
Bert Schieven kreeg zijn onderscheiding opgespeld door zijn vrouw Gerwil. Foto: Gemeente Bronckhorst
Zelhem oorlogsmuseum onderdak in Heidehuus
MaatschappijVerzameling historicus Bert Schieven vanaf 3 april te bezichtigen
Door Alice Rouwhorst
HALLE-HEIDE - De enorme verzameling van de Zelhemse historicus Bert Schieven over de (voormalige) gemeente Zelhem tijdens de jaren ’40-’45 is vanaf zondag 3 april voor iedereen te bewonderen. Op die dag opent in het Heidehuus in Halle-Heide het Zelhems oorlogsmuseum voor het eerst zijn deuren. Buiten zijn, alleen op deze openingsdag, verscheidene historische voertuigen te bezichtigen.
Schieven is blij dat zijn collectie in het Heidehuus een droog en veilig onderkomen heeft gevonden. Tijdens een bijeenkomst tussen 13.30 en 14.30 uur, die alleen toegankelijk is voor genodigden, verricht burgemeester Marianne Besselink van Bronckhorst de officiële opening. Aansluitend is het Zelhems oorlogsmuseum voor iedereen toegankelijk. De entree is gratis, maar een vrije gift is zeer welkom.
Het Zelhems oorlogsmuseum is elke eerste zondag van de maand geopend van 13.30 tot 16.30 uur met uitzondering van de maanden december, januari en februari. Bert Schieven zal tijdens de openingsuren aanwezig zijn, zodat hij vragen kan beantwoorden of één van de vele verhalen bij zijn verzameling kan vertellen aan belangstellenden. “Het enige nadeel is dat de ruimte op de bovenverdieping is en alleen met een trap bereikbaar. Voor mensen die slecht ter been zijn hebben we dit opgelost door een PowerPoint-presentatie die op de begane grond te bekijken is”, zegt Bert.
Onderdak in het Heidehuus
Schieven was als kleine jongen al gefascineerd door voorwerpen die te maken hebben met de Tweede Wereldoorlog. “Ik hou niet van oorlog, maar wel van de spullen uit die tijd met het verhaal wat erachter zit. Dat maakt het interessant.” In de loop der jaren is zijn verzameling zeer groot geworden en zijn huis haast te klein. “Ik ben heel blij dat ik na een oproep in deze krant vorig jaar voor een plek voor mijn verzameling onder meer van het Heidehuus respons kreeg. Anders had ik waarschijnlijk een heel groot deel van mijn verzameling moeten verkopen en dat zou heel jammer zijn geweest.”
Bert kreeg een gedeelte van de zolder van de voormalige basisschool tot zijn beschikking. Die bouwde hij zelf om tot een museum. “Afgelopen najaar en winter heb ik heerlijk in mijn eentje getimmerd en verbouwd. Dat was het meest coronaproof. Elke keer als ik naar Halle-Heide reed nam ik wat spullen mee. Zo heb ik het meeste verhuisd. De grote spullen heb ik met hulp van anderen naar het museum versjouwd. Dat was ook nog een hele klus”, aldus Bert.
“Het was niet de bedoeling, maar zo’n beetje mijn hele verzameling staat nu al hier, omdat ik in mei zelf ga verhuizen. Dat zat eerst niet in de planning, maar kwam op ons pad. Het is dus op dit moment een beetje vol, waardoor ik het niet zo mooi kan tentoonstellen, vind ik zelf. Maar ook dat wordt beter, want er komt binnenkort meer ruimte vrij die ik bij het museum mag trekken. Dat doe ik, wanneer mijn eigen verhuizing achter de rug is. Dan kan ik ook alle spullen die met Indië te maken hebben exposeren, want die staan er nu nog niet.”
Verzameling groeit nog steeds
Bert Schieven werd vorig jaar onder meer geridderd om zijn rol als vrijwilliger en vraagbaak van de oudheidkundige vereniging in Zelhem en om zijn speurwerk naar familieleden van de neergestorte Lancaster. Berts verzameling is nooit af en groeit nog steeds. Zijn zoektocht naar spullen en verhalen heeft hem in de loop van de jaren heel veel contacten opgeleverd in binnen-en buitenland. Van de veteranen die hij kende leeft inmiddels niemand meer, maar met hun nazaten heeft hij in meer of mindere mate nog contact.
Via via krijgt Schieven nog steeds nieuwe dingen aangereikt. “Ze kunnen de spullen bij mij kwijt, anders gooien mensen het weg. Dat zou zonde zijn. Zaken die ik dubbel krijg, neem ik aan met de vraag of het akkoord is als ik ze gebruik als ruilmateriaal. Dat is eigenlijk altijd goed”, zegt Bert. “Het mooiste wat ik de laatste tijd kreeg zijn originele anti-Duitse spotprenten van de uit Amsterdam afkomstige cartoonist L. J. Jordaan. Deze man woonde de laatste jaren van zijn leven in Zelhem.”
Het Zelhems oorlogsmuseum is te vinden in het Heidehuus, Halle-Heideweg 22 in Halle.








