Sportschoolvrienden

Ze zien eruit alsof ze samen op avontuur zijn in een etappe van de Tour de France, een ietwat heuvelachtige rit. Zo eentje die te uitdagend is voor de sprinters, maar tegelijk te eenvoudig voor de echte klimmers, voor de mannen van het klassement. Kansen voor de avonturiers! Met z’n tweeën in de vroege vlucht, als bondgenoten, vrienden, misschien zelfs gebroeders. Maar deze twee zijn niet onderweg tussen de prachtige Franse graanvelden, zij zwoegen zich geen weg over het asfalt richting de hoofdrol in een heroïsch verhaal, richting eeuwige roem. Nee, deze mannen duwen de pedalen rond in de plaatselijke sportschool. Week na week, dinsdagmiddag na dinsdagmiddag. Je kunt er de klok op gelijkzetten. Daar zitten ze, naast elkaar op de fiets.

Veelal volop in een geanimeerd gesprek. Dusdanig dat het doet vermoeden dat ze allebei nog heel wat krachten over hebben, dat ze nog lang niet volle bak geven. En dan ineens wordt het stil, bij beiden versnelt de ademhaling, de beentempo’s gaan omhoog, zweetdruppels worden zichtbaar. Af een toe is er een korte blik opzij. Is de één al kapot? Staat de ander op het punt om het op te geven? Er is hier onmiskenbaar iets van competitie. Onderling. En alsof ze samen daadwerkelijk in die vroege vlucht zitten, het peloton niet willen doen terugkeren. Maar hoe hard ze ook trappen, de fiets zal hier in de sportschool op te plek blijven staan. Toch liegen de cijfertjes op het beeldscherm niet. Dit is niet willen toegeven, elkaar motiveren, tot het uiterste drijven.

Dan opnieuw die rust, toch weer dat gesprek. Over van alles en nog wat: voetbal, het knotsgekke weer, de beurskoersen, het werk, nog eens over het werk. Ja, in eerste instantie dacht ik dat ze collega’s waren, deze twee. Dat ze hier op de fiets samen de meest recente ontwikkelingen doornamen, weg van de kantoorstress, geen andere meeluisterende collega’s. Bleek niet te kloppen. Buurmannen misschien? Ook niet. Dit zijn sportschoolvrienden. Bij toeval naast elkaar op de fiets komen te zitten, aan de praat geraakt. En het klikte. Schitterend! Nu zijn ze elkaars grootste motivatie. Afspreken is niet nodig, want hun ritme is nagenoeg gelijk. Wel komt er een appje als één van de twee een keer overslaat. Ik kan u zeggen: dat gebeurt zelden of nooit.

Ze houden het al tijden vol, zijn hier niet meer weg te denken. Het voelt alsof ze er al bij waren in de jaren dat Michael Boogerd nog onze nationale Tourhoop was. Als ik dit inmiddels illustere duo voor de zoveelste keer tref in de kleedkamer, gaat het weer eens over de gezamenlijke overtuiging dat er na al die inspanningen wel een plek is verdiend in deze column. Het is trap na trap welhaast deel van de ambitie geworden. Over ambities gesproken: één van de twee - de sterkste fietser? - is vastbesloten zich aankomend weekend op de kermis tot koning te schieten. Een eer die zal voelen als het dragen van de gele trui. Het zal er dinsdagmiddag op de fiets in de sportschool aan één stuk door over gaan.