Gerrie en Gerard Vossers met de trein, in de schuur waar Gerard werkt. Foto: Mirjam Rensink
Gerrie en Gerard Vossers met de trein, in de schuur waar Gerard werkt. Foto: Mirjam Rensink

Stoomlocomotief ‘de Sik’ minutieus
nagebouwd

Gerard Vossers twee jaar bezig geweest met pronkstuk

Door Mirjam Rensink

ZELHEM – Locomotief de Sik reed jarenlang tussen Doetinchem en Zelhem. Tot in het kleinste detail heeft Gerard Vossers de locomotief nagebouwd. Vossers vond een tekening van de maten van de echte Sik en maakte aan de hand daarvan een bouwtekening voor zijn trein.

“Ik heb geen specifieke interesse in treinen of in treintrajecten. Ik houd er gewoon van om dingen na te maken. Eerder heb de asfaltfabriek van KWS op schaal nagemaakt. Daar heb ik tot aan mijn pensioen gewerkt. Nu wilde ik weer wat maken van metaal. Ik ben twee jaar geleden begonnen met het frame, daarna kwamen de kleinere details.”
Alle hendeltjes werken, de lampjes doen het, het schuifraam kan open en de vering van de trein werkt. Het werk van Gerard is ongelooflijk goed uitgevoerd. “Hij heeft een zee van geduld”, zegt zijn vrouw Gerrie Vossers. “Hij is handig maar ook enorm precies. Hij haalt rustig een onderdeel vijf of zes keer los om het vervolgens opnieuw te monteren. Als andere mensen naar de trein keken dan zeiden ze dat ziet er goed uit, maar dan ziet hij toch dat iets bijvoorbeeld nog twee millimeter te groot is en dan past hij dat aan.”

Korte geschiedenis
De bijnaam van de locomotief verwijst naar het mekkerende geluid dat de fluit maakte. "De trein had een dieselmotor die een aggregaat aandreef zodat hij elektrisch werd aangedreven. Hierdoor maakte de fluit een bijzonder geluid”, legt Gerard Vossers uit. De spoorlijn tussen Doetinchem en Ruurlo werd in 1885 in gebruik genomen. Tot in 1937 konden mensen met de trein reizen. Daarna werden er op het traject tussen Zelhem en Doetinchem nog goederen vervoerd. Dit gebeurde tot 1972. Diverse namen in Zelhem herinneren nog aan die tijd. Zo heeft Zelhem nog het Stationsplein en de Stationsstraat. En wordt het wandelpad dat gedeeltelijk door het dorp loopt en gedeeltelijk buiten het dorp nog steeds de Oude Spoorbaan genoemd.

Naar een museum?
De trein is nu zo goed als af. Gerard moet alleen de messing locomotief van een verfje voorzien. En ook dat gebeurt heel zorgvuldig. "Kijk, ik heb de basiskleuren al op messing uitgeprobeerd”, laat Vossers zien. "De bovenkant van de locomotief wordt groen, de onderkant zwart maar de stangen hebben allemaal een andere kleur. De een is rood, de ander geel. Dus ik ga de onderdelen voorzichtig uit elkaar halen, de grotere onderdelen spuit ik, de kleinere onderdelen verf ik met een penseeltje.”
Gerard Vossers heeft nog geen bestemming gevonden voor zijn trein. Voorlopig staat hij bij het echtpaar in de woonkamer. ‘'Ik zou het leuk vinden als het naar een museum zou gaan. Misschien bij Smedekinck of een spoorwegmuseum. Of allebei. Dat het eerst in Zelhem te zien is en later ergens anders.”
De asfaltfabriek stond eerst ook in de serre van hun huis. "Ik had dan kijkmiddagen want er waren heel veel mensen die hem wilden komen bekijken. Uiteindelijk heb ik hem aan het asfaltbedrijf, KWS, gegeven. Hij heeft nu een prominente plek in de hal van het bedrijf.” Net als bij de trein is de fabriek tot in het kleinste detail nagemaakt.
Terwijl de trein nog niet helemaal klaar is borrelen er alweer nieuwe plannen in het hoofd van Gerard. "Ik zit nu te denken aan een stoomwals. Ik moet alleen kijken of ik daarvoor ruimte genoeg heb ik mijn schuur.”
Gerrie Vossers geniet van de hobby van haar man. Zelf is ze ook een bezige bij. Ze schildert, ze maakt werken van wol en ze kweekt orchideeën. Het echtpaar is zeer creatief en actief. Ze zijn ook nog mantelzorgers van de ouders van Gerrie, ze hebben vier kleinkinderen, ze zijn vrijwilliger voor de Zonnebloem en ze fietsen graag samen. Vervelen doen ze zich dus geen minuut en met het volgende project alweer in het hoofd gaat dat voorlopig ook nog lang niet gebeuren.

De trein van Gerard Vossers staat prominent in de kamer. Foto: Mirjam Rensink
De trein van Gerard Vossers staat prominent in de kamer. Foto: Mirjam Rensink