
Persoonlijke bloemenhulde tijdens 4 mei in Vorden met links Simon Malin. Foto: PR
Dodenherdenking Vorden: ‘We moeten aan de slag met ‘dit nooit meer’’
MaatschappijVORDEN - Uitsluiting van mensen, het wij/zij denken, besmeuren van monumenten en het bedreigen van mensen die herinneringsplaatsen van de Tweede Wereldoorlog in stand houden. Voorzitter Marc van der Linden van het Vordense 4 mei comité en kinderboekenschrijfster Martine Letterie droegen deze voorbeelden aan tijdens de dodenherdenking in Vorden. “Dit nooit meer is niet meer vanzelfsprekend.”
Marc van der Linden, voorzitter van het opnieuw samengestelde Vordense 4 mei comité, riep de gemeenschap op om een actievere houding aan te nemen. In 1946 op de eerste naoorlogse dodenherdenking werd tachtig jaar geleden ‘dit nooit meer’ uitgesproken. Dat sloeg op nooit meer oorlog en het nooit meer isoleren, deporteren en uiteindelijk vermoorden van bijna 6 miljoen leden van de Europese joodse gemeenschap, honderdduizenden Roma en Sinti, politieke tegenstanders, gehandicapten en homoseksuelen.
Van der Linden: “Het is allemaal begonnen al enkele jaren voordat de oorlog uitbrak met het discrimineren, uitsluiten en het stelselmatig hanteren van de ‘zondeboktheorie’ en uiteindelijk leidde dit tot de grootste genocide in de moderne geschiedenis. ‘Dit nooit weer’ lijkt zo overduidelijk als het de vernietigingskampen aan gaat en klinkt zo logisch als je de aantallen slachtoffers en overledenen op noemt. Maar ‘Dit nooit meer’ slaat ook op de oorzaak, dus nooit weer discriminatie, nooit weer groepscultuur, nooit weer uitsluiting, nooit weer ‘wij/zij’, nooit weer een ‘zondebok’, nooit weer isolering en nooit weer stigmatisering. Hierover hebben wij in 2026 een onbestendig gevoel. Ook na 80 jaar moeten we aan het werk, moeten we praten, moeten we elkaar helpen, moeten we met elkaar in discussie en moeten we luisteren naar de verhalen over de oorlog en de kampen in 40-45. Om elkaar te informeren, te overtuigen en om elkaar diverse inzichten te geven en om van elkaar te leren om het in de praktijk te brengen.”
Kinderboekenschrijfster Martine Letterie bekrachtigde die oproep. Zij belegde dit voorjaar in Den Haag, zo vertelde ze in de Dorpskerk, een bijeenkomst voor internationale comités van nabestaanden van de Duitse concentratiekampen en de daaraan verbonden herinneringscentra. Zij was tien jaar lang voorzitter van het Nederlandse comité van nabestaanden van concentratiekamp Neuengamme en inmiddels alweer zeven jaar de voorzitter van een internationale paraplu-organisatie die al die comités vertegenwoordigd. “Het voortbestaan van deze herinneringsplaatsen is op dit moment niet meer vanzelfsprekend. In heel Europa bestaan politieke partijen en stromingen die de misdaden van het naziregime ontkennen of vergoelijken. De waarschuwing voor de toekomst van deze herinneringscentra staat de realisering van hun plannen in de weg. Hun aanhangers verstoren herdenkingsbijeenkomsten, besmeuren monumenten, brengen de Hitlergroet tijdens rondleidingen en bedreigen werknemers van deze Herinneringscentra met de dood.”
De conferentie leidde tot een gezamenlijk statement richting regeringen om de herinneringscentra op de werelderfgoedlijst van Unesco te plaatsen. Dat Letterie zich daarvoor inzet heeft te maken met haar grootvader Martinus Letterie. Die behoorde tot de eerste groepen die door de Duitse bezetter werden gearresteerd. “Nee, hij was niet joods. Voor de oorlog was hij lid geweest van één van de linkse politieke groeperingen die in Nederland actief waarschuwde voor wat er zich in nazi-Duitsland afspeelde. Dat stond namelijk nog niet in Nederlandse kranten. Onze regering wilde het bevriende buurland niet tegen de haren in strijken. Mijn grootouders vingen Duitse vluchtelingen op, die niet alleen in hun eigen land vervolgd werden voor hun verzet tegen het naziregime, maar ook in Nederland gevaar liepen te worden gearresteerd en uitgezet.” Hij kwam op een lijst te staan, werd in 1941 opgepakt en een half jaar later vermoord in Neuengamme.
Na de herdenkingsbijeenkomst legde burgemeester Patrick van Domburg, gemeenteraadslid Martin Fröger en Lott Pardijs-Baakman namens het kinderparlement een krans bij de twintig geallieerde slachtoffers op de begraafplaats. Dat deden ze in het bijzijn van Simon, Catherine en Patrick Malin, nabestaanden van Peter Malin, die tijdens de oorlog met zijn vliegtuig crashte in buurtschap Linde.










