Zonnebloemen
Er waren jaren bij dat ze heel veel pracht uitstraalden. Kracht ook. De hoogte in, vol kleur, vol leven. De één nog hoger dan de ander. Als ware het een heuse competitie, met de passanten als juryleden. Kijk mij! Zet mij op de foto. Deed ik dan ook vaak. Was ik gevoelig voor, voor die roep. Dit jaar is er weinig reden toe. Ze zijn weer ingezaaid, in de strook tussen het weiland en de zandweg, dat wel. En de start was nog veelbelovend. Ze toonden zich vol goede moed, het ging al snel richting de meter hoogte. Toch waren ze nog niet rijp voor de foto, nog niet klaar voor hét moment. Het zou een kwestie van geduld zijn zeker? Misschien een paar dagen, misschien een paar weken, maar dan zouden ze er toch wel in volle glorie staan?
Het was hoop, wellicht tegen beter weten in. Want de zonnebloemen, die hebben water nodig. En het is droog, al tijdenlang hebben we nauwelijks regen van betekenis gehad. Daardoor is er in de ingezaaide bloemenrand eerder sprake van verwilderde treurnis dan van kleurpracht. Hier en daar doen wat bloemetjes – het zijn hier meer dan alleen zonnebloemen – dapper hun best. Er is één zonnebloem, die moet in dit schrijven vermeld worden. Niet hoog van stuk, wel een absolute strijder, ik vermoed gebruikmakend van uit het nabije weiland weggestroomd sproeiwater. Elke druppel heeft deze zonnebloem geabsorbeerd. Normaal gesproken zou een variant met deze lengte geheel in het niet vallen, nu is het een uitschieter. Bijna een foto waard.
Eenzaam is dit kleintje wel. Verderop staan ze met heel veel, maar daar is dan weer nauwelijks nog leven te bespeuren. Het laatste beetje kleur is eruit verdwenen, alles is bruin, dor, hangt slap naar beneden. Dat ze met zoveel zijn, dat is de enige reden dat ze nog iets van aandacht krijgen, dat menig wandelaar alsnog een blik hun kant op werpt. Ondertussen schreeuwen deze bloemen het uit: we hebben het zwaar, maar we hebben elkaar. Ja, er is ruim voldoende ingezaaid, daar ligt het niet aan. Ik passeerde die avond toevallig, toen ze hier bezig waren. Een vader en zoon waren het, agrariërs, kenners op dit vlak. Ook bij hen die grote wens: nu maar hopen dat het wat wordt. Tjah, de natuur moet het doen, ergens is dat ook het mooie.
Laat het regenen, laat het regenen, laat het regenen. Nouja, ga je erop zitten wachten, dan duurt het doorgaans alleen maar langer. Het tegenovergestelde is vaak net zo goed waar. U kent het wel: wachten op dat ene bezoek, dat maar niet komt. Bent u nét op weg naar de supermarkt, staat hij of zij voor de deur. Zul je nu net zien: staat deze column goed en wel in de steigers, gaan de hemelsluizen open. Helaas voor de zonnebloemen te laat. Volgend jaar weer een kans. Want dat zou ik wel willen zeggen, tegen vader en zoon en tegen al die anderen in de omgeving die zich hier sterk voor maken: blijf vooral zaaien. Voor je het weet wandelen we weer langs één en al pracht en kracht.