Stolpersteine
‘Wat zijn dat eigenlijk, Stolpersteine?’, hoor ik in de supermarkt. De vraag komt niet uit het niets, want op de digilageschermen in deze winkel komen dezer dagen keer op keer beelden langs van de plaatsing van deze stenen onlangs in Hengelo. Sinds kort liggen ze op twaalf plekken in het dorp, onder meer aan de Ruurloseweg, de Vordenseweg en in de Spalstraat. In totaal gaat het hier om veertig stenen.
De vraag is niet aan mij gericht, maar ik voel me geroepen om te antwoorden. Misschien komt dat doordat ik deze bijzondere stenen al langs zie komen vanaf het eerste moment dat ik voor de krant(en) schrijf. In 2015 was ik namens De Gelderlander bij de plaatsing van Stolpersteine in Aalten, het eerste dorp in de regio waar ze destijds kwamen te liggen. Inmiddels liggen er in Nederland ruim achtduizend, verspreid over Europa meer dan honderdduizend. Samen vormen ze het grootste decentrale monument ter wereld.
– letterlijk ‘struikelstenen’ – worden sinds 1992 gemaakt door de Duitse kunstenaar Gunter Demnig, ter nagedachtenis aan mensen die tijdens en rond de Tweede Wereldoorlog slachtoffer zijn geworden van het nationaalsocialisme. De messing steentjes krijgen een plek voor de vroegere woning van deze mensen, net iets hoger dan het voetpad. In 2022 kwamen de eerste Stolpersteine in de gemeente Bronckhorst te liggen. In de Dorpsstraat in Laag-Keppel, voor nummer 14, waar de familie Jacobs woonde.In Hengelo heeft de stichting Achterhoeks Museum 1940-1945 zich sterk gemaakt voor de plaatsing, een prachtig initiatief. Het bijbehorende onderzoek was een tijdrovende klus, maar het leverde veel waardevols op. Zo ontving secretaris Henk Rouwenhorst een foto vanuit Australië. Het is een zwart-witfoto van twee kinderen in een klaslokaal. Dit zijn Louis en Jennie Philips, die met hun vader Jacob en moeder Erna aan de Vordenseweg woonden.
Collega Anneke Liebrand schreef aan de hand van deze foto een beklijvend verhaal in De Gelderlander. De twee kinderen van joodse afkomst zitten keurig gekleed achter een schooltafel. Het meisje heeft een grote strik in d'r haren. Het jongetje heeft zijn arm om zijn zusje geslagen. De blik in zijn ogen is sip. ‘Alsof hij weet, dit komt niet goed’, zo liet Rouwenhorst in de regionale krant optekenen.
8 en 6 jaar oud waren Louis en Jennie, toen zij in 1943 werden vergast in Sobibor. Net als moeder Erna (40). Vader Louis (47) werd al eerder opgepakt in Hengelo, hij stierf in 1941 in Mauthausen. Zo schuilt achter al deze stenen een tragisch verhaal. In de Remigiuskerk is er tot eind november een expositie. De stenen zijn een blijvende herinnering aan deze mensen, die hier werkten, speelden, leefden. De Stolpersteine zullen bij het passeren doen struikelen. Is het niet letterlijk, dan wel in gedachten. En er dan even stil bij staan.