Goeiendag eem!
Bij uitzondering schrijf ik deze column niet vanuit de Achterhoek, maar vanuit het noorden van Overijssel. Het voelt hier al een beetje als Drenthe, sterker nog: het is hier bijna Drenthe. Rijd vanaf dit vakantiepark het landweggetje uit, sla linksaf, stukje verder weer rechts, bruggetje over en je bent in een andere provincie. Het riviertje De Reest slingert precies over de grens. Ook Friesland is niet ver weg. Hoe dan ook: het is hier bij uitstek plattelandsgebied.
Vertoefde ik de voorbije jaren tijdens vakanties nog weleens in meer stedelijk gebied, hier geniet ik ervan hoe veel hetzelfde gaat als bij ons. Mensen groeten elkaar, zelfs onbekenden op straat. In de snackbar in het dorp verderop – in Drenthe – val ik nietsvermoedend in een warm bad. Iedereen kent elkaar bij de voornaam, is op de hoogte van de laatste nieuwtjes. ‘Wo’j oma!’, klinkt het richting een vrouw die haar bestelling komt afhalen. ‘Wat leuk!’ Felicitaties van het complete team, ze hebben het allemaal al gehoord.
De dochter en haar vriend wonen wel een eindje weg, in een Gronings dorp, drie kwartier rijden. Hij komt daar uit de buurt. Maar ach, het zal z’n weg wel vinden. Donderdag wordt de vaste oppasmiddag. Ik smul hiervan. Met mijn broodje ambachtelijke gehaktbal met mosterd zit ik dan wel enigszins buiten dit tafereel, maar het is niet te missen hoe één en al levensgeluk deze snackbar vult. De eigenaar doet er in onvervalst Drents nog een schepje bovenop: ‘Da’s toch mooi, ja!’ De aanstaande oma straalt van oor tot oor.
Veel tijd om kort daarna op de fiets terug richting het park weg te dromen bij al dit mooie dorpsgebeuren is er niet, want het is op de slingerende weggetjes uitkijken geblazen. Achter elke bocht kan zomaar een Max Verstappen opduiken, ze zijn met veel. Of een grote trekker met een laadwagen vol gras, die lijken hier wel dag en nacht door te rijden. De weidsheid van het landschap biedt ondertussen een perfect beeld op een wonderschone zonsondergang.
De volgende ochtend, fietsronde, tegenligger: op de fiets, bouwvakkersschoenen aan, voetbaltas op de rug. Te lezen op de borden bij het binnenrijden van dit dorp, Koekange: de plaatselijke trots Vitesse’63 neemt het deze zaterdag thuis op tegen SVM uit Marknesse (uitslag 2-1). Ik zie de potige kerel met de bouwvakkersschoenen na afloop zo zitten, de winst vierend met zijn teamgenoten achter een tafel vol groene flesjes. En dan flink sprekken.
Wat was ik er graag even bij gaan zitten. Puur en alleen om nog een paar van die machtig mooie uitdrukkingen de revue te horen passeren, zoals ik die deze dagen overal hoor. Dat je al dan niet bewust iets van die taalrijkdom oppikt, dat is een gegeven. Mocht u mij eerdaags weer in of rondom Hengelo zien verschijnen, dan sluit ik niet uit dat dit gepaard gaat met de hier alom gebezigde groet: goeiendag eem!