Zeven op tien amateurclubs tegen weekendvoetbal zoals KNVB dat wil
ACHTERHOEK – Zeven op de tien amateurvoetbalclubs uit de eerste, tweede en derde klasse beschouwen het als een probleem als de standaardelftallen met ingang van het seizoen 2026-2027 niet op hun vaste speeldag kunnen voetballen. Dat heeft een enquête van de Kerngroep Weekendvoetbal uitgewezen. De Kerngroep wil dan ook dat de KNVB terugkomt op haar besluit om met ingang van volgend seizoen in de tweede en derde klassen met gemengde competities te gaan werken, waarbij zondagverenigingen op zaterdag moeten spelen als ze tegen zaterdagclubs voetballen.
Door Bart Kraan
De enquête is ingevuld door voorzitters van 401 clubs uit het hele land, waarbij het gaat om zaterdag- en zondagverenigingen. Het blijkt dat 69 procent van de clubs het een probleem vindt als het standaardteam niet op de eigenlijke speeldag kan voetballen. Twintig procent verwacht misschien problemen. Elf procent ziet een afwijkende speeldag niet als probleem.
Van de zaterdagclubs noemt 76 procent afwijken problematisch en zestien procent vindt het misschien problematisch. Bij de zondagclubs gaat dit om respectievelijk 61en 24 procent. Ook 69 procent van de eersteklassers, die al ervaring hebben met weekendvoetbal, geeft aan problemen te hebben met een afwijkende speeldag.
Veelgenoemde bezwaren tegen weekendvoetbal zijn onder meer gebrek aan ruimte op het sportcomplex, onvoldoende beschikbaarheid van spelers en vrijwilligers, verminderde kantine-inkomsten, het niet beschikbaar zijn van selectiespelers van zondagteams als trainer-coach jeugdteams op zaterdag en ondermijning van de clubcultuur. Zondagclubs zijn ook ontevreden over wat zij als privileges van principiële zaterdagclubs beschouwen.
Clubs zijn bereid verder te reizen als ze op hun eigen speeldag kunnen blijven voetballen, zo blijkt uit de enquête. Van de verenigingen die hebben meegedaan, accepteert 44 procent een grotere reisafstand als ze op de eigen speeldag kunnen blijven spelen. Terwijl 34 procent dat misschien acceptabel vindt. Twintig procent aanvaardt geen grotere reisafstand. Voor zaterdag- en zondagclubs zijn de cijfers nagenoeg hetzelfde en ook naar speelniveau is er weinig verschil in de resultaten, aldus de Kerngroep.
Bij het wisselen van speeldagen kunnen de aanvangstijden voor discussie zorgen. Bij het spelen op een afwijkende speeldag zou er om diverse redenen afgeweken kunnen worden van speeltijden. Dat geldt met name voor het spelen op zaterdag. Over de vraag welke speeltijden het beste passen heerst grote verdeeldheid. De overgang van vaste naar wisselende aanvangstijden, in verband met het spelen op een afwijkende speeldag, is dan ook een bron van extra discussie en organisatorische spanning, aldus de Kerngroep.
Er bestaat een duidelijk verschil van mening tussen zaterdag- en zondagclubs over het indelen van principiële zaterdagclubs, die van de KNVB al hun wedstrijden op zaterdag mogen afwerken, bij zondagclubs. Van de principiële zaterdagclubs is het 74 procent het eens met zo'n indeling, dertien procent niet. Van de niet-principiële zaterdagclubs is het daar 48 procent mee eens. Terwijl 29 procent dat afwijst. Slechts zestien procent van de zondagclubs steunt dit principe, terwijl 68 procent dit afwijst. Principiële zaterdagclubs geven aan dat hun identiteit niet ter discussie mag staan en dat zij liever extra reizen dan te maken krijgen met wisselende of late aanvangstijden.
De Kerngroep heeft de enquête uitgezet onder alle 792 clubs die nu uitkomen in de eerste, tweede en derde klasse. De respons was met 401 reacties meer dan vijftig procent. Daarmee geven volgens de Kerngroep de uitkomsten een representatief beeld van de standpunten binnen het amateurvoetbal in deze klassen. Deze enquête geeft daarmee een veel beter beeld dan een eerder gehouden en veel minder representatieve enquête van de KNVB zelf, aldus de Kerngroep.
Ook in die KNVB-enquête was echter 56 procent van de ondervraagde bestuurders van clubs uit de tweede tot en met vijfde klasse negatief over een gemengde indeling. En van de bestuurders van clubs in de tweede tot en met de vierde divisie en eerste klassen die al in de gemengde competities spelen, oordeelde veertig procent daar negatief tot zeer negatief over, terwijl dertig een positief oordeel had.
De resultaten van de enquête zijn volgens de Kerngroep helder: er is zowel bij de zaterdag- als de zondagclubs weinig draagvlak voor weekendvoetbal op de wijze zoals de KNVB wenst. De uitkomsten van deze enquête laten volgens de Kerngroep zien dat de impact op organisatie, cultuur en identiteit van amateurclubs aanzienlijk is en dat zulks om zorgvuldige besluitvorming vraagt. De opvattingen van de clubs moeten volgens de Kerngroep een belangrijke rol spelen. 'De KNVB is er immers voor haar leden. De enquêteresultaten onderschrijven de standpunten van de Kerngroep', aldus de Kerngroep
De Kerngroep heeft rondom het weekendvoetbal twee doelen. Ze houdt vast aan de eigen speeldag bij thuiswedstrijden, voor zowel zaterdagclubs als zondagclubs. Dat betekent dat principiële zaterdagclubs niet bij zondagclubs kunnen worden ingedeeld. Dit zorgt in de optiek van de Kerngroep voor gelijke behandeling van zaterdag- en zondagclubs.
Tevens wil de Kerngroep dat gemengd indelen van zaterdag- en zondagclubs in dezelfde poule zoveel mogelijk vermeden moet worden. En dat er dus zoveel mogelijk homogeen ingedeelde poules (zaterdag- en zondagclubs gescheiden) moeten worden geschapen. Hier zou alleen van afgeweken mogen worden als de onderlinge reisafstanden tussen clubs in een poule onacceptabel groot worden.
De Kerngroep wil dat deze voorwaarden in de reglementen worden opgenomen. De KNVB is vooralsnog niet van plan haar plannen omtrent weekendvoetbal aan te passen. De bond heeft in de optiek van de Kerngroep tot nu toe niet of onvoldoende duidelijk kunnen maken waarom het noodzakelijk is om volgend seizoen weekendvoetbal in te voeren in de tweede en derde klassen. En waarom het onmogelijk is om tot een indeling te komen zoals die door de Kerngroep is voorgesteld.
De Kerngroep heeft zelf een indeling gemaakt voor alle huidige tweedeklassers in Nederland op basis van haar uitgangspunten en constateert dat dit mogelijk is te realiseren op een manier die tegemoet komt aan de wensen van de clubs, zoals in de enquête zijn gebleken.
De Kerngroep bespreekt deze alternatieve indeling binnenkort met de KNVB en streeft naar aanpassing van de plannen. Het inzetten van een eventuele juridische procedure hangt daarmee af van het overleg met de KNVB en of dit op korte termijn voldoet aan de twee doelstellingen.