
Over natuurherstel en bos als blijvend ecosysteem
NatuurLezing Vereniging Oud Vorden
Door Henk Boogaard
VORDEN - De Vereniging Oud Vorden had voor de eerste lezing van het seizoen in september een leerzame avond georganiseerd over beheer van bossen en over natuurherstel. Met veel aandacht voor de ingewikkelde samenhangen tussen alles wat zich afspeelt in de natuur om ons heen. En over hoe mensen door de tijd heen dachten over de relatie mens en natuur. Op de lezingen bij Hotel Bakker waren circa 120 geïnteresseerden afgekomen.
Jaap Kuper
In de eerste lezing geeft Jaap Kuper, 35 jaar lang Rentmeester van Kroondomein Het Loo, een inkijk in hoe in Nederland wordt omgegaan met bosbouw en hoe het volgens hem anders zou moeten: meer natuurinclusieve bosbouw. In 1974 heeft hij daarover al een proefschrift geschreven.
Aandacht voor de samenhang van bomen met de natuurlijke gegevenheden in de omgeving speelde vanaf circa 1900 bij bosbouw nauwelijks een rol. Tot de middeleeuwen van Nederland begroeid met veel natuurlijk ontstane loofbossen. Door de economische ontwikkeling was veel hout nodig, onder meer voor de bouw van de vele VOC-schepen. Nederland werd in die tijd kaalgekapt en er ontstonden veel woeste gronden en heidevelden. Vanaf circa 1900 begon men voor allerlei doeleinden bomen te planten, zonder veel rekening te houden met de ondergrond. Vaak werd de Grove Den geplant, in grote rechthoekige vlakken. Met als doel om ze na verloop van tijd allemaal in één keer te kunnen kappen. Dat werd gezien als efficiënte bosbouw. Een deel van het areaal Grove Dennen werd later gekapt om er landbouwgrond van te maken. Andere delen werden na het kappen opnieuw ingeplant met vooral Grove Den, Douglas of Lariks. Deze wijze van bosbouw is volgens Kuper schadelijk voor alle natuurlijke processen in de ondergrond. Door plotseling weghalen van grote stukken bos wordt de CO2 opname in het gebied ernstig verstoord en kan erosie optreden. Het zijn monotone onaantrekkelijke, brandgevaarlijke bossen.
Jaap Kuper is sterk voorstander van overgaan op natuurlijke bossen en regelmatig dunnen van die bossen voor de houtproductie waarbij de natuur bepaalt welke bomen er groot worden. Hij heeft tot nu toe tevergeefs geprobeerd om het landelijke beleid te overtuigen dat zijn kijk op bosontwikkeling beter was voor de natuur en ook niet duurder. De voorstanders van de kaalkapmethode hadden andere en economische argumenten. Die waren volgens Kuper gebaseerd onjuiste argumenten en op belangen van onder meer bedrijven in de bosbouw. En ook op niet juiste berekeningen van kosten en opbrengsten. Landgoedeigenaren, onder meer rond Vorden, laten zien dat zijn visie op bosbeheer klopt. Bosbouw is geen vetpot, maar natuurinclusieve bosbouw is, als je alles eerlijk meerekent, niet duurder dan kaalkapbosbouw. Natuurlijke bossen zijn bovendien voor bezoekers veel aantrekkelijker dan de kaalkapbossen. Hij hoopt nog steeds dat de beleidsmakers en de politiek die zich bezighouden met bosbouw in gaan zien dat zijn visie op duurzaam bosbeheer beter en niet duurder is dan kaalkap. Binnenkort komt zijn boek ‘Natuurvolgend bosbeheer’ uit waarin hij dat nogmaals probeert aan te tonen.
Sander Turnhout
Tijdens het tweede deel van de avond ging Sander Turnhout, schrijver van onder meer het Basisboek Veldbiologie, in op de ontwikkeling van de relatie van de mens met de natuur.
Turnhout raakte geïnteresseerd in veldbiologie mede door een plotselinge ontmoeting in zijn jeugd bij een sloot met een bloedrode heidelibel. Hij raakte er zo door gebiologeerd dat het natuurlijke veldleven hem niet meer heeft losgelaten. Hij is één van de mensen geworden die via gericht veldonderzoek veel meer kennis heeft verzameld over de biologische samenhang der dingen in de natuur om ons heen.
Natuurbeleid in Nederland is van de grond gekomen vanaf 1899 met de oprichting van een vereniging voor vogelbescherming. In de eerste jaren na 1900 richtte men zich vooral op dierenbescherming. Later ging de overheid zich er mee bemoeien door allerlei wetten af te kondigen en richtlijnen te ontwikkelen. Daarna werden sturende processen bedacht om de mensen te begeleiden bij de uitvoering van het gewenste meer op de natuur gerichte beleid. Bij de beleidsvorming wordt steeds meer gebruik gemaakt van toenemende kennis van wat zich allemaal in de natuur, boven en onder de grond afspeelt. Daarbij wordt de mens niet meer gezien als heerser over de natuur of alleen als rentmeester, maar meer als partner van de natuur en als onderdeel van de natuur.
Veel zaken zijn nog niet bekend. Door te weinig kennis van de onderlinge verwevenheid en afhankelijkheid van alles wat leeft onder en boven de grond zijn meestal onbedoeld essentiële dingen in de natuur kapot gemaakt, soms onherstelbaar. Maar niet alles is onherstelbaar. Sander Turnhout vindt het tijd dat men een stapje terug doet en ons eerst herbezinnen op wat men aan het doen is.
Hij benoemt drie punten die men zou moeten herbronnen:
1. Ieder mens heeft aangeboren liefde voor de natuur. Door ons hoofdzakelijk op productie te richten raakt dat steeds meer op de achtergrond. Het liefdegevoelen voor de natuur moet weer in belangrijke mate terug worden gekregen (Bio-filia).
2. Men moet meer nadenken over wat ons handelen in de natuur voor gevolgen heeft voor die natuur als samenhangend geheel (Bio Logos).
3. Er moet meer gebruik worden gemaakt van alle kennis van de natuur die door ervaring en wetenschap is verzameld (Bio Gnosis).
Het was een avond waarin de toehoorden veel heeft meegekregen om na te denken over de eigen rol in relatie tot de oneindig complexe en ons steeds weer verrassende natuur om ons heen.
