Foto:

Zwaleman | Stacaravan

Stacaravan

Ooit zette bijna ieder dorp in de Achterhoek elk jaar tijdens kermis of dorpsfeest een revue op de planken. Meestal werd die twee keer uitgevoerd. Eén keer 's middags voor de bejaarden en dan nog een tweede keer voor de rest van het dorp. Die uitvoering was steevast op de eerste avond van het feestweekend, zodat de cast (dat was doorgaans zo'n beetje de helft van het dorp) daarna ook onbekommerd feest kon vieren.

Die dorpsrevues zijn een zeldzaamheid geworden. In Geesteren werd er afgelopen juli nog eentje op de planken gezet, maar dat was omdat het Oranjefeest daar voor de honderdste keer werd gevierd. Een dorpsfeest waaraan nog elk jaar een revue is verbonden bestaat niet meer. Voor zover ik weet tenminste.

Als verslaggever van diverse regionale kranten mocht ik in de loop der jaren heel wat van die revues bijwonen. En heel vaak heb ik me het schompes gelachen om de conferences. Maar ik heb ook vaak dezelfde grappen gehoord. Ik vermoed dat diverse plaatselijke revueschrijvers wel eens iets van elkaar 'leenden'. Om daar een voorbeeld van te geven: de sketch over de stacaravan. Die kan zich afspelen op elke plek in elk willekeurig dorp en ook de namen van de spelers zijn vrije keuze. Maar laten we het er maar op houden, dat Hendrik en Graads elkaar tegenkomen bij de plaatselijke bakker. Hendrik merkt op, dat Graads er nogal slecht uitziet. "Jao, da kan wa wean. Ik bin de leste tied ook zo meu", zegt Graads. Waarop Hendrik uiteraard vraagt waar die vermoeidheid vandaan komt. Graads: "Miene en ik hebt een tiedje geleden een staocaravan 'ekocht. Ik heb noe al wekke lang neet können zitten."
Flauw? Jazeker. Daar zou tegenwoordig een cabaretier niet meer mee scoren. Maar in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw (toen ook John Lanting zijn grote successen beleefde) hadden we blijkbaar een iets ander idee van humor. In mijn herinnering lag bij deze scène de zaal (of feesttent) altijd plat.

Bovendien zat er in die mop een kern van waarheid. Dat heb ik persoonlijk gemerkt, omdat mijn lief en ik een paar weken geleden ook zo'n zogenaamd mobiel huisje hebben gekocht. En nee, ik beweer niet dat ik sindsdien alleen maar heb gestaan. Sterker nog, ik tik momenteel deze column zittend aan de tafel in mijn stacaravan. Mogelijkheden om het gat dale te zetten zijn er ook echt wel genoeg in ons buitenverblijfje. Maar of je veel aan zitten toekomt? Dat is dus een andere kwestie. De eerste weken dat je zo'n ding hebt in ieder geval niet, heb ik gemerkt. Ik had niet verwacht dat ik me meteen vanaf de eerste dag op een ligbed zou kunnen nestelen, maar dat er zoveel te doen zou zijn heb ik me vooraf niet gerealiseerd. Niet alleen moest de stacaravan van binnen helemaal worden schoongemaakt (overbodig vond ik, maar daar dacht mijn lief anders over), ook moesten er heggen worden geknipt, gras gemaaid, gootjes schoongemaakt en nog een heleboel andere klusjes worden geklaard. Een stacaravan is net een werkkamp, sprak ooit een mij, maar verder totaal on-bekend filosoof. Dat is overdreven, maar inderdaad, zitten is er voorlopig niet bij. Maar ach, als we eenmaal de slag te pakken hebben zal het allemaal wel meevallen. Immers, om een andere wijsgeer te citeren: kamperen is een handigheid!

Meer berichten