Zandweg

Daar waren ze weer! Eindelijk! Kijk, ergens vond ik het fijn, die rust. Maar ik lag daar als zandweg maar te liggen, week na week, zondag na zondag. Ik was het domein van wandelaars, van fietsers, van een enkel landbouwvoertuig. Bovenal van de natuur, van de reeën, de hazen, de vogels. Door het jaar heen is er hier immers geen doorgang toegestaan voor het gros van het gemotoriseerde verkeer. Behalve dan die ene zondag in november, de dag van de off the road van de Hengelose auto- en motorvereniging. Met vele honderden zijn ze, die crossmotoren. Alleen het geluid al, geweldig! Ik laat ze met liefde over mij heen razen. 

Tot twee keer toe kon dit evenement vorig jaar niet doorgaan, het was te nat, het bleef stil. Deze zondag kan het weer. Ik ben één van de vele zandwegen in de route, in te rijden vanaf de Ellenkampsdijk, het laatste stukje maakt deel uit van de Bargelsdijk. Als geheel ben ik één lang stuk rechtuit, de bomen aan weerskanten creëren het gevoel van een tunnel waardoor je de vrijheid tegemoet lijkt te gaan, aan het eind is het licht al zichtbaar. Maar voor de motoren is het deze zondag niet één lang recht stuk. Halverwege wacht een verrassing, rechtsaf het bosje in, al slingerend tussen de bomen door. Goed sturen, toch de snelheid erin houden, manoeuvreren. En dan een eindje verderop er weer uit, terug het pad op dat ik als zandweg bied.

Heerlijk hoe ze het zand omhooggooien, mijn zand, een kombochtje creëren, als op een ware crossbaan. Dan vol gas, want ik geef ze hier enkele honderden meters van puur genot. Ik voel de noppen van de banden onzacht in aanraking komen met de hobbels die ik in me heb. Hier en daar stuitert een rijder op het zitje, maar dan weer die controle, al razend tussen de landerijen. Geen tijd om opzij te kijken, want focus is van het grootste belang. Ook al vanwege het enorme aantal deelnemers. De immense inzet van de organisatie – al vele weken is hiernaartoe gewerkt – is niet voor niets geweest. Ze komen uit alle hoeken van het land. 

De ochtend begint koud, ik heb zelfs wat sneeuw opgevangen, ik oog wit. Maar dat verdwijnt snel, helemaal daar waar de motoren rijden. Een zacht deken van zand vormt zich, aan het eind krijg ik remkuiltjes in mijn wangen, daar waar de motoren vanaf volle snelheid weer vaart minderen. Kleine slalom op de weg, dan een volgend bouwland in. 

Ik zie ze gaan, ik voel ze gaan, tot aan de allerlaatste motoren met daarop mannen met oranje hesjes, al een heel eind in de middag. Minutenlang hoor ik ze dan nog, terug richting Varssel, naar de finish bij de molen, naar de soep met ballen. Ondertussen maken trekkers mij weer vlak. Een wandelaar zet voetstappen in het zand. Vogels fluiten. Alsof er niets gebeurd is. Alsof er hier geen motor is gepasseerd. Maar dat deden ze wel, met velen. En ik als zandweg: ik genoot, ik genoot, ik genoot. Hopelijk tot volgend jaar!