29 landen werden ondergebracht in tien kampen en zes kolonies. De westerse dwangarbeiders zoals die uit Nederland konden zich redelijk vrij bewegen en leefden in betere woonvoorzieningen dan de anderen die in overvolle houten barakken verbleven en onder zware arbeidsomstandigheden moesten werken.
Wansink en Van de Weer kregen medewerking van Hennie Demming-Schuppers die achter de vijftien namen aanging om meer gegevens boven water te krijgen. Zo kwamen ook meer verhalen tot leven en ontstond er een beter beeld van de Hengeloërs in Lager Steimbel en Lager Münchmühle dat tot nu toe vrijwel onbekend was gebleven.
Voettocht van 400 km naar Nederland
Hans van de Weer deed al eerder onderzoek naar het verblijf van zijn vader in Duitsland maar kon recent meer documenten in het Nationaal Archief inzien. Harry van de Weer arriveerde op 3 april 1943 in Lager Steimbel. Het waren eentonige dagen, elke dag vroeg melden op de appèlplaats, vandaar afgevoerd naar Allendorf, waar ze in de bunkers bommen moesten vullen.
Het kamp werd op 30 maart 1945 bevrijd door de Amerikanen. Dat werd uitbundig gevierd maar de Nederlanders wilden naar huis. Vervoer kon echter nog weken duren waarop Harry met het groepje van acht personen op 11 april 1945 te voet naar Nederland vertrok. Dat is ook de dag dat bij begon met zijn dagboek. Harry noemt daarin maar twee namen genoemd: van Rita en Jan Voelman. Het boekje handelt over de gevoelens en de problemen onderweg: honger, veel geallieerd verkeer en allerlei andere gevaren. Elke dag proberen onderdak te vinden, schooieren om eten, omleidingen door zwaar terrein. Er werd nog flink gevochten want de oorlog was nog niet afgelopen.
Via Utrecht naar Hengelo (Gld)
Hans van de Weer had het dagboek van zijn vader in 1997 uitgewerkt, maar in die tijd was onderzoek via internet nog beperkt. In oktober 2024 kwam hij in contact met Jan Hendrik Wansink die de dochter van Rita Vlieghuis had getraceerd. Wansink is enig kind van Marten Wansink die in de oorlogstijd aan de Spalstraat 2A woonde. Hij kwam erachter dat zijn vader als dwangarbeider werkzaam was geweest in Allendorf. Hij reisde met zijn echtgenote in augustus 2024 naar het DIZ in Stadtallendorf om meer informatie te achterhalen. Hij kreeg dr. Probst te spreken die hem vertelde dat hij onder de indruk was geraakt van Annie Frequin. Deze vrouw had in Lager Steimbel het Engelse volkslied op de piano gespeeld in aanwezigheid van Duitsers die dat uiteraard niet konden waarderen. Deze vorm van passief verzet vond Probst heel bijzonder.
Wansink bood daarop aan onderzoek te doen naar de zes vrouwen die destijds in Lager Steimbel waren ondergebracht. Tijdens dat onderzoek kwam hij terecht bij Rita Harren-Bonenkamp uit Utrecht. Het bleek dat haar moeder (Rita Vlieghuis) in de gevangenis in Utrecht had gezeten vlakbij de plek waar zij woont. Dat heeft zij nooit geweten. Haar moeder is overleden toen ze vijf jaar oud was dus ze heeft haar niet echt gekend.
Digitaal paviljoen ingericht voor Hengeloërs
Jan Hendrik Wansink gaf de ingewonnen informatie over de dochter door aan Probst, die erg onder de indruk was dat er twee dagboeken waren geschreven. Hij noemde dat belangrijke schatten. Probst had inmiddels in de archieven van het DIZ achterhaald dat vijftien Hengelose mannen dwangarbeid hadden verricht en verbleven in Lager Steimbel en Lager Münchmühle. Omdat dat voor zo’n klein dorp veel mensen waren vatte hij het plan op er iets speciaals mee te doen, maar daar was meer achtergrondinformatie voor nodig.
Jan Hendrik Wansink deed een beroep op Hennie Demming-Schuppers, die er veel tijd en moeite in stak om zoveel mogelijk informatie te krijgen. Daarvoor voerde ze gesprekken met veel families. Door het DIZ is er nu een digitaal paviljoen ingericht met de foto’s van de mannen en de achtergrondinformatie. Deze permanente digitale tentoonstelling is te bekijken op de website. Op deze wijze wil het DIZ de mens achter de dwangarbeider laten zien.
Ook de gemeente Bronckhorst is erbij betrokken. Vanuit de gemeente is een formele brief opgesteld voor het DIZ, waarin zij ook hun betrokkenheid en waardering tonen. Deze is in het Duits vertaald en door Hans van de Weer meegenomen om tijdens de herdenking van 8 mei voor te lezen en officieel te overhandigen.
Bezoek aan de bunkers
Het bezoek van de 22 familieleden begon op 7 mei met een bezoek aan het DIZ. Lager Steimbel werd 8 mei bezocht, waarna de officiële herdenking volgde. Het dagboek van Harry van de Weer werd bij die gelegenheid voorgelezen door studenten in aanwezigheid van allerlei genodigden onder wie de burgemeester van Stadtallendorf. Onverwacht volgde op de derde dag nog een extra bezoek aan de bunkers zelf op het fabrieksterrein waar de dwangarbeiders de bommen vulden. Dit maakte een enorme indruk op de familieleden.
De 15 Hengeloërs
David Berendsen, Herman Harmsen, Gijsbert Schmidtz, Hendrik Bobbink, Marinus Klein Winkel, Bertus Taken, Harry Bruggink, Evert-Jan Klein Zessink, Dorus Taken, René Geurts, Martinus Momberg, Marten Wansink, Gerard Groot Bruinderink, Johan Roenhorst en Harry van de Weer. Klein Zessink en Wansink zijn op 23 april 1943 gevlucht uit het kamp en teruggekeerd naar Nederland. Bertus Taken kwam om het leven bij een explosie op 20 september 1944.
Meer informatie op de website.
diz-stadtallendorf.de

