Achterhoek 350 jaar

'Vanuit het kleine kun je hele grote dingen doen'

André van Gessel. Foto: Martin Riethorst
André van Gessel. Foto: Martin Riethorst

De naam Achter-hoek bestaat 350 jaar. Het was 1668 toen de Eibergse dominee en dichter Willem Sluiter in een van zijn beroemde gedichten de zin "Waer iemand duisent vreugden soek / Mijn vreugt is in dees' achter-hoek." opschreef. Dat jaartal memomeert het ontstaan van de naam Achterhoek, die daarmee dus 350 jaar oud is. Dit heuglijke feit wordt in september groots gevierd met allerlei culturele activiteiten en evenementen. Vooruitlopend daarop besteedt Achterhoek Nieuws, de uitgever van deze krant, iedere week aandacht aan het jubileumjaar door 'echte' Achterhoekers te portretteren die hun 'vreugt' eveneens in de Achterhoek hebben gevonden en van betekenis zijn of waren voor de streek.

Door Maarten Buser

André van Gessel twijfelt even of hij zichzelf een Achterhoeker moet noemen. "Ook al woon ik al veertig jaar in Doetinchem, ik kom uiteindelijk toch uit 's-Heerenberg en dat ligt in de Liemers. Maar na vier decennia voel ik me hier ook absoluut thuis. Het dialect in mijn columns in De Gelderlander is een combinatie van dat uit die beide plaatsen; mijn moeder was trouwens een Doetinchemse. Het is belangrijk dat er plaats blijft voor het dialect, zeker in een regionale krant, omdat het een belangrijk onderdeel is van het leven en de afkomst van veel lezers."

Het is voor veel mensen een heikel punt, de grens tussen Achterhoek en Liemers. Van Gessel: "De Achterhoek is als gebied landelijk bekender, bijvoorbeeld vanwege Normaal. Ik maak mij niet zo druk over die grens, maar vind het wel van weinig cultuur-historische kennis getuigen als je in Didam al een bord neerzet met 'Welkom in de Achterhoek'. Het is belangrijk om het kenmerkende van de van beide streken in kaart te brengen en te behouden. De Achterhoek zal zeker de Liemers niet 'opslokken', want het zijn echt twee verschillende gebieden, wat taal, geloof of tradities betreft. Zeker in geglobaliseerde tijden worden mensen zich weer bewuster van hun afkomst, omdat ze daarmee kunnen laten zien wie ze zijn. "

Van Gessel werkt op het Graafschap College (een ROC in Doetinchem): eerst als docent, nu als leidinggevende. Een belangrijk deel van de Achterhoekse toekomst gaat daar naar school. "Deze school is op meerdere manieren een afspiegeling van de maatschappij. De grote vraag naar zorgpersoneel merk je gelijk in het aantal aanmeldingen voor bepaalde opleidingen. Op school is bovendien nog steeds geen sprake van krimp. Ik vraag me af of die nog komt. Eerst is voorspeld dat die voor het mbo-onderwijs in 2018 zou komen, maar inmiddels is het 'verzet' naar 2020. Het Graafschap College staat bovendien vooraan bij de innovaties in de sectoren waar de toekomst van de Achterhoek in zit: dienstverlening, recreatie en industrie. Maar er moeten ook meer werkgelegenheid en kansen komen voor hbo'ers en universitair geschoolden. Niet alleen om ze hier te houden, maar veel van hen willen, na bijvoorbeeld een studie in Groningen toch op den duur wel weer terug. Dan moet je ze hier wel iets kunnen bieden."

Van Gessel is zowel trots als kritisch op de Achterhoekse mentaliteit. "Hier gaan veel dingen met een boogje, of er wordt 'joah joah' gezegd. Het ligt me wel dat veel op een informele manier wordt geregeld. Maar de directe manier van communiceren in de Randstad heeft ook absoluut zijn voordelen. De veelgeroemde Achterhoekse bescheidenheid vind ik mooi in zoverre dat we het niet zo nodig vinden om onszelf in het zonnetje te zetten. Het is waardevoller als iemand anders dat van je zegt."

Op de vraag of een Achterhoeker tegelijkertijd een wereldburger kan zijn, twijfelt Van Gessel geen moment: "Ja, absoluut! Vanuit het kleine kun je heel grote dingen doen. Maar een man of vrouw van de wereld zijn heeft voor mij niet zoveel te maken met verre reizen maken of dat alles groter moet. Het heeft meer te maken met een openheid naar anderen en het onbekende. Tijdens mijn lessen maatschappijleer legde ik dat altijd uit aan de hand van het ei. Het ei is voor een kuikentje voor een bepaalde periode van levensbelang om te overleven. Daarin kan het groeien en leren te overleven. Maar het kuikentje stikt als het te lang in het ei blijft zitten. Zo gaat het ook met onze eigen cultuur. Op den duur zullen we onze angst moeten overwinnen en erkennen dat er buiten ons ei ook nog een hele wereld ligt. Vanuit de politiek moeten de angsten van burgers serieus genomen worden, maar anderzijds zullen wij ook de durf moeten hebben om open te staan voor het andere. Nu spreekt waarschijnlijk de onderwijzer in me, maar het is heel gezond geregeld je hoofd boven je eigen omgeving uit te steken om te zien wat anderen doen. Dan blijkt het dat ze met dezelfde dingen bezig zijn en in de kern helemaal niet zoveel van jou verschillen – of ze nu uit Polen of uit de Achterhoek komen. Maar ik voel af en toe ook de behoefte om weer even in mijn ei terug te kruipen."

Reageer als eerste
Meer berichten
<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=5953883&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=contactnoord.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=723,724,725" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>