Boswachter Harm Peter de Vries naast een van de vrijgemaakte beuken. Foto: Guus Helle
Boswachter Harm Peter de Vries naast een van de vrijgemaakte beuken. Foto: Guus Helle

Een parelsnoer van heideveldjes: Natuurmonumenten werkt aan landgoed Velhorst

ALMEN - Velhorst, het landgoed ten zuidoosten van Almen, is aan onderhoud toe. Beheerder Natuurmonumenten vergroot en verbindt heideveldjes aan elkaar, om zo een meer robuust ecosysteem mogelijk te maken. Goed voor de biodiversiteit, helemaal van een aantal zeldzame soorten, maar hiervoor zullen wel wat bomen moeten wijken: “Als je het niet actief beheert, krijgen de zeldzame soorten geen ruimte.”

Door Guus Helle

Landgoed Velhorst is bekend om het kloeke landhuis ten noorden van de Lageweg, maar rondom de adellijke woning bevindt zich een natuurgebied dat minstens even oud is als het huis. Het kenmerkt zich door grove dennen die in de negentiende en twintigste eeuw zijn aangeplant voor houtproductie.
Her en der, tussen de dennen en de sporadische beuk en eik, zijn heideveldjes te vinden. “Deze herbergen een aantal zeldzame dieren en insecten, zoals de nachtzwaluw, de levendbarende hagedis en de blauwvleugel sprinkhaan”, vertelt boswachter Harm Peter de Vries al wandelend door het natuurgebied. Zijn oog valt op een in Nederland zeer zeldzame plant, de jeneverbes: “Deze groeit alleen op heide en komt maar weinig voor.” Hij ziet zelfs een jonge jeneverbesstruik uit de grond komen: “Dit is wel heel bijzonder, zo'n verjonging zie je zelden, de jeneverbes plant zich niet vaak voort en we weten eigenlijk te weinig hoe we dit kunnen stimuleren.”

Kans geven
Vroeger, voor de aanplant van de grove dennen, bestond het landgoed bijna volledig uit heide: “Dit deel van de Achterhoek was 2500 tot 3000 hectare heide. Schaapskuddes aten de jonge struiken en boompjes, waardoor die geen kans kregen. De schapenmest werd gebruikt voor de landbouw.” Met de komst van kunstmest verloor de heide deze functie: “Het werd gezien als woeste grond en dit diende de mens niet.” Dus kochten grootgrondbezitters de heide op en gebruikten het voor houtproductie.

Tegenwoordig wordt er anders gekeken naar bosbeheer, legt De Vries uit: “Als we het gebied niet actief beheren zal deze monocultuur grotendeels blijven bestaan. Andere soorten krijgen hierdoor geen kans, wat niet ten goede komt aan de biodiversiteit.” Daarom zet Natuurmonumenten in op een tweeledig plan: “We halen deze herfst hier en daar wat bomen weg. Dit zullen voornamelijk de ‘verliezers’ zijn van de strijd om zonlicht en ruimte, degenen die worden weggedrukt door andere, dominantere bomen.”

De boswachter zet in op een gevarieerd bos: “We zien graag diversiteit in leeftijd, soort en ook structuur van het gebied.” Daarom zijn het voornamelijk grove dennen die plaats moeten maken. De Vries wijst naar een beuk, met fel geelrode bladeren: “Deze was omringt door dennen. Door die weg te halen, krijgt de beuk de ruimte om verder te groeien. Niet alleen mooi voor het aangezicht, ook goed voor de boom.” Een deel van de gekapte bomen blijft liggen, het rottende hout geeft ruimte aan schimmels en insecten. Andere bomen worden met een ring ingezaagd, waardoor ze staand doodgaan: “Voor spechten zijn dat ideale plekken om zich te vestigen.”

Ruimte creëren
Het andere doel van het project is het verbinden van de verschillende heideveldjes met elkaar: “We maken doorgangen van het ene veldje naar het andere. Dit doen we door struiken en jonge, lage boompjes weg te halen.” Hierdoor kunnen insecten makkelijker migreren en zich verspreiden: “De veldjes liggen nu vaak 100 tot 200 meter uit elkaar. Niet veel voor ons, maar een dicht bos vormt toch een grote barrière voor insecten.”

Oude, hoge bomen blijven op deze verbindingsstukken vaak staan, ook de grove dennen, terwijl er toch ruimte wordt gecreëerd voor heidesoorten op de bodem: “Dit geeft een mooi beeld, je kan doorkijken naar het volgende stuk heide.” In deze delen ontstaat een nieuw type landschap, de bosheide. De echte heideveldjes blijven open, er groeien geen bomen, zodat de jeneverbes en andere heidesoorten zoveel mogelijk licht en ruimte krijgen. Een schaapskudde, die al twee keer per jaar helpt met het onderhouden van de afzonderlijke heideveldjes, krijgt hierdoor ook meer bewegingsruimte: “Het wordt voor de herder makkelijker de schapen de juiste kant op te sturen. Het dichte bos zat hiervoor toch wat in de weg.”

Gulle gever
Het project is mogelijk gemaakt door een gulle donateur, legt De Vries uit: “We hebben al jaren het voornemen om dit landgoed mooier en gevarieerder te maken. Met deze donatie kunnen we dit realiseren.” Volgens de boswachter levert het een mooi landschap op, met een mix van open en dichte natuur.
Sporen van de werkzaamheden in het gebied zijn hier en daar op het moment nog zichtbaar, maar niet lang meer, verzekert De Vries: "We zijn bijna klaar met het verbinden van de heideveldjes, de komende tijd zullen we nog wat bomen weghalen. Maar over een kleine maand is dat afgerond en is het landgoed klaar voor de toekomst.”

'We hopen 

landgoed 

Velhorst te 

verbinden 

met het 

Grote Veld'

En over de toekomst gesproken, Natuurmonumenten schuwt de ambitie niet: "We hopen landgoed Velhorst te verbinden met het Grote Veld, wat nu al voor een groot deel heide is.” Maar voor het zover is, gaan er wel wat jaren overheen: "Veranderingen in de natuur kunnen decennia duren, zo niet eeuwen. Dus misschien dat mijn opvolger pas de grote resultaten ervan gaat zien.”