
Waar is het echte Kerstgevoel?
Als kind bracht ik de kerst vaak bij mijn oma en opa door. Ze woonden heel afgelegen op een klein boerderijtje dat bijna helemaal omringd was door bos. Alleen aan de voorkant was een weiland met een sloot erlangs. Het leven was er eenvoudig, natuurlijk en puur. Er was geen stromend water, geen elektrisch licht. Ze hadden een paar koeien, wat varkens en ook kippen.
Als je in bed lag hoorde je altijd geluid van de dieren en 's morgens vroeg kraaide de haan.
Mijn oom en tante en twee nichtjes woonden ook bij hun in, gewoon over de vloer. Ik sliep bij mijn nichtjes in bed, gezellig met ons drieën. Mijn oom was klompenmaker en ging overdag klompen maken bij zijn ouders, die in de buurt woonden aan de andere kant van de Slingebeek. Hij kon daar komen door over een smal ijzeren vonder te lopen.
Hoe ouder ik word des te vaker denk ik aan die kerstvakanties. Dat heeft ook te maken met hoe het er nu uitziet. Het is nog niet eens Sinterklaas geweest en je ziet overal al kerstversiering. In mijn jeugd was het eerst Sinterklaas en dan kerst. Ook met kerst begon je niet te vroeg. We hadden toen nog echte kerstbomen en die moest je niet te vroeg binnenhalen, want dan waren de naalden er met kerst al af. Maar er zat ook een gedachte achter, dat zich alles op de kerstdagen hoorde te concentreren. Hooguit stak je met advent eerst één, dan twee, dan drie kaarsen op en dan met kerst vier.
Nu loopt alles door elkaar en daardoor verwatert het. Na de zomervakantie liggen de pepernoten al in de winkels, speculaas kun je het hele jaar kopen en nu schittert en glittert je alles al tegemoet.
Ik ben nu 87 jaar oud en schud vaak mijn hoofd. Het echte kerstgevoel is nergens meer te vinden. Mensen zoeken het in versiering, eten, snoepen, mooie kleren en uitgaan. Ze zoeken iets, maar kunnen het blijkbaar niet vinden. Ze jakkeren en jagen, doen onbeleefd tegen elkaar en oude mensen die niet zo snel meer mee kunnen komen en blijkbaar in de weg lopen bij de race naar de kerst.
Als ik er naar kijk, dan bekruipt me het gevoel dat ze iets missen en daarom zo druk bezig zijn. Ik zag een busje staan van een aannemer die een kerstboompje met verlichting op zijn dashboard had staan. Als ik met de hond liep dan kwam ik langs een metaalfabriek, waar tussen al het roestige ijzer en metaal een verlichte slinger hing met engeltjes, sterren en kaarsjes... Dan mis je toch wel iets.
Ook ik mis iets tegenwoordig met al dat opgeklopte kunstgeluk.
Ik mis het echte kerstgevoel van vroeger bij oma en opa.
Op de dag voor kerst gingen opa, mijn nichtjes en ik naar het bos dicht bij huis en dan mochten wij een kerstboompje aanwijzen, die hij dan ging afzagen. Ik weet nu nog hoe dat rook. Thuis zetten we de boom in een emmer met zand en daar ging dan het versiersel in. Dat waren geen gekleurde ballen of slingers, maar dennenappels en noten van de bomen die we met zilverbrons beschilderd hadden. Zilverbrons hadden ze in huis, want daar werd de oude petroleumlamp ook af en toe mee opgefrist. Het was een lamp met krullen, die bijna dicht zaten van de zilverbrons kan ik me herinneren. Kaarsjes in de boom hadden we ook niet. We hadden wel aan paar kaarsen, maar die stonden in een houder die we hadden gemaakt van een grote aardappel. Die sneed je doormidden, op de platte kant moest hij staan en in de ronde kant boorde je een gat voor de kaars. Je bond er dan een mooi papiertje omheen en zo hadden wij een kaarsenstandaard. We maakten slingers van zilverpapier dat we in de loop van het jaar hadden opgespaard.
Er was geen televisie, we deden spelletjes met elkaar en we zongen liedjes die we op de zondagsschool hadden geleerd.
Er was ook geen overdadig eten of snoeperij. Kerstkransjes, gedroogde appels en kersen op sap uit de weck. Oma had op kerstdag een krentenbrood gebakken in de oven van het fornuis. Die geur, en het eerste nog warme plakje krentebood wat we mochten proeven vergeet ik ook nooit meer. Bij het warme eten waren rode peertjes en pudding en dat was het.
's Morgens vroeg als oma en opa opstonden en je de gordijnen opzij deed om naar buiten te kijken zag je daar een paar echte herten staan die zich te goed deden aan de laatste boerenkool die nog in de moestuin stond voor het huis.
Maar met alles wat er niet was, was er wel het gelukzalige kerstgevoel. Je wist niet beter en dan kun je met iets eenvoudigs gelukkig zijn. Waar ik zeker van ben is dat het kerstkindje daar wel aanwezig was en niet tussen al die glitter en glamour, drukte en lawaai van nu. Niet bij de IJsrevue of bij de Barbyfilm, een World Disneypark of in een druk restaurant.
Je kunt het kerstkindje vinden op gewone rustige plekken, op een wandeling in het bos met de hond of bij de haard met een boek. Op plekken, waar je het kerstkindje ook echt toe laat en kunt horen. Daar heeft het je heel wat te vertellen, daar word je rustig van en blij. Dan besef je pas dat je het echte kerstgevoel gevonden hebt.
Een oma van nu uit Zelhem
(naam bij de redactie bekend)