Gerjon Gijsbers. Foto: eigen foto
Gerjon Gijsbers. Foto: eigen foto

Gerjon Gijsbers: ‘Ik ben voor alles bang geweest’

Maatschappij

ACHTERHOEK - In Veur de Draod beantwoorden Bekende Achterhoekers stellingen. Wie antwoordt legt zijn ziel bloot. In deze aflevering Gerjon Gijsbers (1983) die opgroeide in Bredevoort. De prozaschrijver toont zijn taalkunst en humor.

Door André Valkeman

1) Mijn mentale bui is:
“Ietwat melancholisch. Ik ben geboren op de laatste dag van de herfst, kort daarop is het kerst, ieder jaar een grotere klucht, en oud en nieuw. Die sombere dagen aan het eind van het jaar lig ik dan toch vaak ongewild op de bank de balans op te maken, terwijl ik grienend een complete feeststol met amandelspijs naar binnen stouw.

Wederom mijn doktersromannetje Copuleren bij kaarslicht niet voltooid, weer geen wereldvrede weten te bewerkstelligen. Anderzijds heb ik weinig ambities. ‘Jij bent gewoon Gerjon,’ zei iemand afgelopen jaar tegen me, en ik dacht: dat is het.”

2) Ik lijk het meest op ‘mien va/mo’:
“Op mien va. Zowel qua uiterlijk als wat karakter betreft. Ik werd vroeger vaak ‘skeletje’ genoemd of ‘De Dood’ en ik heb foto’s van mijn vader in zijn jonge jaren gezien, soms als verschijning waar Alice Cooper nog een blokje voor om zou lopen. Mager, lange haren, bleek, donkere wallen onder de ogen. 

Mijn vader had een onstuimig gevoelsleven, kon zwaar op de hand zijn, was een binnenvetter, die neiging tot negativisme heb ik ook overgenomen, maar bij hem heb ik daarin wel een kentering waargenomen, na een TIA. 

Uiteindelijk heeft hij mij en mijn zussen zelfs op het hart gedrukt het leven vooral te blijven vieren, dus ik bid nu elke avond op mijn knietjes of ik alsjeblieft ook zo’n TIA kan krijgen.”

3) Mijn grootste angst in het leven is:
“‘De mens lijdt het meest aan het lijden dat hij vreest,’ aldus Confucius, of Sugar Lee Hooper of een heel andere wijsgeer. Waar het om gaat, is dat ik ermee in kan stemmen.

Ik ben voor alles bang geweest, vooral voor het overlijden van mijn ouders. Mijn moeder overleed in 2020, mijn vader in 2024. Maar achteraf blijkt toch dat je meer aan kunt dan je dacht. 

Bij tijd en wijle ben ik zelfs blij dat mijn ouders deze tijd niet meer hoeven mee te maken.”

4) Na de dood is er:
“Sinds ik de factuur voor een uitvaart onder ogen heb gehad, weet ik zeker dat doodgaan het duurste is dat ik in mijn leven zal doen. Maar wat er daarna komt? Geen idee, ik ben geen deskundige.

Ik vind het van grote arrogantie getuigen en afdoen aan het mysterie van het leven als mensen hier heel stellige uitspraken over doen. 

Die tunnel met wit licht aan het einde, waar je tegenwoordig zoveel over leest, zoiets lijkt me wel wat. Hoewel ik nagenoeg alleen nachtmerries heb, droomde ik wel eens dat ik doodging, en dat was geweldig. Ik vernevelde, dat voelde fantastisch.”

5) Ik ben in alles Luctor de Lamlendige:
“Luctor is het hoofdpersonage in mijn boek Scheuren in het canvas, een jongen op zoek naar een douchegordijn, voor wie het bestaan vijftig microgram te zwaar is. Hij is naar mezelf gemodelleerd, maar ik bén hem niet, hooguit voor 79,3 procent, eventueel afgerond naar 80 procent.

Ik herken me met name in zijn passieve levensstijl.”

6) Ik kan buiten de Achterhoek wonen:
“Ik schreef eens een verhaal over mijn geboortedorp, met als slotzin: ‘Ik heb nog een lange weg te gaan, maar buiten Bredevoort kan ik niet.’

Inmiddels woon ik twintig jaar in Nijmegen en ook toen ik door New York liep, dacht ik: een heel aardig buurtschap van Bredevoort.

Bredevoort en omgeving zitten in mijn botten. Dikkopjes vangen in de beek langs de volkstuintjes op de Halve Maone, schaatsen op de grachten, zwemmen in ’t Walfort en de Slingeplas, zuipen in i’Varca, De Loods of Oerkroeg Schiller, om van al die boeken en Uitgeverij Fagus nog maar te zwijgen. 

Ik wil er graag naar terug, bijvoorbeeld als ik dood ben, en daar begraven worden in dezelfde grond als mijn ouders.”

7) De mens is monogaam:
“Het jaar dat mijn moeder stierf, zouden mijn ouders tweeënveertig jaar getrouwd zijn, en waren ze zo’n vijftig jaar samen, dus het kan wel.

Ik ben monogaam als mens, omdat ik het onderhoud tussen mezelf en één ander al moeilijk genoeg vind, en verder zoekt iedereen het maar uit met elkaar, liefst op basis van goede afspraken. De schijn ophouden van monogamie, dat vind ik treurig.”

8) Hierom huilde ik voor het laatst:
“Daarnet dus, toen ik onder het genot van die complete kerststol de balans opmaakte, doch toen bleef het bij het wegpinken van een droog traantje van weemoed. Huilen beschouw ik niet meer als een zwakte. Weglopen van je verdriet daarentegen wel.”

9) Mensen met accent en of tongval zijn:
“Rijk en meer verbonden met de streek waar ze vandaan komen. Mijn ouders spraken thuis dialect met elkaar en met hun vrienden. Het voelt vertrouwd, die klanken zo nu en dan nog te horen. Zonder chauvinistisch over te willen komen, vind ik een plat accent een kostbaar en te koesteren deel van de eigen identiteit.”

10) Dit komt op mijn grafsteen:
“Ik werk inmiddels ruim vijf jaar in het graf- en groenonderhoud op verschillende begraafplaatsen in Nijmegen, dus ik denk er tijdens werkuren veel over na.

Opmerkelijk genoeg ga ik nu door een fase waarin er steeds filmquotes door mijn hoofd schieten als grafschrift. ‘Houdt het dan nooit op!’ of ‘To the Batmobile’. Iets Achterhoeks is ook een optie, in dat geval: Heanig an.”