
Bennie Jolink terug als die bijna partizanenleider van toen
MuziekLOCHEM - Je had al Golden Earring en de Bintangs. En: afgelopen Hemelvaartsdag voegde Normaal zich in dat epische rijtje. De rockband rockt vijftig jaar, of braken ze nou door met punkmuziek? Bij het 50-jarig jubileumoptreden, op het tractorpulling-terrein van Lochem, verzamelden alle provinciale regio’s van Nederland zich om hun iconen te eren. Een avond met een vat vol levensverhalen en een feestdag der provinciale streken...
Door André Valkeman
De zon zakt en we gaan richting de klok van negen uur de avond in. Destijds was het ook negen uur op het moment dat deze groep begon. Alleen dan wel negen uur ’s ochtends. De zon kwam toen juist op voor het fenomeen dat vandaag, een halve eeuw later, opnieuw de bühne in Lochem betreedt: Normaal.
Sommige jongeren waren in die jaren zeventig nog wezen dauwtrappen; al fietsend naar een zwembad en daar pootjebaden.
In 1975 maakte gitarist Ferdi Joly vervolgens als één van de eersten kabaal voor ze, door zijn gitaar aan te slaan. Nu in 2025 kraait de haan bij aanvang. Een geluidssample, inmiddels klinkend bij ieder Normaal-concert.
Boerenpunk
Ta-da da-da-da-da-da-da-da, de ene gitaarriff. Boem, het doek valt, mannen op klompen en in korte spijkerbroeken verdwijnen vooraan, vaak met gebalde vuist, in een draaikolk. ‘Ik bun moar een eenvoudige boerenlul en doar schaam ik mien niet veur!’, schreeuwt Bennie Jolink bij de opening van de bandverjaardag. De start is een bouwsteen uit het Normaal-dna, in de lucht gezet van verschaald bier.
Vijf decennia terug speelden ze eerst nog wat Engelse covers. Het publiek wende zich daarbij eerder van het podium af, een groepje jongens uit Harfsen wilde zelfs net naar achteren weglopen in de menigte van duizenden mensen.
Jolink viel echter net in zijn eerste dialectnummer, dat een aardschok gaf: de Drieteri-je blues. Normaals bijbel begint met die ene tekstregel: ‘Ik zat laatst te schijten op de plee.’ Wat was dit? Ede Staal had vanuit Groningen gezongen in zijn streektaal, dat bleef geschmier en smartlapwerk voor oude mensen. Een popgroep of rockband die in zijn moerstaal nummers voor de working class hero zong? Het bestond niet.
Dat dit nieuw en anders was, dat dit over hen ging, voelden die dag duizenden jongeren. Politieman Henk Harmsen stopte bijvoorbeeld met werken, vertelt hij hier vijf decennia later. Hij ging in uniform – en wie weet had hij een wapenstok bij zich – voor aan het hek høken. Nu is hij er dus opnieuw. Grijs als Bennie Jolink zelf en een cohort vertoevend achter het høken, brekken en angaon.
![]()
Volle bak voor het podium tijdens het optreden van Normaal. Foto: Thomas Nijkamp
Vaak gaat Normaal de annalen in bij het kopje rock-’n-roll band. Jolink en de rest riep ook altijd dat ze dat maken. Was en is dat eigenlijk wel zo? Kun je je langzaam bij het concert afvragen.
Hoor halverwege het optreden dit nummer uit de begintijd: Geef ut toe. We rekenen live mee. Het haalt de circa 200 beats per minute, waar het muziektempo mee wordt uitgedrukt. Ongelooflijk: bijna tachtigers spelen in een moordende punkvaart. Uitgerekend in Normaals doorbraakjaar kwamen mondiaal de grootste punkgroepen Sex Pistols en Ramones op.
De muzieksoort waarbij muzikanten het in liederen voor een groepering, als protest- en emancipatiebeweging, opnemen. Normaals eerste manager Joost Carlier ging letterlijk concerten in Engeland van Sex Pistols bekijken om te zien hoe die het publiek opjutte. Jolink zei later weleens: eigenlijk maakten we ook punk: boerenpunk. Rappe muziek, gekoppeld aan die protestboodschap.
Normaal nam het natuurlijk op voor plattelandsjongeren, met een accent of dialect pratend, die zich minderwaardig voelden aan de dominante Randstad. Ze gaven hen eigenwaarde. Hun taal, cultuur en leven was even veel waard, gelijk aan dat van een Randstedeling.
Het maakte van frontman Bennie Jolink een bijna partizanenleider van de plattelandsstreken. De rol die de anhangers hem nog immer geven bij bijvoorbeeld de nummers De boer is de keerl en Deurdonderen.
Jolinks ambulancebroeder
Zo zijn de verhalen van deze verjaardag eindeloos. Neem Willem van Dijk, die staat nu aan de zijde van het veld te kijken, maar hij stond die dag in 1975 juist op het podium, als bassist van Normaal. Het is een gedaanteverwisseling met Willem Terhorst. Normaals bassist in dit heden, alleen een halve eeuw in dat verleden juist de man die in Lochem in het publiek zat en onder meer naar Van Dijk keek.
Nadat Van Dijk na een korte woordenwisseling uit de groep werd gezet, kwam Terhorst in Normaal om nooit meer te verdwijnen. “Ik sprak Bennie Jolink bij de albumpresentatie van Boh Foi Toch’’, vertelt Van Dijk. Die andere bekende Achterhoekse band. Na afloop daarvan vroeg Jolink of Van Dijk een nummer wilde meedoen in Lochem.
Daar komt-ie op. Om ’t Is kloten hier mee te spelen. Voor even is Terhorst weer publiek en hij de bassist. Alle bandleden had Van Dijk voor het laatst gesproken nadat hij bij een rampzalig optreden in Doetinchem uit de groep stapte (gitarist Joly zou gezegd hebben: ‘hij eruit of ik eruit’). Behalve Jolink, die zag hij nog eens. Hij viste de zanger uit een greppel na zijn zoveelste auto-ongeluk. Van Dijk werd namelijk ambulancebroeder in zijn leven.
Hoogtepunt van de avond is misschien wel Deurdonderen. Talloze ex-Normaal gitaristen en drummers spelen het tegelijk. Ook die leden waar Bennie Jolink een leven lang ruzie met leek te hebben gekregen. Het werd bijgelegd voor dit feest.
Het einde is aan die man en oprichter die er niet meer is. Normaal-drummer Jan Manschot overleed in 2014 en schreef ooit die song, een schelmenroman over het leven van een dorpse rocker: De Ballade van een muzikant. “Op de radio zingt ze good night mon amour en op ’n rondweg ri-jd al ’n boer… Ik bun alleen gin mense die wacht.”










