Foto: Nick Oostendorp

Column Eva Schuurman - Saar

Saar

Door de spijlen van je bedje zie ik je liggen; we hebben je handjes onder de dekens geklemd, want je snapt nog niet dat die vingers van jou zijn. Je armen zwaaien bij vermoeidheid en enthousiasme en je slaat jezelf voor het hoofd. We kunnen niet wachten tot je je eigen knuistjes ontdekt en bestuderen zal. Die hompjes houvast die zich vanaf moment één aan ons vastklampten, toen we je voor het eerst zagen in een helverlichte ziekenhuiskamer. Waar je zussen – overmand en nachtelijk klaarwakker – op bezoek kwamen en niet wisten wat ze met zoveel plotselinge liefde aan moesten. Alsof meteen van jou houden ze naar de keel greep en tegelijk deed zweven.

Zomaar diende jij je aan, we hadden verwacht je op te moeten wekken omdat je zo lekker zwom. Je benen bleken zo lang als ze voelden en je hoofdje nog mooier dan we droomden. Je ruikt zo lekker als papa keer zeshonderd en bent zo lief als je zussen zijn. Zelf schrok je overigens nog menigmaal van de buitenwereld, met je armen wijd open en gespreide vingers.

Toen ik naast jou en papa in bed lag was daar zomaar ineens de tekst voor op je geboortekaartje, sijpelend tussen vermoeid- en verwardheid door. Over hoe we smoorder dan verliefd naar je staren kunnen. Oh, hoe we sindsdien alles laten vallen als jij op het aankleedkussen besluit tot kletsen over te gaan. Dat dan niets belangrijker meer is dan hoe lekker jij in je vel huist en dat omlijst met kreetjes. Onverstaanbaar herkenbaar, omdat je zo bij ons hoort.

Je overspoelt onze telefoons met plaatjes van rust, armen huizenhoog in overgave in de lucht. Omdat je slaapt als een bloem, zoals alleen kindjes dat doen. Wat ben je van ons lieverd, wat zijn we blij dat je hier geboren werd en ons zo past. Volgens mij ben jij het daar ook mee eens, want je lacht vanuit je ogen steeds breed richting je mond.

Vertederd en verlekkerd knijpen we in je bovenbeentjes die zich langzaam opvullen met melk en vetjes. Moeilijk is het me in te houden bij de aanblik van je buikje, het liefst zou ik daar nu al hard op blazen en zacht in bijten. De gedachte dat je nog niet eens weet dat die navel van jou is houdt me telkens net op tijd tegen.

In de kast liggen kaartjes opgestapeld met lieve woorden, op je kamertje talloze cadeautjes allen met zorg uitgezocht, in de tuin houten borden beschilderd met jouw naam. Het is ongelooflijk hoe je komst gevierd is en hoe groots jouw 55 centimeter zijn uitgemeten. De huiskamer geurde van bloemen en papa deed mij daarbij nog een boeket voor boven cadeau.

Weet je Saar, dat mama nog maar één broek heeft die ze past? Het zal jou niet deren want je warmt je dankbaar aan al mijn vel, hapt via mijn onderkin je weg mijn nek in en legt je onderwijl te rusten tegen je voormalig huis. Buik tegen buik. En wat zou het ook, ik ben trots op mijn lijf. Jij mocht erin groeien.

"Wat heeft mama dat goed gedaan hè?", zegt papa als hij opnieuw beseft hoe mooi je bent. En ik glunder om zijn taal; je bent de knapste van allemaal.

Meer berichten