Foto: Nick Oostendorp

Column Luuk Stam | Zwembad

Zwembad

Het lijkt hier wel Frankrijk. Of Griekenland. De lucht is strakblauw. Hier en daar is een wolkje te zien. De zon schittert in het water. De temperatuur ligt zo rond de 23 graden. Perfecte omstandigheden voor een duik in het zwembad, zou je zeggen. Toch is er op het wateroppervlak geen golfje te ontdekken. Er zwemt hier niemand. Helemaal niemand.

Er zijn hier aan de badrand op zwembad Het Elderink enkel twee in het blauw gehulde vrijwilligers te vinden. Dit zwembad draait net als de andere zwembaden in Bronckhorst al enkele jaren op helden als deze. Ze zijn onmisbaar. Zonder hen is zo'n zwembad niet open te houden. In Vorden niet, in Steenderen niet en in Hengelo ook niet.

Logisch, maar er is nóg iets heel belangrijks nodig om het hier draaiende te houden. Iets essentieels: zwemmers! Liefhebbers die van het zwembad gebruikmaken. Die voorafgaand aan het seizoen een abonnement kopen of entree betalen. Mensen die komen zwemmen en het liefst ook nog eens een keer een drankje, een snack of een ijsje kopen.

Voor zo'n mooie voorziening zijn bezoekers een vanzelfsprekendheid, zou je zeggen. Deels is dat waar. De trouwe ochtendzwemmers zijn er altijd, maar steeds vaker klinkt het geluid dat de jongere generatie alleen nog maar naar het zwembad komt bij tropische temperaturen. Er is anno 2019 zoveel afleiding – lees: tablet en spelcomputer – dat een middagje zwemmen pas in beeld komt als het écht warm is.

Het maakt dat er piekdagen en zeer rustige momenten zijn. Deze maandagmiddag valt overduidelijk in die laatste categorie. Terwijl ik baantje na baantje afwerk, schrijf ik in gedachten deze column. Ik denk aan de zomers van vroeger. Aan hoe we vrijwel dagelijks wedstrijdjes zwommen, van de duikplanken sprongen en ons met een bal en een stel matten uren konden vermaken.

Na tien baantjes krijg ik gezelschap. Er komt een vrouw het water in. Het blijkt een bekende. "Ik dacht; ik zal Luuk z'n privézwembad eens afpakken!", zegt ze gekscherend. Ze vertelt dat ze bij binnenkomst even geïnformeerd heeft of ze überhaupt wel kon zwemmen. Er stonden zo weinig fietsen. Het leek compleet verlaten. Niets wees erop dat het hier open was.

Een paar dagen later is het kwik iets gestegen en gaat het voorzichtig richting de 30 graden. Nu staan er iets meer fietsen bij de ingang. Nog steeds is het niet heel druk in het zwembad, maar het feit dat ik baan 1, 2 en 3 moet mijden omdat daar drie meisjes synchroon en met enorm veel plezier van de startblokken aan het springen zijn, stelt me al enigszins gerust.

Dat gevoel versterkt als ik kort daarna zie hoe twee jongens van een jaar of 7 aan één stuk door bommetjes maken van de lage duikplank. Hoewel hun moeder vanaf de zijkant al zeker een keer of acht heeft geroepen dat ze nu écht naar huis moeten om te eten, gaan ze nog een keer. En nog een keer. En nog een keer. Dit zijn echte waterratten. Ze bestaan nog! Er is nog hoop.


Meer berichten