Jan Jansen, Harry Houtman en Ton Groot (v.l.n.r.) van de Vogelwerkgroep Noordwest-Achterhoek in actie. Ze ringen een jonge bosuil. Foto: Richard Stegers
Jan Jansen, Harry Houtman en Ton Groot (v.l.n.r.) van de Vogelwerkgroep Noordwest-Achterhoek in actie. Ze ringen een jonge bosuil. Foto: Richard Stegers

Goed muizenjaar gunstig voor de uilenpopulatie

Natuur

Ringen van jonge bosuilen voor meer inzicht

Door Richard Stegers

VORDEN – Leden van de Vogelwerkgroep Noordwest-Achterhoek hebben een drukke periode voor de boeg. Ze zijn momenteel druk met het ringen van uilen. Maandagavond kwamen enkele leden in actie in het buitengebied van Vorden. Vier jonge bosuilen kregen een unieke metalen ring om hun poot zodat ze later herkend kunnen worden.

De vier jonge bosuiltjes worden behendig en zorgvuldig uit het nest gehaald, gewogen en geringd. Jan Jansen, Harry Houtman en Ton Groot hebben dit vaker gedaan, zo is gelijk duidelijk. Het is een mooi gezicht, de jonge vogeltjes met een wit donzig kleed die zich er weinig van aantrekken. Ze wegen tussen de 321 en 181 gram. Het verschil is te verklaren, de eieren komen niet tegelijk uit. Het jongste bosuiltje is 16 dagen oud. De oudste en zwaarste is 22 dagen uit het ei. Ze worden nog een tijd gevoed en verzorgd door het ouderpaar. Eerst in het nest, daarna nog een periode buiten het nest.

Een goed muizenjaar is gunstig voor uilen. In dat geval leggen ze meer eieren en overleven meer jongen. Dat is dit jaar zeker het geval, zo is de ervaring van de leden de Vogelwerkgroep Noordwest-Achterhoek. Er is voldoende voedsel beschikbaar. Het vergroot de kansen voor deze vier jonge bosuiltjes. Al staat er ook wel eens iets anders op het ‘menu’. Want in de nestkast werden restanten van een duif gevonden.

De Vogelwerkgroep Noordwest-Achterhoek bestaat uit vrijwilligers die zich inzetten voor het beschermen en bestuderen van vogels in deze regio. Ze houden zich bezig met het inventariseren van vogelsoorten, het verzamelen van waarnemingen en het volgen van broedresultaten. Daarnaast geven ze vogels een ‘stem’ bij ruimtelijke plannen en dragen ze bij aan natuurbeheer en bescherming van leefgebieden. Een belangrijk onderdeel van het werk is onderzoek aan roofvogels en uilen. Vrijwilligers controleren nestkasten, registreren broedgegevens en ringen jonge uilen. Door het ringen krijgen onderzoekers inzicht in leeftijd, verspreiding en overleving van de dieren. Dit soort gegevens is essentieel om veranderingen in populaties te volgen en gericht beschermingsmaatregelen te nemen.

Voor de bescherming van kwetsbare soorten is de werkgroep actief door het plaatsen van nestkasten. Dankzij de medewerking van veel erfbewoners blijft hierdoor nestgelegenheid in stand. Zoveel mogelijk worden de broedresultaten vastgelegd en jonge vogels geringd. Zo ook in het buitengebied van Vorden waar vorige week bij een controle een nest jonge bosuilen werd aangetroffen in een eerder geplaatste nestkast. Door het ophangen van nestkasten en het actief volgen van broedsucces kunnen populaties zich in veel gebieden herstellen of stabiliseren.

Door ze te ringen kan duidelijk worden waar jonge uilen terechtkomen en of aantallen toenemen. Blijven ze stabiel of gaan ze achteruit? Met de bosuil gaat het goed met een stabiele populatie van zo’n 6.000 broedparen in Nederland. Ook in de Achterhoek voelt de bosuil zich thuis. Het kleinschalige landschap met houtwallen, oude bomen en boerderijen biedt een ideaal leefgebied. Met honderden broedparen komt hij regelmatig voor en is hij op veel plekken een vaste bewoner.

Het ringen van bosuilen, uitgevoerd door bekwame vrijwilligers, levert normaal gesproken geen afstootgevaar op voor de jongen. Uilen hebben een matige reukzin en stoten hun jongen niet af als ze door mensen zijn aangeraakt. Na het ringen keert de rust in het nest snel terug.

Het nest in het buitengebied van Vorden telt vier jonge bosuilen. Foto: Richard Stegers